← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.28 Rolnummer: P.24.0157.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2024-11-15 Raadplegingen: 878 - laatst gezien 2026-06-15 21:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Overeenkomstig artikel 337/2, § 1, Arbeidsrelatiewet worden arbeidsrelaties weerlegbaar vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn wanneer uit de analyse van de arbeidsrelatie blijkt dat meer dan de helft van de in die bepaling vermelde criteria zijn vervuld; overeenkomstig artikel 337/2, § 3, Arbeidsrelatiewet kan de Koning deze criteria vervangen; voor de sector waartoe de eisers behoren, werden de criteria vervangen bij koninklijk besluit van 7 juni 2013 tot uitvoering van artikel 337/2, § 3, van de programmawet (I) van 27 december 2006 wat betreft de aard van de arbeidsrelaties die bestaan in het kader van de uitoefening van sommige onroerende werkzaamheden; geen van deze bepalingen noch enige andere bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzetten zich ertegen dat de rechter zijn oordeel betreffende de aanwezigheid van de criteria met betrekking tot niet-verhoorde werkende personen grondt op de verklaringen die door andere personen werden afgelegd, welke in vergelijkbare omstandigheden actief waren. Thesaurus CAS: ARBEID - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Programmawet (I) 27 december 2006 - 27-12-2006 - Art. 337/2, § 1 - 30 ELI link Pub nr 2006021362 KB 7 juni 2013 tot uitvoering van artikel 337/2, § 3, van de programmawet (I) van 27 december 2006 wat betreft de aard van de arbeidsrelaties die bestaan in het kader van de uitoefening van sommige onroerende werkzaamheden - 07-06-2013 - 06 ELI link Pub nr 2013203501 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Programmawet (I) 27 december 2006 - 27-12-2006 - Art. 337/2, § 1 - 30 ELI link Pub nr 2006021362 KB 7 juni 2013 tot uitvoering van artikel 337/2, § 3, van de programmawet (I) van 27 december 2006 wat betreft de aard van de arbeidsrelaties die bestaan in het kader van de uitoefening van sommige onroerende werkzaamheden - 07-06-2013 - 06 ELI link Pub nr 2013203501 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0157.N

  1. M. S., beklaagde,
  2. N. M., beklaagde,
  3. H. M., beklaagde,
  4. YMT bv, met zetel te 3580 Beringen, Everselstraat 133/15, ON 0843.782.709, beklaagde,
  5. BOUWPLUS bv, met zetel te 3580 Beringen, Everselstraat 133/15, ON 0696.921.739, beklaagde, eisers, allen met als raadsman mr. Philip Daeninck, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 januari
  6. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  7. Het middel voert schending aan van de artikelen 331, 332, 333 en 337/2 Programmawet (I) van 27 december 2006 (hierna Arbeidsrelatiewet): het arrest oordeelt dat de 35 werkende vennoten in werkelijkheid werknemers waren; het had de arbeidsrelatie echter individueel, per werkende vennoot moeten onderzoeken aan de hand van de bij wet voorziene criteria; het arrest extrapoleert onterecht de inhoud van het verhoor van 14 werkende vennoten naar alle 35 werkende vennoten; het arrest gaat evenmin na welke de relatie was van de 35 werkende vennoten ten aanzien van de respectieve eisers in cassatie; de sociaal inspecteur oordeelde onterecht dat minstens twee specifieke criteria niet toepasbaar zijn op een samenwerking met werkende vennoten.
  8. In zoverre het middel gericht is tegen het oordeel van de sociaal inspecteur en dus niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.
  9. Overeenkomstig artikel 337/2, § 1, Arbeidsrelatiewet worden arbeidsrelaties weerlegbaar vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn wanneer uit de analyse van de arbeidsrelatie blijkt dat meer dan de helft van de in die bepaling vermelde criteria zijn vervuld. Overeenkomstig artikel 337/2, § 3, Arbeidsrelatiewet kan de Koning deze criteria vervangen. Voor de sector waartoe de eisers behoren, werden de criteria vervangen bij koninklijk besluit van 7 juni 2013 tot uitvoering van artikel 337/2, § 3, van de programmawet (I) van 27 december 2006 wat betreft de aard van de arbeidsrelaties die bestaan in het kader van de uitoefening van sommige onroerende werkzaamheden (hierna koninklijk besluit 7 juni 2013).
  10. Het arrest stelt door verwijzing naar de dossiergegevens en de afwezigheid van betwisting door sommige eisers en gelet op het gebruik van de terminologie “De vennoten”, “De Bulgaarse vennoten”, “de betrokken vennoten”, “er blijkt niet dat één van de vennoten” (p. 29-30, nr. 5, punt a), 1° tot en met 4°, p. 31-32, punt b), 1° tot en met 3°), vast dat meer dan de helft van de criteria van het koninklijk besluit van 7 juni 2013 gelden voor elk van de personen die zijn vermeld in de telastlegging A. Het is dus niet zo dat het oordeel dat voor elk van de in de telastlegging A vermelde personen is voldaan aan meer dan de helft van de criteria, louter is gebaseerd op een extrapolatie van de verhoren van sommige vennoten. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  11. Voor het overige verzetten noch de vermelde bepaling van de Arbeidsrelatiewet noch enige andere bepaling of algemeen rechtsbeginsel zich ertegen dat de rechter zijn oordeel betreffende de aanwezigheid van de criteria met betrekking tot niet-verhoorde personen grondt op de verklaringen die door andere personen werden afgelegd, welke in vergelijkbare omstandigheden actief waren. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  12. De eisers worden vervolgd als dader of mededader in de zin van artikel 66 Strafwetboek aan het niet-verrichten van een Dimona-aangifte voor de in de telastlegging A vermelde personen, voor elk wat hen betreft.
  13. De eerste eiser en tweede eiseres hebben voor de appelrechters aangevoerd dat de tewerkgestelde personen niet verbonden waren met de vierde en vijfde eiseressen. Op grond van de stukken van het strafdossier, waarnaar verwezen wordt in de conclusie van het openbaar ministerie neergelegd voor de eerste rechter, beoordeelt het arrest (p. 22) de arbeidsrelatie van de door deze eisers vermelde personen met de vierde en vijfde eiseressen. Met die reden beoordelen de appelrechters de relatie van de in de telastlegging A vermelde personen met de eerste, tweede, vierde en vijfde eisers. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  14. Bij gebrek aan een op dit punt gemotiveerd verweer door de derde eiser in zijn appelconclusie vereist zijn schuldigverklaring aan de telastlegging A niet dat het arrest uitdrukkelijk vaststelt met welke van de in die telastlegging vermelde personen de derde eiser verbonden was. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoepen. Bepaalt de kosten op 209,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.