← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241112.2N.22 Rolnummer: P.24.0915.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-11-18 Raadplegingen: 543 - laatst gezien 2026-06-15 03:28 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de samenlezing van de artikelen 30, § 1, 4° en 23, § 1, 3°, Wegverkeerswet, artikel 40 KB Rijbewijs, en artikel 1.3, eerste lid, Titel IV, bijlage 6, KB Rijbewijs, volgt dat de strafbaar gestelde gedraging erin bestaat een motorvoertuig te besturen, terwijl men regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben of terwijl men dusdanige hoeveelheden psychotrope stoffen gebruikt dat het rijgedrag daardoor ongunstig wordt beïnvloed; de regelgever heeft de in artikel 1.3, Titel IV, bijlage 6, KB Rijbewijs gehanteerde bewoording “regelmatig” niet nader omschreven zodat die bewoording in zijn gebruikelijke betekenis moet worden begrepen, namelijk dat het gebruik van psychotrope stoffen een vaste gewoonte is, zonder dat dit verder moet worden gekwantificeerd en uit de bewoordingen “een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben” van deze bepaling volgt niet dat er een effectieve, maar wel een mogelijke invloed van het regelmatige gebruik van psychotrope stoffen op de rijgeschiktheid moet zijn. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 30 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, eerste lid, Titel IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 40 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1.3, eerste lid, Titel IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 40 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Fiches 3 - 8 De strafbaarstelling van artikel 30, § 1, 4°, Wegverkeerswet is niet onvoorzienbaar, zodat er klaarblijkelijk geen miskenning van het legaliteitsbeginsel is. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 30 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 15.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 15.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 12 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 15.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 14 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 15.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 7 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 15.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 15.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0915.N K. V.D.A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Donkers, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 13 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 7.1 EVRM, artikel 15.1 IVBPR, de artikelen 12, tweede lid en 14 Grondwet en artikel 30, § 1, 4°, Wegverkeerswet, alsook miskenning van het legaliteitsbeginsel: de appelrechters kunnen uit het enkele gegeven dat de eiser verklaarde wekelijks cannabis (één joint per week) te gebruiken niet wettig afleiden dat hij op het ogenblik van de feiten leed aan één van de door de Koning bepaalde lichaamsgebreken of aandoeningen; met “regelmatig” gebruik van psychotrope stoffen, zoals bedoeld in artikel 1.3, titel IV, bijlage 6 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs (hierna KB Rijbewijs) wordt de situatie beoogd waarbij psychotrope stoffen worden gebruikt die een invloed “kunnen” hebben op de rijgeschiktheid, maar enkel in het geval deze in dusdanige hoeveelheden worden gebruikt dat deze effectief een invloed hebben op de rijvaardigheid (eerste onderdeel); de appelrechters oordelen ten onrechte dat het begrip “regelmatig”, zoals bedoeld in artikel 1.3, titel IV, bijlage 6, KB Rijbewijs overeenstemt met één joint per week maar dit begrip is niet kwantificeerbaar; het is dus voor de burger niet voldoende duidelijk, laat staan voorspelbaar welke gedraging strafbaar is gesteld en welke niet; de strafbepaling van artikel 30, § 1, 4°, Wegverkeerswet juncto artikel 1.3, titel IV, bijlage 6, KB Rijbewijs, voldoet derhalve niet aan het legaliteitsbeginsel (tweede onderdeel).
  3. Artikel 12, tweede lid, Grondwet bepaalt dat niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft. Artikel 14 Grondwet bepaalt dat geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet. Artikel 7.1 EVRM en artikel 15.1 IVBPR hebben eenzelfde strekking.
  4. De legaliteit van een strafbepaling vereist dat ze voldoende toegankelijk is en op zichzelf of in context met andere bepalingen gelezen op voldoende precieze wijze de als strafbaar gestelde gedraging omschrijft, zodat de draagwijdte ervan redelijk voorzienbaar is.
  5. Het gegeven dat de rechter bij het nader omschrijven van de strafbepaling over een zekere beoordelingsvrijheid beschikt, is als dusdanig niet strijdig met het vereiste van redelijke voorzienbaarheid. Er moet immers rekening worden gehouden met het algemene karakter van wetten, de uiteenlopende situaties waarop zij van toepassing zijn en de evolutie van de gedragingen die zij bestraffen. Het beginsel zelf van de algemeenheid van de wet brengt mee dat de bewoordingen ervan vaak geen absolute precisie kunnen hebben. Aan het vereiste van de redelijke voorzienbaarheid is voldaan wanneer het voor de persoon op wie de strafbepaling toepasselijk is, mogelijk is om op grond van de strafbepaling en zo nodig met behulp van de interpretatie daarvan door de rechtscolleges, op het moment van het stellen van de hem verweten gedraging de handelingen en verzuimen te kennen die zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid meebrengen.
  6. Volgens artikel 30, § 1, 4°, Wegverkeerswet is strafbaar met een gevangenisstraf en een geldboete, of met één van deze straffen alleen, de persoon die een motorvoertuig bestuurt terwijl hij lijdt aan één van de lichaamsgebreken of aandoeningen, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel 23, § 1, 3°, van die wet of indien hij niet voldaan heeft aan het geneeskundig onderzoek, door de Koning opgelegd in de gevallen die Hij bepaalt. Artikel 23, § 1, 3°, Wegverkeerswet bepaalt dat het Belgisch rijbewijs wordt afgegeven indien de verzoeker voldoet aan de voorwaarde dat hij een verklaring heeft ondertekend waarin wordt bevestigd dat hij niet lijdt aan een van de lichaamsgebreken en aandoeningen bepaald door de Koning. Deze lichaamsgebreken en aandoeningen zijn volgens artikel 40 KB Rijbewijs bepaald in de bijlage 6 van dat koninklijk besluit. Onder de titel IV “Normen betreffende het gebruik van alcohol, psychotrope stoffen en geneesmiddelen” van de bijlage 6 van het KB Rijbewijs, bepaalt artikel 1.3, eerste lid, dat de kandidaat die regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben of die dusdanige hoeveelheden gebruikt dat het rijgedrag daardoor ongunstig wordt beïnvloed, niet rijgeschikt is.
  7. Uit de samenlezing van de vermelde bepalingen volgt dat de strafbaar gestelde gedraging erin bestaat een motorvoertuig te besturen, terwijl men regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben of terwijl men dusdanige hoeveelheden psychotrope stoffen gebruikt dat het rijgedrag daardoor ongunstig wordt beïnvloed.
  8. De regelgever heeft de in artikel 1.3, Titel IV, bijlage 6, KB Rijbewijs gehanteerde bewoording “regelmatig” niet nader omschreven. Die bewoording moet daarom in zijn gebruikelijke betekenis worden begrepen, namelijk dat het gebruik van psychotrope stoffen een vaste gewoonte is, zonder dat dit verder moet worden gekwantificeerd.
  9. Uit de bewoordingen “een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben” van deze bepaling volgt niet dat er een effectieve, maar wel een mogelijke invloed van het regelmatige gebruik van psychotrope stoffen op de rijgeschiktheid moet zijn.
  10. De strafbaarstelling van artikel 30, § 1, 4°, Wegverkeerswet is niet onvoorzienbaar, zodat er klaarblijkelijk geen miskenning van het legaliteitsbeginsel is.
  11. Voor het overige staat het aan de rechter om onaantastbaar te oordelen of een beklaagde regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  12. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  13. Het bestreden vonnis (p. 4) stelt onder meer vast dat: - de eiser op 15 april 2022 om 18.34 u een speekselstaal werd afgenomen om te worden geanalyseerd; - rekening houdend met onder meer de technische correctie voor de meetonzekerheid in het speeksel 6,4 ng THC/ml speeksel werd teruggevonden, wat onder de strafbare grens van 10 ng/ml ligt; - de eiser verklaarde gewoonlijk ongeveer 1 joint per week te roken; - op initiatief van het openbaar ministerie de rijgeschiktheid van de eiser werd onderzocht aan de hand van een deskundig onderzoek; - bij de eiser op 25 augustus 2022 een urine- en een bloedstaal werden afgenomen; - toxicologische analyse van deze stalen een actief gebruik van cannabis aantoonde; - deskundige dr. P. op basis van de resultaten van de analyses op 10 september 2022 tot de rijongeschiktheid van de eiser adviseerde. Het bestreden vonnis (p. 5) oordeelt vervolgens onder meer dat: - een bestuurder van een motorvoertuig ten allen tijde vrij moet zijn van de lichaamsgebreken of aandoeningen opgesomd in bijlage 6 bij het KB Rijbewijs; - Titel IV van deze bijlage onder artikel 1.3 bepaalt dat een persoon die regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen (zoals cannabis) gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben, niet rijgeschikt is; - de eiser op 15 april 2022 werd onderworpen aan een speekseltest en een speekselanalyse die beiden een positief resultaat opleverden voor THC (zij het onder de strafbare grens van 10 ng/ml); - de eiser, bevraagd over zijn druggebruik, spontaan verklaarde wekelijks cannabis (circa 1 joint per week) te gebruiken. Op grond van deze overwegingen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de eiser regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241112.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.