id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241112.2N.10 Rolnummer: P.24.0880.N Zaak: K. contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-11-18 Raadplegingen: 731 - laatst gezien 2026-06-18 22:33 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De in artikel 261 Wetboek van Strafvordering bedoelde akte van beschuldiging houdt slechts een uiteenzetting in door het openbaar ministerie van de feiten en omstandigheden van de zaak; een onjuiste of onvolledige uiteenzetting in de akte van beschuldiging, die bij toepassing van artikel 275, eerste lid, Wetboek van Strafvordering aan de beschuldigde wordt betekend, kan tijdens het debat voor het hof van assisen steeds worden verbeterd, zodat een onjuistheid of onvolledigheid in de akte van beschuldiging niet de nietigheid van de rechtspleging tot gevolg kan hebben
(1)Cass. 1 december 1993, AR P.93.1381.F, AC 1993, nr. 496, ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931201.14; Cass. 22 december 1987, AR nr. 1749, AC 1987, nr. 254, ECLI:BE:CASS:1987:ARR.19871222.12, RW 1987-88, 954, noot A. VANDEPLAS. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 261 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De procureur-generaal kan tijdens het debat voor het hof van assisen, hetzij tijdens, hetzij onmiddellijk na de voorlezing van de akte van beschuldiging, hetzij op een ander tijdstip, fouten of onvolledigheden van die akte mondeling verbeteren, zonder ertoe gehouden te zijn die verbeteringen ook op te nemen in een geschrift. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 261 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2025, nr. 516, p. 125-
- - YPERMAN, Ward; Noot'Verbetering van fouten in akte van beschuldiging door openbaar ministerie' Tekst van de beslissing Nr. P.24.0880.N I-II-III K. K., beschuldigde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen P. M., burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het arrest van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 16 mei 2024 over de schuld (hierna arrest I). Het cassatieberoep II is gericht tegen het arrest van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 17 mei 2024 over de straf (hierna arrest II). Het cassatieberoep III is gericht tegen het arrest van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 30 mei 2024 over de burgerlijke belangen (hierna arrest III). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser doet afstand van het cassatieberoep III. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 261, 292 en 326, eerste lid, Wetboek van Strafvordering : de schuldigverklaring van de eiser door het arrest I is niet naar recht verantwoord; die schuldigverklaring kwam tot stand na een onjuiste akte van beschuldiging, waarvan aan de jury een afschrift alsook, na het stellen van de schuldvraag, het origineel werd overhandigd; uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 13 mei 2024 blijkt dat de procureur-generaal mondeling heeft meegedeeld dat de akte van beschuldiging onjuistheden bevat, die hij mondeling heeft rechtgezet; de rechtzetting van onjuistheden in de akte van beschuldiging dient evenwel schriftelijk te gebeuren, te meer omdat de processen-verbaal van de rechtszitting niet ter beschikking zijn van de gezworenen tijdens het beraad.
- De in artikel 261 Wetboek van Strafvordering bedoelde akte van beschuldiging houdt slechts een uiteenzetting in door het openbaar ministerie van de feiten en omstandigheden van de zaak. Een onjuiste of onvolledige uiteenzetting in de akte van beschuldiging, die bij toepassing van artikel 275, eerste lid, Wetboek van Strafvordering aan de beschuldigde wordt betekend, kan tijdens het debat voor het hof van assisen steeds worden verbeterd, zodat een onjuistheid of onvolledigheid in de akte van beschuldiging niet de nietigheid van de rechtspleging tot gevolg kan hebben.
- De procureur-generaal kan tijdens het debat voor het hof van assisen, hetzij tijdens, hetzij onmiddellijk na de voorlezing van de akte van beschuldiging, hetzij op een ander tijdstip, fouten of onvolledigheden van die akte mondeling verbeteren, zonder ertoe gehouden te zijn die verbeteringen ook op te nemen in een geschrift.
- Het middel, dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep III. Verwerpt de cassatieberoepen I en II. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 181,02 euro, waarvan op het cassatieberoep I 63,64 euro is verschuldigd, op het cassatieberoep II 63,64 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep III 53,74 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241112.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1987:ARR.19871222.12 ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931201.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div