← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.11 Rolnummer: P.24.1177.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-11-26 Raadplegingen: 651 - laatst gezien 2026-06-15 19:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Volgens artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet moet het verval tot sturen worden uitgesproken wanneer naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig; opdat de rechter deze beveiligingsmaatregel kan opleggen, moet hij vaststellen dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen, alsook de feitelijke gegevens vermelden waarop die vaststelling steunt, zodat wanneer de bestreden beslissing niet vaststelt dat de beklaagde verslaafd is aan alcohol of zich niet kan onthouden van alcoholgebruik wanneer hij een voertuig bestuurt, het bevelen van de beveiligingsmaatregel niet naar recht verantwoord is

(1).
(1)Cass. 21 mei 2024, AR P.24.0267.N ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240521.2N.15, AC 2024, nr. 385; Cass. 9 mei 2017, AR P.16.0476.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170509.2, AC 2017, nr.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. IV, bijlage 6 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1177.N B. D. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Donkers, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 26 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 42 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis beveelt de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel zonder evenwel vast te stellen dat de eiser alcoholverslaafd is, waardoor die beslissing niet naar recht is verantwoord; met het oordeel dat de eiser het gebruik van alcohol niet langdurig kan laten, legt het bestreden vonnis een voorwaarde voor rijgeschiktheid op die niet bij wet is bepaald.
  4. Volgens artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet moet het verval tot sturen worden uitgesproken wanneer naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig.
  5. Opdat de rechter deze beveiligingsmaatregel kan opleggen, moet hij vaststellen dat de betrokkene lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen, alsook de feitelijke gegevens vermelden waarop die vaststelling steunt.
  6. Artikel IV.2.2 en 2.3 van de bijlage 6 (Minimumnormen en attesten inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig) bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs (hierna KB Rijbewijs) bepaalt: “2.
  7. De kandidaat die aan alcohol verslaafd is of zich niet kan onthouden van alcoholgebruik wanneer hij een motorvoertuig bestuurt, is niet rijgeschikt. 2.
  8. De kandidaat die aan alcohol verslaafd is geweest, kan evenwel na een periode van bewezen onthouding van minstens zes maanden rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal drie jaar.”
  9. Het bestreden vonnis oordeelt: “De rechtbank stelt vast dat [de eiser] op heden niet voldoet aan de normen betreffende de fysieke en geestelijke geschiktheid vermeld in bijlage 6 van het Koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. [De eiser] kan het gebruik van alcohol niet langdurig laten en is niet rijgeschikt. Handhaving van de veiligheidsmaatregel dringt zich op.”
  10. Het steunt daarvoor op de volgende vaststellingen: - de eiser heeft op 8 mei 2021 zijn voertuig bestuurd onder invloed van alcohol (alcoholconcentratie van 0,71 mg/L); - de door de eerste rechter aangestelde deskundige heeft bij de eiser respectievelijk een verhoogd (april-juni 2022), een bescheiden tot matig (juli-half september 2022) en een matig (september-december 2022) alcoholgebruik vastgesteld; - de eiser slaagde er niet in zich te onthouden van het gebruik van alcohol, ondanks de kansen die hij kreeg om aan te tonen dat hij dat wel kon; - de eiser heeft in hoger beroep, ondanks herhaalde uitstellen, geen verslag van een bijkomend onderzoek door de deskundige bijgebracht, maar enkel een onvolledig en niet zonder meer betrouwbaar verslag van een analyse van bloedstalen.
  11. Met die redenen stelt het bestreden vonnis niet vast dat de eiser verslaafd is aan alcohol of dat hij zich niet kan onthouden van alcoholgebruik wanneer hij een motorvoertuig bestuurt. Het bevelen van de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel is dan ook niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis waar dit tegen de eiser de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel uitspreekt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot drie vierden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 119,85 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170509.2 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240521.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.