← België

Steps V.O.F. contra D.D.S. KISTENFABRIEK

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 162bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

1022 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 162bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

1022 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 162bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

1022 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 162bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

1022 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1126.N STEPS vof, met zetel te 3890 Gingelom, Heiseltstraat 2B, ON 0831.083.825, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Toon Van Muysewinkel, advocaat bij de balie Leuven, tegen D.D.S. KISTENFABRIEK nv, met zetel te 9700 Oudenaarde, Industriepark “De Bruwaan” 23, ON 0436.224.341, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 25 juni

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: de reden dat het gelet op het weinig expeditieve en exhaustieve karakter van het gevoerde vooronderzoek, dat in hoger beroep niet adequaat kon worden geremedieerd, niet passend is de verweerster te veroordelen tot een rechtsplegingsvergoeding aan de eiseres, kan die beslissing niet verantwoorden; het gegeven van het weinig expeditieve en exhaustieve karakter van het gevoerde vooronderzoek was de verweerster immers bekend of behoorde dit te zijn na de procedure in eerste aanleg; zij heeft dan ook bij het instellen van hoger beroep bewust een risico genomen; dit levert geen bijzondere situatie op die maakt dat de veroordeling van de verweerster tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding de onrechtvaardigheid tegenover die verweerster zou vergroten.
  3. Volgens artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan, indien de burgerlijke partij als enige hoger beroep heeft ingesteld en zij in het ongelijk wordt gesteld, die burgerlijke partij worden veroordeeld tot het betalen van een in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsplegingsvergoeding aan de beklaagde.
  4. Deze veroordeling heeft gelet op het gebruik van het woord “kan” in de tekst van deze bepaling en de wetsgeschiedenis ervan een facultatief karakter.
  5. Het staat dan ook aan de rechter onaantastbaar te oordelen of er in het licht van de omstandigheden van de zaak al dan niet grond is om de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij te veroordelen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de in het gelijk gestelde beklaagde.
  6. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Het arrest stelt vast dat het vooronderzoek op weinig expeditieve en exhaustieve wijze werd gevoerd en dat dit in hoger beroep niet adequaat kon worden geremedieerd. Het kan op grond van die vaststelling wettig oordelen dat de verweerster niet dient te worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de eiseres. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 110,41 euro, waarvan 75,41 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.27 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251029.2F.12 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200610.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.