← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.17 Rolnummer: P.24.1438.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-11-26 Raadplegingen: 522 - laatst gezien 2026-06-15 03:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 De strafuitvoeringsrechter die op grond van de artikelen 22, 23, 29, 31, 33, 34 en 36 Wet Strafuitvoering uitspraak doet over het verzoek tot toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht, dient niet te antwoorden op stukken die een veroordeelde voegt bij het verzoek tot toekenning van die modaliteit; het inlichtingenformulier dat de verzoeker invult naar aanleiding van een aanvraag om elektronisch toezicht overeenkomstig artikel 29, § 2/1, Wet Strafuitvoering en de eventueel daarbij gevoegde stukken zijn geen conclusie waarop de strafuitvoeringsrechter op grond van artikel 149 Grondwet moet antwoorden. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 29 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 33 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 34 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 29 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 33 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 34 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 29 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 33 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 34 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 4 - 6 Behoudens bij daartoe strekkende conclusie verplicht geen enkele verdrags- of wetsbepaling de strafuitvoeringsrechter die een bij wet bepaalde tegenaanwijzing aanneemt ter verantwoording van de afwijzing van een gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit, om opgave te doen van één of meer bijzondere voorwaarden waarmee aan die tegenaanwijzing zou kunnen worden tegemoet gekomen, noch om zijn oordeel dat door het opleggen van bijzondere voorwaarden niet tegemoet kan worden gekomen aan die tegenaanwijzing, nader met redenen te omkleden. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 29 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 33 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 34 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 29 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 33 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 34 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 29 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 33 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 34 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1438.N P. D. W., veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Yen Buytaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 15 oktober 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel 1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering: het vonnis beperkt zich tot een louter abstracte beoordeling van de tegenaanwijzing door enkel te verwijzen naar het veroordelend vonnis en eisers antecedenten, terwijl het geen enkele rekenschap geeft van het met stukken gestaafde inlichtingenformulier, waaruit eisers persoonlijke omstandigheden en een positieve en recidivebeperkende invulling aan diens dagelijks leven blijken. 2. In zoverre het onderdeel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk. 3. Artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de daarin vervatte tegenaanwijzing die de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht belet, slaat op het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden. De afwijzing van een verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit, dat voldoet aan de vorm- en tijdsvoorwaarden, is regelmatig met redenen omkleed indien de strafuitvoeringsrechter ondubbelzinnig het bestaan vaststelt van minstens één van de wettelijk bepaalde tegenaanwijzingen die de toekenning ervan belet. Hij moet ook melding maken van de feitelijke elementen die de grondslag vormen voor de vaststelling van de tegenaanwijzing. Niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechter alle mogelijke argumenten voor of tegen de aanwezigheid van de tegenaanwijzing vermeldt. Bij de beoordeling over het voorhanden zijn van de tegenaanwijzing van het manifest risico voor de fysieke integriteit van derden kan de strafuitvoeringsrechter de aard en de ernst betrekken van de misdrijven waarvoor de betrokkene werd veroordeeld en waarvoor hem een straf werd opgelegd. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 4. Het vonnis (p. 2) oordeelt dat: - de eiser bij vonnis van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 7 februari 2024 werd veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van 12 maanden wegens mensensmokkel met verzwarende omstandigheden (kwetsbare meerderjarige); - de rechtbank bij het bepalen van de straf en de strafmaat rekening hield met

(1)de aard, de ernst van de feiten en de omstandigheden waarin deze werden gepleegd;
(2)de manifeste afwezigheid in hoofde van de eiser van eerbied voor sociale, morele en economische waarden;
(3)het ongunstig strafverleden van de eiser;
(4)de primaire en niets ontziende geldzucht waaruit de eiser handelde en
(5)het gegeven dat de eiser zich op 19 maart 2019 in vrijheid bevond mits het naleven van voorwaarden, waaronder het verbod vrouwen te werk te stellen of kamers te verhuren met het oog op exploitatie van prostitutie, het verbod advertenties te publiceren op redlights.be of gelijkaardige websites en daar klaarblijkelijk geen gevolg aan gaf; - de eiser bij arrest van het hof van beroep te Gent van 27 oktober 2020 reeds was veroordeeld wegens gelijkaardige feiten; - eisers uittreksel uit het strafregister zeven gerechtelijke antecedenten vermeldt; - de eiser eerst een recidivebeperkend reclasseringsplan verder dient uit te werken en er tot zolang een manifest risico bestaat voor de fysieke integriteit van derden; - door het zich bij herhaling schuldig maken aan de exploitatie van prostitutie, daarbij zelfs misbruik te maken van de kwetsbare toestand van de slachtoffers en daar zelfs een gewoonte van te maken, het gevaar bestaat op (nogmaals) herval met (opnieuw) schending van de fysieke integriteit van vrouwen; - door het opleggen van bijzondere voorwaarden thans (nog) niet kan worden tegemoet gekomen aan de in hoofde van de eiser bestaande tegenaanwijzingen. Daaruit volgt dat de strafuitvoeringsrechter voor de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht ondubbelzinnig het bestaan vaststelt van de in artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing, hij zich daarbij niet beperkt tot een loutere verwijzing naar het veroordelend vonnis en eisers antecedenten en hij het voorhanden zijn van de tegenaanwijzing niet louter abstract beoordeelt maar zich daarvoor integendeel steunt op concrete feitelijke gegevens, zonder dat hij alle mogelijke argumenten met betrekking tot eisers persoonlijke omstandigheden en positieve en recidivebeperkende invulling aan diens dagelijks leven moet vermelden. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering: het vonnis miskent de uitzonderlijke aard van het wettelijke begrip “manifest risico”; de eiser is immers 70 jaar oud, enige zorgverstrekker voor zijn minderjarige zoon die lijdt aan ASS en mobiel zeer beperkt door een amputatie; feiten die zich hoofdzakelijk afspeelden in 2019 zijn derhalve onvoldoende als tegenaanwijzing voor een verzoek tot elektronisch toezicht, wat nog steeds een vrijheidsberovende en niet louter vrijheidsbeperkende maatregel is.
  2. Het onderdeel komt in zijn geheel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de strafuitvoeringsrechter of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Derde onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering: uit het vonnis blijkt dat eisers veroordeling bij arrest van het hof van beroep te Gent van 27 oktober 2020 een doorslaggevende overweging is geweest om het verzoek om elektronisch toezicht af te wijzen; de appelrechters koppelen ten onrechte een vermeend recidivegevaar aan het risico voor de fysieke integriteit van derden; deze motivering is onjuist aangezien de eiser na zijn veroordeling door het arrest van 27 oktober 2020 geen nieuwe feiten pleegde, wat blijkt uit het feit dat de incriminatieperiodes die werden aangenomen in het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 7 februari 2024 zich quasi volledig voordien situeren en uit het feit dat geen van eisers voorgaande veroordelingen die voorkomen op zijn strafregister een aantasting van de fysieke integriteit van derden impliceren.
  4. Artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering verzet zich niet ertegen dat de strafuitvoeringsrechter op basis van de feitelijke gegevens die hij vermeldt, oordeelt dat er een reëel gevaar is op recidive en daaruit vervolgens afleidt dat er een manifest risico is voor de fysieke integriteit van derden. Met een dergelijk oordeel stelt de strafuitvoeringsrechter het voorhanden zijn vast van de in artikel 28, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. In zoverre het onderdeel voor het overige opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de strafuitvoeringsrechter of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het vonnis maakt nergens melding van de elementen die de eiser aanhaalde in het inlichtingenformulier en de daarbij gevoegde stukken; nochtans voldoet het inlichtingenformulier, alsook de daarmee gepaard gaande stukken, aan de definitie van een conclusie, ook al wordt dit niet op de rechtszitting aan de rechter ter beoordeling voorgelegd; in deze specifieke materie van de strafuitvoering wordt immers geen rechtszitting georganiseerd en zou een andere besluit betekenen dat een veroordeelde nooit een conclusie zou kunnen neerleggen voor de strafuitvoeringsrechter.
  7. De strafuitvoeringsrechter die op grond van de artikelen 22, 23, 29, 31, 33, 34 en 36 Wet Strafuitvoering uitspraak doet over het verzoek tot toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht, dient niet te antwoorden op stukken die een veroordeelde voegt bij het verzoek tot toekenning van die modaliteit.
  8. Het inlichtingenformulier dat de verzoeker invult naar aanleiding van een aanvraag om elektronisch toezicht overeenkomstig artikel 29, § 2/1, Wet Strafuitvoering en de eventueel daarbij gevoegde stukken zijn geen conclusie waarop de strafuitvoeringsrechter op grond van artikel 149 Grondwet moet antwoorden.
  9. Het onderdeel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het vonnis motiveert niet het besluit dat door het opleggen van bijzondere voorwaarden thans (nog) niet kan worden tegemoet gekomen aan de in hoofde van de eiser bestaande tegenaanwijzingen.
  11. Behoudens bij daartoe strekkende conclusie verplicht geen enkele verdrags- of wetsbepaling de strafuitvoeringsrechter die een bij wet bepaalde tegenaanwijzing aanneemt ter verantwoording van de afwijzing van een gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit, om opgave te doen van één of meer bijzondere voorwaarden waarmee aan die tegenaanwijzing zou kunnen worden tegemoet gekomen, noch om zijn oordeel dat door het opleggen van bijzondere voorwaarden niet tegemoet kan worden gekomen aan die tegenaanwijzing, nader met redenen te omkleden. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.