← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.34 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.12 Rolnummer: P.24.1422.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-11-29 Raadplegingen: 798 - laatst gezien 2026-06-19 05:02 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241126.2N.34 Fiche 1 Wanneer de rechter de internering beveelt, kan hij bij toepassing van artikel 10, eerste lid, Interneringswet bij een afzonderlijke beslissing de onmiddellijke opsluiting van de betrokkene bevelen en tegen die laatste beslissing, die niet losstaat van de beslissing die de internering beveelt maar daarmee één geheel vormt, kan bij toepassing van artikel 10, tweede lid, Interneringswet geen verzet of hoger beroep worden ingesteld

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10, eerste en tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 2 - 3 Wanneer hoger beroep wordt ingesteld tegen de beslissing die de internering beveelt, kan de appelrechter die over de vordering tot internering moet oordelen, bij toepassing van artikel 12, eerste lid, Interneringswet bij afzonderlijke, gemotiveerde beschikking beslissen om de betrokkene die zich in een toestand van opsluiting bevindt zoals bedoeld in artikel 10 Interneringswet, in vrijheid te stellen, al dan niet onder de oplegging van een of meer voorwaarden, voor de tijd die hij bepaalt en uiterlijk tot het in kracht van gewijsde treden van de beslissing die de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft genomen ingevolge de eerste zitting vastgesteld overeenkomstig artikel 29, § 2
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10, eerste lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 12, eerste lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 29, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10, eerste lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 12, eerste lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 29, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 4 - 5 Uit de bepalingen van de artikelen 10, eerste en tweede lid en 12, eerste lid, Interneringswet en hun onderlinge samenhang moet worden afgeleid dat er geen cassatieberoep kan worden ingesteld tegen de beslissing tot onmiddellijke opsluiting die wordt bevolen na de uitspraak die in eerste aanleg de internering beveelt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10, eerste en tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 12, eerste lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10, eerste en tweede lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 12, eerste lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1422.N O. S., beklaagde, opgesloten, eiser, met als raadsman mr. Herwig Moons, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 14 augustus 2024 (nr. 2024/2341). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Alain Winants heeft op 13 november 2024 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 19 november 2024 heeft raadsheer Steven Van Overbeke verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. De eiser heeft op 21 november 2024 ter griffie een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot ingediend. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  1. Wanneer de rechter de internering beveelt, kan hij bij toepassing van artikel 10, eerste lid, Interneringswet bij een afzonderlijke beslissing de onmiddellijke opsluiting van de betrokkene bevelen. Tegen die laatste beslissing, die niet losstaat van de beslissing die de internering beveelt maar daarmee één geheel vormt, kan bij toepassing van artikel 10, tweede lid, Interneringswet geen verzet of hoger beroep worden ingesteld.
  2. Wanneer hoger beroep wordt ingesteld tegen de beslissing die de internering beveelt, kan de appelrechter die over de vordering tot internering moet oordelen, bij toepassing van artikel 12, eerste lid, Interneringswet bij afzonderlijke, gemotiveerde beschikking beslissen om de betrokkene die zich in een toestand van opsluiting bevindt zoals bedoeld in artikel 10 Interneringswet, in vrijheid te stellen, al dan niet onder de oplegging van een of meer voorwaarden, voor de tijd die hij bepaalt en uiterlijk tot het in kracht van gewijsde treden van de beslissing die de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft genomen ingevolge de eerste zitting vastgesteld overeenkomstig artikel 29, §
  3. Uit de voormelde bepalingen en hun onderlinge samenhang moet worden afgeleid dat er geen cassatieberoep kan worden ingesteld tegen de beslissing tot onmiddellijke opsluiting die wordt bevolen na de uitspraak die in eerste aanleg de internering beveelt.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt het volgende: - bij vonnis nr. 2340/2024 van 14 augustus 2024 werd de internering van de eiser bevolen; - bij vonnis nr. 2341/2024 van 14 augustus 2024 werd ten aanzien van de eiser de onmiddellijke opsluiting bevolen; - de eiser en het openbaar ministerie hebben hoger beroep aangetekend tegen het vonnis nr. 2340/2024; - tegen het vonnis nr. 2341/2024 heeft de eiser cassatieberoep aangetekend.
  5. Het cassatieberoep, ingesteld tegen de beslissing tot onmiddellijke opsluiting, bevolen na de uitspraak die in eerste aanleg heeft beslist tot eisers internering, is niet ontvankelijk. Middel
  6. Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 26 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.34 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241126.2N.34 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.