Obsah (4)
Art. 193Art. 194Art. 213Art. 214id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 193
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 194
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 213
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 214
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701
Art. 193
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 194
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 213
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 214
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701
Art. 193
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 194
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 213
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 214
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701
Art. 193
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 194
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 213
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 214
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701
Art. 193
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 194
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 213
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 214
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701
Art. 193
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 194
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 213
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 214
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 7 - 11 De in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering omschreven verplichting voor de opsteller van een proces-verbaal van verhoor om hierin melding te maken van de bijzondere omstandigheden en alles wat op de verklaring of de omstandigheden waarin zij is afgelegd, een bijzonder licht kan werpen, houdt een duidelijk voorschrift in dat de opsteller van het proces-verbaal toelaat te weten welke omstandigheden hij redelijkerwijze in dat proces-verbaal moet vermelden. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 7 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 12 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 14 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 7.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 12 - 16 Een inbreuk op de in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering omschreven verplichtingen houdt als zodanig geen strafbaar feit in zoals bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, en 14 Grondwet, zodat een prejudiciële vraag die uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, niet dient te worden gesteld. Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 12 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 14 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1154.N P. R., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Mounir Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen
- C. V. H., burgerlijke partij,
- A. B. A., burgerlijke partij,
- L. V. H., burgerlijke partij,
- M. S., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 4 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 193, 194, 213 en 214 Strafwetboek en artikel 47bis, § 1, 3°, Wetboek van Strafvordering, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan door de wet van 21 november 2016 (hierna artikel 47bis Wetboek van Strafvordering): het arrest verklaart de eiser schuldig aan de misdrijven van valsheid in geschriften en gebruik van een vals stuk (telastlegging A) omdat hij in zijn proces-verbaal van verhoor van de verweerder 1 van 16 november 2011 bedrieglijk geen melding heeft gemaakt van het gesprek dat hijzelf en de andere verbalisant met de verweerder 1 hebben gehad tijdens de pauze in diens audiovisueel verhoor en ter gelegenheid waarvan de verbalisanten de verweerder 1 onder druk zouden hebben gezet om zijn afgelegde bekentenissen over zijn betrokkenheid bij een moord niet wederom in te trekken; meer bepaald oordeelt het arrest dat ingevolge die omissie, die het aanziet als een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering, het proces-verbaal een waarheidsvermomming bevat waardoor het geen volledig waarheidsgetrouw beeld geeft van de gezegdes en omstandigheden ter gelegenheid van het verhoor; het arrest kan echter niet wettig oordelen dat de feiten die het aldus vaststelt, dienen te worden beschouwd als een bijzondere omstandigheid; de wetgever heeft nagelaten het hier bedoelde begrip bijzondere omstandigheid te omschrijven en heeft de beoordeling ervan overgelaten aan de politieambtenaar die het verhoor afnam; de gezegdes tijdens de pauze kunnen niet worden beschouwd als een verhoor of een bijzondere omstandigheid; uit de flarden van een gesprek die uit de audiovisuele opname blijken, kan niet worden afgeleid dat er sprake is van een geleide ondervraging over misdrijven die aan een bepaalde persoon ten laste kunnen worden gelegd; een vermelding van de gezegdes tijdens de pauze was bovendien niet vereist aangezien eenieder kennis kon nemen van de audiovisuele registratie van het verhoor; artikel 47bis Wetboek van Strafvordering is bovendien niet van toepassing op spontane verklaringen of aanwijzingen van een persoon die op zijn gedrag wordt aangesproken door een daartoe bevoegde politieambtenaar, wiens interpellatie enkel bedoeld is om zich een juist beeld van de vastgestelde feiten te vormen of het verdere verloop van een verhoor te bepalen, teneinde vervolgens de gepaste beslissing te kunnen nemen.
- Het misdrijf van valsheid in geschriften vereist dat de waarheid wordt vermomd op een bij de wet bepaalde wijze. Die waarheidsvermomming kan bestaan uit een omissie, wat onder meer het geval kan zijn wanneer op de opsteller van het geschrift krachtens een wettelijke bepaling een rapporteringsplicht rust waaraan deze niet heeft voldaan.
- Bij toepassing van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering vermeldt een proces-verbaal van verhoor onder meer de bijzondere omstandigheden en alles wat op de verklaring of de omstandigheden waarin zij is afgelegd, een bijzonder licht kan werpen. Die bepaling verplicht de opsteller van het proces-verbaal om hierin melding te maken van alle omstandigheden, gegevens en feiten die zich tijdens of naar aanleiding van een verhoor voordoen en die redelijkerwijze relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de bewijswaarde van het verhoor en van de afgelegde verklaringen.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of de opsteller van een proces-verbaal van verhoor heeft nagelaten melding te maken van alle relevante omstandigheden zoals bedoeld in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering, alsook of het verzuim aan die rapporteringsplicht een strafbare valsheid in geschrifte oplevert. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 16-20) oordeelt dat: - door in het proces-verbaal van het audiovisueel verhoor niet te vermelden dat de onderzoekers hadden ingepraat op de verweerder 1 omdat het gevoel ontstond dat hij mogelijks zijn verklaring opnieuw zou intrekken, de indruk wordt gewekt dat hij standvastig en zonder aarzeling zijn betrokkenheid heeft toegegeven en verduidelijkt; - hierdoor de lezer van het proces-verbaal wordt misleid, de feitenrechters op het verkeerde been worden gezet en essentiële informatie aan de verdediging wordt onthouden om de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring af te wegen; - door deze leemte de indruk wordt gewekt dat zich geen bijzondere omstandigheid tijdens de pauze van het verhoor voordeed, er nooit de indruk ontstond dat de eerste verweerder zijn bekentenis zou intrekken en niet op hem werd ingepraat, zodat het proces-verbaal geen volledig waarheidsgetrouw beeld geeft van de gezegdes en omstandigheden ter gelegenheid van het audiovisueel verhoor op 16 en 17 november
- Met die redenen verantwoorden de appelrechters naar recht hun beslissing dat de eiser nagelaten heeft melding te maken van een bijzondere omstandigheid zoals bedoeld in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering en er bijgevolg sprake is van een waarheidsvermomming door omissie. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 7.1 EVRM en de artikelen 12, tweede lid, en 14 Grondwet: het arrest omschrijft een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering als volgt: “een omstandigheid die zich tijdens een verhoor voordoet en relevant is of kan zijn bij de beoordeling van de inhoud of betrouwbaarheid van de verklaring, maar niet tot uiting komt door de loutere woordelijke weergave van de vragen en antwoorden. Dit kan gaan over non-verbale reacties (zoals draaien met de ogen, wenen, lachen, ...), maar ook over relevante uitlatingen/gebeurtenissen tijdens de pauzes”; de wetgever heeft echter nagelaten het begrip bijzondere omstandigheid te omschrijven; dat begrip is vaag, liet de eiser op het moment van zijn handelen niet toe de strafbaarheid ervan in te schatten en laat een te grote beoordelingsvrijheid aan de rechter. De eiser vraagt dat aan het Grondwettelijk Hof de volgende vraag wordt gesteld: “Schendt artikel 47bis, § 1.3 Sv. het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel, dat wordt gewaarborgd bij de artikelen 7.1 EVRM, 12, tweede lid en 14 van de Grondwet, doordat eerst vermeld artikel bepaalt dat een proces-verbaal van verhoor melding dient te maken van de bijzondere omstandigheden en alles waarop de verklaring of de omstandigheden waarin zij is afgelegd, een bijzonder licht kan werpen, maar waarbij de wetgever heeft nagelaten om dit begrip te omschrijven en een volledige beoordelingsvrijheid wordt overgelaten aan de strafrechter?”
- De in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering omschreven verplichting voor de opsteller van een proces-verbaal van verhoor om hierin melding te maken van de bijzondere omstandigheden en alles wat op de verklaring of de omstandigheden waarin zij is afgelegd, een bijzonder licht kan werpen, houdt een duidelijk voorschrift in dat de opsteller van het proces-verbaal toelaat te weten welke omstandigheden hij redelijkerwijze in dat proces-verbaal moet vermelden. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
- Een inbreuk op de in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering omschreven verplichtingen houdt als zodanig geen strafbaar feit in zoals bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, en 14 Grondwet. De in het onderdeel geformuleerde prejudiciële vraag, die uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, wordt niet gesteld. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 215 Strafwetboek en artikel 47bis Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastlegging B omdat hij, door op de rechtszitting ontkennend te antwoorden op de vraag of er gepraat werd tijdens de pauzes, ontkende dat er zich een bijzondere omstandigheid had voorgedaan tijdens de laatste pauze en dat de eiser in die omstandigheden wetens en willens onder eed heeft gelogen; het arrest kan dat oordeel niet wettig afleiden uit de onder het eerste middel, eerste onderdeel vermelde feiten.
- Het middel is afgeleid uit de vergeefs in het eerste middel aangevoerde onwettigheden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 140,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div