id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241122.1N.5 Rolnummer: C.20.0592.N Zaak: N. contra BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2024-12-17 Raadplegingen: 626 - laatst gezien 2026-06-18 16:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241122.1N.5 Fiches 1 - 3 Noch artikel 8 EVRM, noch artikel 23 Grondwet, noch de in de artikelen II.3 en II.4 WER gewaarborgde vrijheid van ondernemen belet dat de bevoegde wet- of regelgever de economische bedrijvigheid van personen en ondernemingen regelt. Deze zou pas onredelijk optreden indien hij de vrijheid van ondernemen zou beperken zonder dat daartoe enige noodzaak bestaat of indien die beperking onevenredig zou zijn met het nagestreefde doel
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 23 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. II.3 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. II.4 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 23 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 23 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. II.3 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. II.4 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: ECONOMIE Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 23 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. II.3 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. II.4 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 4 De regel vervat in artikel 33, tweede lid, van het stagereglement dat een van de lijst van de stagiairs weggelaten stagiair slechts één enkele keer om zijn wederinschrijving op die lijst kan verzoeken, strekt ertoe, in het belang van de consument en van de maatschappij in haar geheel, te beletten dat een persoon die nog niet het bewijs heeft geleverd over de nodige beroepsbekwaamheid te beschikken, door onbeperkte wederinschrijvingen op de lijst van de stagiairs activiteiten als vastgoedmakelaar zou uitoefenen; deze regel is, gelet op het economische en sociale belang van vastgoedtransacties en rekening houdend met de omstandigheid dat het stagereglement diverse bepalingen bevat die ertoe strekken te vermijden dat een stagiair definitief wordt uitgesloten van de mogelijkheid om het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen, niet onevenredig met het nagestreefde doel; de omstandigheid dat een tweede inschrijving op de lijst van de stagiairs onmogelijk is, zonder beperking in de tijd, en dat terzake geen enkele appreciatiemogelijkheid bestaat, doet aan voorafgaande beoordeling geen afbreuk
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Stagereglement van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 23 juli 2013, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan bij koninklijk besluit van 13 november 2023. Thesaurus CAS: MAKELAAR Wettelijke bepalingen: Kaderwet 3 augustus 2007 betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen - 03-08-2007 - Art. 9, § 1 - 56 ELI link Pub nr 2007A11412 Wet 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar - 11-02-2013 - Art. 3, eerste lid - 51 ELI link Pub nr 2013011368 KB 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars - 20-07-2012 - Art. 9, § 1 - 42 ELI link Pub nr 2012011347 KB 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars - 20-07-2012 - Art. 10 - 42 ELI link Pub nr 2012011347 KB 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars - 20-07-2012 - Art. 27, §§ 2 en 4 - 42 ELI link Pub nr 2012011347 KB 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars - 20-07-2012 - Art. 32 - 42 ELI link Pub nr 2012011347 KB 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars - 20-07-2012 - Art. 33, tweede lid - 42 ELI link Pub nr 2012011347 Fiches 5 - 6 Om de bestaanbaarheid van een norm met de artikelen 10 en 11 Grondwet te beoordelen, moet eerst worden onderzocht of de categorieën van personen ten aanzien van wie een ongelijkheid wordt aangevoerd, in voldoende mate vergelijkbaar zijn; indien de verschillende categorieën van personen niet voldoende vergelijkbaar zijn, kan het verschil in behandeling niet aan het gelijkheidsbeginsel worden getoetst
(1).
(1)Cass. 20 juni 2024, AR F.19.0132.N, AC 2024, nr. 472, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240620.1N.12; zie Cass. 24 mei 2019, AR F.17.0158.N, AC 2019, nr. 321, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190524.5 met concl. van advocaat-generaal J. VAN DER FRAENEN, ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190524.5 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiches 7 - 8 De situatie van de stagiair-vastgoedmakelaar wiens tweede wederinschrijving op de lijst van de stagiairs wordt geweigerd omdat hij tijdens de twee vorige stageperiodes de bekwaamheidstest niet of niet met succes heeft afgelegd, is fundamenteel verschillend van de situatie van de stagiair die, voor hij de kans heeft gekregen om het bewijs te leveren van zijn bekwaamheid om het beroep uit te oefenen, omwille van tuchtrechtelijke inbreuken wordt geschrapt van de lijst van de stagiairs; uit de enkele omstandigheid dat aan beide categorieën van personen de toegang tot het beroep definitief wordt ontzegd, volgt niet dat beide categorieën van personen voldoende vergelijkbaar zijn. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: MAKELAAR Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0592.N T.N., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS, met zetel te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 16b, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.300.821, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar verweerder woonplaats kiest, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing van de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars van 21 oktober
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 21 oktober 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 9, § 1, van de kaderwet van 3 augustus 2007 betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen hebben de kamers tot taak (1°) het tableau van de beoefenaars, de lijst van de stagiairs en het tableau van de personen die de titel van het beroep eershalve mogen voeren, op te maken en bij te houden en (3°) te waken over de toepassing van het stagereglement en de voorschriften van de plichtenleer en uitspraak in tuchtzaken te doen ten opzichte van de beoefenaars, de stagiairs en de personen die gemachtigd zijn het beroep occasioneel uit te oefenen. Krachtens artikel 3, eerste lid, van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar wordt bij het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars een tableau van vastgoedmakelaars en een lijst van de stagiairs opgesteld. Deze worden opgesplitst in twee kolommen, waarbij de ene de vastgoedmakelaars-bemiddelaars en de andere de vastgoedmakelaars-syndici bevat. Krachtens artikel 32 van het stagereglement van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 23 juli 2013, zoals van toepassing, wordt, onder voorbehoud van artikel 10, de stagiair die de praktische bekwaamheidstest niet aflegt of niet is geslaagd, binnen 36 maanden na de inschrijving op de kolom of, desgevallend, de kolommen van de lijst van de stagiairs, door de uitvoerende kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars ambtshalve weggelaten van deze of die kolommen. Krachtens artikel 33, eerste lid, van datzelfde stagereglement kan elke weggelaten stagiair om zijn wederinschrijving op de kolom of de kolommen van de lijst van de stagiairs verzoeken teneinde een nieuwe stage te lopen. Het tweede lid bepaalt dat slechts één enkele wederinschrijving kan worden toegestaan.
- Noch artikel 8 EVRM, noch artikel 23 Grondwet, noch de in de artikelen II.3 en II.4 WER gewaarborgde vrijheid van ondernemen belet dat de bevoegde wet- of regelgever de economische bedrijvigheid van personen en ondernemingen regelt. Deze zou pas onredelijk optreden indien hij de vrijheid van ondernemen zou beperken zonder dat daartoe enige noodzaak bestaat of indien die beperking onevenredig zou zijn met het nagestreefde doel.
- De regel vervat in artikel 33, tweede lid, van het stagereglement dat een van de lijst van de stagiairs weggelaten stagiair slechts één enkele keer om zijn wederinschrijving op die lijst kan verzoeken, strekt ertoe, in het belang van de consument en van de maatschappij in haar geheel, te beletten dat een persoon die nog niet het bewijs heeft geleverd over de nodige beroepsbekwaamheid te beschikken, door onbeperkte wederinschrijvingen op de lijst van de stagiairs activiteiten als vastgoedmakelaar zou uitoefenen. Deze regel is, gelet op het economische en sociale belang van vastgoedtransacties en rekening houdend met de omstandigheid dat het stagereglement diverse bepalingen bevat die ertoe strekken te vermijden dat een stagiair definitief wordt uitgesloten van de mogelijkheid om het beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen, niet onevenredig met het nagestreefde doel. Aldus bedraagt de duur van de stage, die wordt afgesloten met het slagen voor een bekwaamheidstest, minimaal 12 maanden en maximaal 36 maanden en kan de stagiair, binnen deze grenzen, vrij de duur van de stage bepalen (artikel 9, § 1 en artikel 32 van het stagereglement), hetgeen ook geldt voor een eventuele tweede stageperiode na wederinschrijving. Voorts krijgt de stagiair die niet de vereiste punten behaalt voor het schriftelijke of het mondelinge gedeelte van de bekwaamheidsproef een tweede kans, en geldt deze dubbele kans ook tijdens een tweede stageperiode na wederinschrijving (artikel 27, § 2 en § 4, van het stagereglement). Ten slotte bestaat de mogelijkheid om de stage te schorsen voor een bepaalde duur, zodat de stagiair die zijn stage niet tijdig kan afwerken niet noodzakelijk dient te worden weggelaten van de lijst van de stagiairs na het verstrijken van de maximumduur van 36 maanden (artikel 10 van het stagereglement). Ook deze regel geldt evenzeer tijdens een tweede stageperiode na wederinschrijving op de lijst van de stagiairs. De omstandigheid dat een tweede wederinschrijving op de lijst van de stagiairs onmogelijk is, zonder beperking in de tijd, en dat terzake geen enkele appreciatiemogelijkheid bestaat, doet aan voorgaande beoordeling geen afbreuk.
- Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- De grondwettelijke regels inzake de gelijkheid van de Belgen en de niet-discriminatie staan niet eraan in de weg dat een verschillende behandeling wordt ingesteld ten aanzien van bepaalde categorieën van personen, voor zover daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. De al dan niet aanwezigheid van zodanige verantwoording moet aan het doel en de gevolgen van de norm en aan de redelijkheid van de verhouding tussen de aangewende middelen en het beoogde doel worden getoetst. Om de bestaanbaarheid van een norm met de artikelen 10 en 11 Grondwet te beoordelen, moet eerst worden onderzocht of de categorieën van personen ten aanzien van wie een ongelijkheid wordt aangevoerd, in voldoende mate vergelijkbaar zijn. Indien de verschillende categorieën van personen niet voldoende vergelijkbaar zijn, kan het verschil in behandeling niet aan het gelijkheidsbeginsel worden getoetst.
- De situatie van de stagiair-vastgoedmakelaar wiens tweede wederinschrijving op de lijst van de stagiairs wordt geweigerd omdat hij tijdens de twee vorige stageperiodes de bekwaamheidstest niet of niet met succes heeft afgelegd, is fundamenteel verschillend van de situatie van de stagiair die, voor hij de kans heeft gekregen om het bewijs te leveren van zijn bekwaamheid om het beroep uit te oefenen, omwille van tuchtrechtelijke inbreuken wordt geschrapt van de lijst van de stagiairs. Uit de enkele omstandigheid dat aan beide categorieën van personen de toegang tot het beroep definitief wordt ontzegd, volgt niet dat beide categorieën van personen voldoende vergelijkbaar zijn. Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 314,17 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting 22 november 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241122.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241122.1N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190524.5 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190524.5 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240620.1N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div