- 30 Link Justel databank 19560519-30 Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 6 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 29, § 1 - 22 ELI link Pub nr 2013014763 Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 6 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 29, § 1 - 22 ELI link Pub nr 2013014763 Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 6 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 29, § 1 - 22 ELI link Pub nr 2013014763 Fiches 4 - 6 Wanneer de prejudiciële vraag berust op een onjuiste lezing van artikel 29, § 1, Wet Goederenvervoer en er geen redelijke twijfel bestaat over de juiste uitlegging van de artikelen 6 en 8 van de Verordening nr. 11, wordt de prejudiciële vraag niet gesteld. Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Wettelijke bepalingen: Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 6 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 29, § 1 - 22 ELI link Pub nr 2013014763 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Wettelijke bepalingen: Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 6 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 29, § 1 - 22 ELI link Pub nr 2013014763 Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Wettelijke bepalingen: Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (C.M.R.) -
- 30 Link Justel databank 19560519-30 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 6 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is - 27-06-1960 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1960062709 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 29, § 1 - 22 ELI link Pub nr 2013014763 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1213.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Antwerpen, eiser, tegen 1. R. D. R., beklaagde, verweerder, 2. LDH-TRANS bv, met zetel te 9042 Gent (Desteldonk), Korte Mate 4, ON 0472.259.445, beklaagde en burgerlijk aansprakelijke partij, verweerster, beiden met als raadsman mr. Frederik Vanden Bogaerde, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8830 Hooglede, Bruggesteenweg 315, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 14 juni 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep en de memorie 1. De verweerders voeren aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat niet duidelijk is of aan de vereisten van de artikelen 427 en 429 Wetboek van Strafvordering is voldaan, nu de eiser zijn memorie pas ter kennis zou hebben gebracht aan de raadsman van de verweerders op 29 augustus 2024. 2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser tijdig zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerders en hen eveneens tijdig zijn memorie ter kennis heeft gebracht, alsook de desbetreffende stukken tijdig ter griffie heeft neergelegd. Het cassatieberoep en de memorie van de eiser zijn derhalve ontvankelijk. Het middel van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen. Middel 3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 29, § 1, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (hierna Wet Goederenvervoer): de appelrechters oordelen ten onrechte dat de uitzonderingen van artikel 8 Verordening nr. 11 kunnen vrijstellen van de verplichting om voor elke zending een vrachtbrief op te maken; er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen, eensdeels, het vervoerdocument zoals bedoeld in de Verordening nr. 11 ter uitvoering van artikel 79, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoervoorwaarden (hierna Verordening nr. 11) en, anderdeels, de vrachtbrief zoals bedoeld in het verdrag van 19 mei 1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (hierna C.M.R.-verdrag); de Verordening nr. 11 en het C.M.R.-verdrag hebben een verschillend toepassingsgebied en een verschillende doelstelling. 4. Artikel 29, § 1, Wet Goederenvervoer bepaalt het volgende: “Voor elke zending dient een vrachtbrief te worden opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 5 en 6 van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, afgekort C.M.R.-Verdrag, ondertekend te Genève op 19 mei 1956, en goedgekeurd bij wet van 4 september 1962, overeenkomstig de door België met het land van inschrijving van het voertuig gesloten akkoorden, alsook overeenkomstig de voorschriften van de verordening nr. 11 van 27 juni 1960 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap ter uitvoering van artikel 79, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoervoorwaarden.” Overtreding van de door dit artikel 29 vastgestelde verplichting een vrachtbrief op te maken, wordt strafbaar gesteld door artikel 41, § 1, 4°, Wet Goederenvervoer. 5. Artikel 5 C.M.R.-verdrag bepaalt het volgende: “1. De vrachtbrief wordt opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren, ondertekend door de afzender en de vervoerder. Deze ondertekening kan worden gedrukt of vervangen door de stempels van de afzender en de vervoerder, indien de wetgeving van het land, waar de vrachtbrief wordt opgemaakt, zulks toelaat. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan de afzender, het tweede begeleidt de goederen en het derde wordt door de vervoerder behouden. 2. Wanneer de te vervoeren goederen moeten worden geladen in verschillende voertuigen of wanneer het verschillende soorten goederen of afzonderlijke partijen betreft, heeft de afzender of de vervoerder het recht om te eisen, dat er evenzoveel vrachtbrieven worden opgemaakt als er voertuigen moeten worden gebruikt of als er soorten of partijen goederen zijn.” Artikel 6 C.M.R.-verdrag bepaalt het volgende: “1. De vrachtbrief moet de volgende aanduidingen bevatten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.