id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 65
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XV.131 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: STRAF - ZWAARSTE STRAF Wettelijke bepalingen:
Art. 65
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XV.131 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen:
Art. 65
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XV.131 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Allerlei Wettelijke bepalingen:
Art. 65
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XV.131 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Allerlei Wettelijke bepalingen:
Art. 65
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XV.131 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0474.N A. V.G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Elisabethlaan 122, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- B. C.,
- A. D.,
- M. B.,
- J. V.,
- T. K.,
- E. C., burgerlijke partijen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 6 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft doen betekenen aan de verweerders 1, 2, 4, 5 en 6, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de beslissingen over de burgerlijke vorderingen van de verweerders 1, 2, 4, 5 en 6, is het cassatieberoep van de eiser niet ontvankelijk.
- Het arrest houdt de burgerlijke belangen aan wat betreft de vordering van de verweerster
- De beslissing op de burgerlijke vordering van deze verweerster is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, noch een beslissing als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. In zoverre gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van de motiveringsplicht: de appelrechters motiveren gebrekkig en tegenstrijdig; zij antwoorden niet op eisers appelconclusie en halen verschillende keren standaardformuleringen aan.
- Indien een beklaagde aanvoert dat de rechter niet antwoordt op een regelmatig ingediende conclusie dient hij precies aan te geven welke verweren onbeantwoord zijn gelaten. Indien een beklaagde aanvoert dat de rechter tegenstrijdig motiveert, dient hij precies aan te geven welke motieven van de bestreden beslissing tegenstrijdig zijn. Het middel preciseert niet welke de door de eiser in zijn appelconclusie aangevoerde verweren onbeantwoord zijn gebleven, noch welke motieven van het arrest tegenstrijdig zijn. Het middel is onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 65, eerste lid, Strafwetboek; - artikel XV.131 WER
- Artikel 65, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat wanneer verschillende misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet gelijktijdig aan eenzelfde feitenrechter worden voorgelegd, alleen de zwaarste straf wordt uitgesproken. De rechter kan in dat geval voor het geheel van de bestrafte feiten slechts die hoofd- en bijkomende straffen opleggen waarin de strafwet die de zwaarste straf bepaalt, voorziet.
- Het arrest veroordeelt de eiser voor de feiten onder de telastleggingen A (inbreuken op artikel 491 Strafwetboek, strafbaar met een hoofdgevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van 26,00 euro tot 500,00 euro), B (inbreuk op artikel VI.3, § 2, WER, strafbaar gesteld door de artikelen XV.70 en XV.83, 1°, WER met een sanctie van niveau 2, namelijk een geldboete van een minimumbedrag van 26,00 euro tot een maximumbedrag van 10.000,00 euro of tot 4 procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt), C.1, C.2, C.4 en C.5 (inbreuken op de artikelen VI.93, VI.94, 1°, VI.95 en VI.97 WER, strafbaar gesteld door de artikelen XV.70 en XV.83, 13°, WER, eveneens met een sanctie van niveau 2), D.1 en D.2 (inbreuken op de artikelen VI.93, VI.94, VI.95 en VI.100 WER, strafbaar gesteld door de artikelen XV.70 en XV.83, 13°, WER, eveneens met een sanctie van niveau 2) en F.1 en F.2 (inbreuken op de artikelen I.5, III.82, III.85 en III.89 WER, strafbaar gesteld door de artikelen XV.70 en XV.75 WER met een sanctie van niveau 3, namelijk een geldboete van een minimumbedrag van 26,00 euro tot een maximumbedrag van 25.000,00 euro of tot 6 procent van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorgaand aan het opleggen van de geldboete waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen, indien dit een hoger bedrag vertegenwoordigt) samen tot een werkstraf, een geldboete, een verbeurdverklaring, een verbod, zoals bedoeld in artikel 1 Wet Beroepsuitoefeningsverbod en een bekendmaking in een krant, zoals bedoeld in artikel XV.131 WER.
- Voor het bepalen van het misdrijf waarop de zwaarste straf is gesteld, wordt de hoogte van de maximum gevangenisstraf vergeleken, bij gelijkheid van de maximum gevangenisstraf de maximum geldboete en dit ongeacht de hoogte van de minimum gevangenisstraf en bij gelijkheid van de maximum geldboete de minimum gevangenisstraf.
- Hieruit volgt dat het misdrijf waarvoor de zwaarste straf kon worden uitgesproken het misdrijf is bedoeld met de telastlegging A. Voor dit misdrijf kon het arrest niet de bijkomende straf van artikel XV.131 WER opleggen, namelijk de bekendmaking in een krant van het arrest, zelfs wanneer, zoals het arrest oordeelt (p. 64), dit wordt beperkt tot de inbreuken op de wetsbepalingen van het WER en daarvan worden uitgesloten de feiten waarvoor de eiser al definitief werd vrijgesproken en veroordeeld.
- Het arrest dat naast de veroordeling tot een hoofdgevangenisstraf en een geldboete, tevens, op kosten van de eiser, de bekendmaking van een samenvatting van het arrest in een krant beveelt, op grond van artikel XV.131 WER, is niet naar recht verantwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest in zoverre het de eenmalige bekendmaking beveelt, op kosten van de eiser, van een samenvatting van het arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot vijf zesden van de kosten. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen reden is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 298,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241112.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.8 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210105.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div