← België

BESOFTWARE nv c. KANSSPELCOMMISSIE BIJ DE FOD JUSTITIE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241122.1N.6 Rolnummer: C.23.0500.N Zaak: BESOFTWARE nv c. KANSSPELCOMMISSIE BIJ DE FOD JUSTITIE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-12-17 Raadplegingen: 1022 - laatst gezien 2026-06-18 14:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241122.1N.6 Fiche 1 Een rechtsregel die in het privaatrecht de juridische grondslagen bepaalt waarop de maatschappij berust, is van openbare orde

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OPENBARE ORDE Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 2 - 3 Het is strijdig met de openbare orde in geval verstek ook een kennelijk niet-ontvankelijke of ongegronde vordering dan wel een kennelijk ongegrond verweer te moeten inwilligen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OPENBARE ORDE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 806 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 806 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 4 De rechter kan, in geval van verstek, ambtshalve het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van een partij opwerpen om een vordering af te wijzen als niet ontvankelijk
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 806 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 5 Wanneer een verzoekschrift opgave doet van een andere persoon dan de persoon die als tegenpartij moet worden opgeroepen, is de vordering tegen die andere persoon niet ontvankelijk; de nietigheidsregeling van de artikelen 860 en volgende Gerechtelijk Wetboek is daarbij niet van toepassing
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie Cass. 29 juni 2006, AR C.04.0290.N-C.04.0359.N, AC 2006, nr. 366, ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060629.7; Cass. 20 december 1996, AR C.94.0443.N, AC 1996, nr. 521, ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961220.9. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1034ter, 3° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 6 Door het beroep af te wijzen als niet ontvankelijk omdat het verkeerdelijk is gericht tegen de Kansspelcommissie in plaats van de Belgische Staat, miskent de rechter het recht op toegang tot de rechter niet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Wet 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers - 07-05-1999 - Art. 15/7, § 1 - 77 ELI link Pub nr 1999010222 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1034ter, 3° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0500.N BESOFTWARE nv, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te Willemstad (Curaçao), Abraham De Veerstraat 9, PO box 3421, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. KANSSPELCOMMISSIE BIJ DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE, met kantoor te 1000 Brussel, Kantersteen 47, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.753,
  2. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, met kabinet te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 bus 65, voor wie optreedt de Dienst Geschillen en Juridische Adviezen, met kantoor te 1000 Brussel, Waterloolaan 115, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het tussenvonnis en het eindvonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Brussel, van 31 oktober 2022 en 20 maart
  3. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 21 oktober 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Eerste middel
  4. Krachtens artikel 806 Gerechtelijk Wetboek willigt de rechter in geval van verstek de vordering of het verweer van de verschijnende partij in, behalve in zoverre de rechtspleging, de vordering of het verweer strijdig is met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen.
  5. Een rechtsregel die in het privaatrecht de juridische grondslagen bepaalt waarop de maatschappij berust, is van openbare orde.
  6. In de context van artikel 806 Gerechtelijk Wetboek is het strijdig met de openbare orde in geval verstek ook een kennelijk niet-ontvankelijke of ongegronde vordering dan wel een kennelijk ongegrond verweer te moeten inwilligen.
  7. De rechter kan, in geval van verstek, ambtshalve het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van een partij opwerpen om een vordering af te wijzen als niet ontvankelijk.
  8. De rechter stelt vast dat: - de eiseres bij verzoekschrift neergelegd op 27 mei 2022 beroep instelt tegen een beslissing van 16 maart 2022 in een sanctieprocedure met nummer S20221/107; - de eiseres in haar verzoekschrift als verwerende partij “de Kansspelcommissie, bij de Federale Overheidsdienst Justitie” vermeldt.
  9. In het tussenvonnis, gewezen bij verstek ten aanzien van de verwerende partij, werpt de rechter ambtshalve de vraag op of de Kansspelcommissie rechtspersoonlijkheid heeft en beschikt over bekwaamheid als tegenpartij van de eiseres.
  10. In het eindvonnis, eveneens gewezen bij verstek ten aanzien van de verwerende partij, oordeelt de rechter dat: - de eiseres niet betwist dat de Kansspelcommissie geen rechtspersoonlijkheid heeft, maar louter een orgaan van de Belgische Staat is; - de Belgische Staat als enige bekwaam is als tegenpartij van de eiseres; - door beroep in te stellen tegen de Kansspelcommissie de eiseres haar vordering heeft ingesteld tegen een in rechte onbestaande partij; - dergelijk beroep moet worden afgewezen als niet ontvankelijk; - het strijdig zou zijn met de openbare orde een vordering in te willigen tegen een versteklatende partij die eigenlijk niet bestaat.
  11. De rechter die op grond van voormelde redenen het beroep van de eiseres afwijst, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. (…) Derde middel
  12. Krachtens artikel 15/7, § 1, Kansspelwet kan de betrokkene die de beslissing waarbij door de commissie een administratieve geldboete wordt opgelegd, betwist, binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de commissie, door middel van een verzoekschrift, beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg van zijn woonplaats of maatschappelijke zetel, die zetelt met volle rechtsmacht.
  13. De rechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiseres niet betwist dat de Kansspelcommissie geen rechtspersoonlijkheid heeft, maar louter een orgaan is van de Belgische Staat; - de Belgische Staat als enige bekwaam is als tegenpartij van de eiseres.
  14. Door het beroep van de eiseres af te wijzen als niet ontvankelijk omdat het verkeerdelijk is gericht tegen de Kansspelcommissie in plaats van de Belgische Staat, miskent de rechter het recht op toegang tot de rechter niet. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  15. Voor het overige is het middel niet gericht tegen de bestreden beslissing en bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de verweerders tot de kosten van de betekening van de memorie van antwoord. Veroordeelt de eiseres tot de overige kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 638,02 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Bepaalt de kosten voor de verweerders op 324,83 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 22 november 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241122.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241122.1N.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241004.1N.7 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250328.1N.1 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251210.2F.35 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961220.9 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060629.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.