id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.18 Rolnummer: P.24.1443.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2024-11-26 Raadplegingen: 515 - laatst gezien 2026-06-15 03:31 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 5 Bij afwezigheid van een daartoe strekkende conclusie houdt de verplichting van artikel 149 Grondwet om elk vonnis met redenen te omkleden voor de kamer voor bescherming van de maatschappij niet in dat zij moet motiveren waarom zij anders oordeelt dan het advies van de gevangenispsychiater; uit de omstandigheid dat de kamer niet uitdrukkelijk naar dat advies verwijst, volgt evenmin dat zij dit advies niet bij haar beoordeling heeft betrokken. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. Parlement 18 mei 1999 - 18-05-1999 - Art. 149 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 20 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 22 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 35 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 36 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 37 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 43 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 20 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 22 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 35 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 36 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 37 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 43 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 20 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 22 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 35 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 36 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 37 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 43 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 20 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 22 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 35 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 36 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 37 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 43 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 19 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 20 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 22 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 35 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 36 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 37 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 43 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1443.N L.-D. D. C., geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2200 Herentals, Lierseweg 102-104, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 15 oktober 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Artikel 78 Interneringswet bepaalt op limitatieve wijze de beslissingen van de kamer voor de bescherming van de maatschappij waartegen cassatieberoep kan worden ingesteld. De beslissingen over uitgaansvergunningen worden daarbij niet vermeld. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de beslissingen over de uitgaansvergunningen, is het niet ontvankelijk. Middel 2. Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM en artikel 149 Grondwet: de kamer voor de bescherming van de maatschappij (hierna de kamer) wijst eisers verzoek om een ambulante reclassering uit te werken af, maar motiveert niet waarom zij op dat punt afwijkt van het gunstig advies van de gevangenispsychiater waarnaar ook de eiser ter rechtszitting heeft verwezen; de eiser mag op die argumentatie en dat advies van de kamer integendeel een expliciet en specifiek antwoord verwachten. 3. Het middel verduidelijkt niet op welke wijze het vonnis artikel 5.4 EVRM schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. 4. Bij afwezigheid van een daartoe strekkende conclusie houdt de verplichting van artikel 149 Grondwet om elk vonnis met redenen te omkleden voor de kamer niet in dat zij moet motiveren waarom zij anders oordeelt dan het advies van de gevangenispsychiater. Uit de omstandigheid dat de kamer niet uitdrukkelijk naar dat advies verwijst, volgt evenmin dat zij dit advies niet bij haar beoordeling heeft betrokken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 5. Het vonnis oordeelt over het in het middel bedoelde verzoek als volgt: “[De eiser] vraagt de plaatsing naar de ABM Gent in functie van de verdere uitwerking van zijn reclasseringsplan. De rechtbank kan een ambulante reclassering niet onderschrijven, gezien eerder bleek dat deze onvoldoende recidivebeperkend is en [de eiser] niet de nodige zorg biedt die tegemoet komt aan zijn persoonlijkheids- en middelenproblematiek. Echter, de rechtbank meent dat een verblijf in de ABM Gent wel van belang kan zijn om familiale redenen, nl. bezoek van o.a. zijn zoon.” Met die redenen is de beslissing van de kamer om tegen het advies van de gevangenispsychiater in eisers verzoek voor een ambulante reclassering af te wijzen, regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.