id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 155
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN.
STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8, § 1, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Wetboek
Art. 155
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWOON UITSTEL Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Wetboek
Art. 155
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8, § 1, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Wetboek
Art. 155
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.24.1242.N F. Q., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bruno Soenen, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Vaderlandstraat 32, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 15 juli
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 195, 203, 204 en 210 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 1 en 8 Probatiewet: het bestreden vonnis, waarvan de saisine beperkt was tot een grief van de eiser over het rijverbod, motiveert niet waarom geen uitstel van tenuitvoerlegging wordt verleend voor de bijkomende straf van het rijverbod.
- Uit artikel 8, § 1, vierde lid, Probatiewet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering volgt voor de rechter de verplichting om, indien de beklaagde vraagt om uitstel van tenuitvoerlegging en die maatregel wettelijk mogelijk is, de weigering om die maatregel te bevelen nauwkeurig te motiveren, ook al mag de motivering beknopt zijn.
- De eiser heeft in zijn grievenformulier gevraagd om ook voor de bijkomende straf uitstel van tenuitvoerlegging te bevelen. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting waarop de zaak in hoger beroep werd behandeld, blijkt dat de eiser om probatie-uitstel heeft verzocht.
- Uit het bestreden vonnis blijkt niet dat de appelrechters dit verzoek in overweging hebben genomen. Het bevat evenmin een nauwkeurige motivering voor de verwerping van het verzoek. Het middel is in zoverre gegrond. Omvang van de cassatie
- De onwettigheid van de weigering uitstel van tenuitvoerlegging te verlenen, leidt tot de vernietiging van het aan de eiser opgelegde rijverbod, alsook van de beslissing om het herstel van dit recht afhankelijk te maken van het slagen in een medisch en psychologisch onderzoek, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart en het de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 134,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200204.2N.17 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div