id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241115.1N.6 Rolnummer: F.21.0130.N Zaak: ALDIA nv contra BELGISCHE STAAT FINANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-11-26 Raadplegingen: 613 - laatst gezien 2026-06-18 13:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241115.1N.6 Fiches 1 - 2 De heffing op grond van het toepasselijke artikel 35ter Oppervlaktewaterendecreet is geen in de vennootschapsbelasting aftrekbare beroepskost ten gevolge van artikel 198, § 1, 5° WIB92
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 172 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0130.N ALDIA nv, met zetel te 9600 Ronse, Klein Frankrijkstraat 33, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.191.910, eiseres, met als raadsman mr. Stijn Lamote, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8501 Kortrijk, Waterhoennest 67, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur van het Centrum Grote Ondernemingen Gent T Expertise 1, met kantoor te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6/703, met woonstkeuze voor kennisgevingen en betekeningen op het kantoor van de directeur van de Stafdienst Logistiek te 1030 Brussel, North Galaxy, Toren B, 2de verdieping, Koning Albert II-laan 33 bus 971, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 maart
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 24 september 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 198, § 1, 5°, WIB92, dat werd ingevoerd door artikel 8, 1°, van de Wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, worden gewestelijke belastingen, heffingen en retributies andere dan deze bedoeld in artikel 3 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, alsmede de verhogingen, vermeerderingen, kosten en nalatigheidsinteresten met betrekking tot deze niet aftrekbare belastingen, heffingen en retributies niet als beroepskosten aangemerkt. Ten gevolge van deze bepaling is de heffing op grond van het toepasselijke artikel 35ter Oppervlaktewaterendecreet geen in de vennootschapsbelasting aftrekbare beroepskost.
- Krachtens artikel 35ter, § 3, Oppervlaktewaterendecreet, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan bij decreet van 30 november 2018, is er geen heffing verschuldigd op het waterverbruik waarop door de openbare watervoorzieningsmaatschappij een vergoeding werd aangerekend voor de bovengemeentelijke sanering.
- Een verschil in behandeling kan slechts een miskenning van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel opleveren indien dit kan worden toegeschreven aan de betwiste norm en niet louter te wijten is aan specifieke feitelijke omstandigheden. Het verschil in behandeling mag niet louter het gevolg zijn van de concrete toepassing van de abstracte norm op een specifieke situatie.
- De ongelijke behandeling die de eiseres meent te ontwaren tussen, enerzijds, een vennootschap die ingevolge groei een onjuiste inschatting maakt van haar hoeveelheid geloosd water en vuilvracht en aldus te weinig saneringsvergoeding laat factureren zodat zij wordt geconfronteerd met een niet als beroepskost aftrekbare restheffing, en, anderzijds, de vennootschap die wel een juiste inschatting ervan maakt en derhalve een juiste saneringsvergoeding laat factureren zodat zij niet wordt geconfronteerd met een niet als beroepskost aftrekbare restheffing, is niet te wijten aan artikel 198, § 1, 5°, WIB92, juncto artikel 35ter, § 3, Oppervlaktewaterendecreet, maar vloeit voort uit de specifieke omstandigheid dat de betrokken vennootschap in het ene geval niet beslist om zich bijkomende voorschotten te laten aanrekenen en in het tweede geval wel.
- Het middel dat ervan uitgaat dat het verschil in behandeling die het gevolg is van de concrete toepassing van de abstracte norm op een specifieke situatie, een miskenning uitmaakt van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt naar recht. De prejudiciële vraag dient niet te worden gesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 278,69 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 15 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241115.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241115.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div