id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241122.1N.7 Rolnummer: C.23.0185.N Zaak: HOF TER LINT bv contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-17 Raadplegingen: 715 - laatst gezien 2026-06-18 18:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241122.1N.7 Fiches 1 - 2 Het recht om op grond van artikel 194 Gemeentedecreet in naam en voor rekening van de gemeente in rechte op te treden omvat, opdat het zijn effectiviteit niet zou verliezen, ook het recht om in naam en voor rekening van de gemeente de tenuitvoerlegging na te streven van een op grond van die bepaling verkregen veroordeling
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Gemeentedecreet 15 juli 2005 - 15-07-2005 - Art. 194 - 51 ELI link Pub nr 2005036063 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Gemeentedecreet 15 juli 2005 - 15-07-2005 - Art. 194 - 51 ELI link Pub nr 2005036063 Fiche 3 De beslagrechter die, krachtens de artikelen 1395, eerste lid, en 1498 Gerechtelijk Wetboek, kennisneemt van de vorderingen betreffende de middelen tot tenuitvoerlegging, beoordeelt de rechtmatigheid en de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging; hij is aldus bevoegd om te onderzoeken of de schuldvordering die uit de uitvoerbare titel blijkt, niet is tenietgegaan na het ontstaan van de titel, in welk geval deze niet meer actueel is en de tenuitvoerlegging onrechtmatig zou zijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1395, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 4 In geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een veroordeling tot dwangsom inhoudt, moet de beslagrechter, op grond van artikel 1498 Gerechtelijk Wetboek bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom is verschuldigd, al dan niet vervuld zijn; de beslagrechter moet daarbij als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel, en dat de beslagrechter niet bevoegd is de inhoud van de dwangsomtitel te wijzigen, te beperken of uit te breiden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 793, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 5 De dwangsom verbeurt zolang de hoofdveroordeling niet is uitgevoerd en de titel actueel is
(1).
(1). Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 6 De actualiteit van een dwangsomtitel gaat teloor wanneer deze ten gevolge van later ingetreden omstandigheden niet langer de juiste materieelrechtelijke verhouding tussen de partijen weergeeft
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 7 De actualiteit van een onder verbeurte van een dwangsom opgelegd rechterlijk verbod om een activiteit uit te oefenen of een handeling te stellen zonder over de daartoe vereiste vergunning te beschikken, gaat teloor wanneer de veroordeelde beschikt over een vergunning die niet meer aanvechtbaar en bijgevolg definitief is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 8 - 9 De dwangsomrechter moet ook wanneer de vergunning door een vernietigingsarrest van de Raad van State met terugwerkende kracht uit de rechtsorde verdwijnt, het bestaan van de niet-geschorste vergunning als rechtsfeit erkennen bij de beoordeling of dwangsommen al dan niet zijn verbeurd; hieruit volgt dat wanneer een rechterlijk verbod wordt opgelegd om een activiteit uit te oefenen of een handeling te stellen zonder over de daartoe vereiste vergunning te beschikken, in de regel geen dwangsommen verbeuren in de periode waarin de onder dwangsom veroordeelde over een niet-geschorste vergunning beschikte, ook al wordt deze nadien vernietigd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 10 Uit de loutere omstandigheid dat de beslissing dat ten laste van de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij gedurende dezelfde periode dwangsommen zijn verbeurd op dezelfde grondslag berust als de beslissing ten aanzien van de eiseres, volgt niet dat er een nauw verband bestaat tussen beide beslissingen en dat de cassatie van laatstgenoemde beslissing zich uitstrekt tot de beslissing ten aanzien van de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, die beschikte over de mogelijkheid om zelf cassatieberoep aan te tekenen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0185.N HOF TER LINT bv, met zetel te 1785 Merchtem, Dooren 105, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0477.759.939, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- P.V.H.,
- M.C., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. in aanwezigheid van
- J.P., advocaat, met kantoor te (…), in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van H.D.W.,
- H.D.W., tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187 bus 302, waar de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 21 november 2022, na verwijzing bij arrest van het Hof van 15 januari
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 24 oktober 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 194 Gemeentedecreet kunnen een of meer inwoners in rechte optreden namens de gemeente wanneer het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad nalaten in rechte op te treden, mits zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden uitgesproken. In voorkomend geval kan de gemeente over het geding geen dading aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft gevoerd.
- Het recht om op grond van artikel 194 Gemeentedecreet in naam en voor rekening van de gemeente in rechte op te treden omvat, opdat het zijn effectiviteit niet zou verliezen, ook het recht om in naam en voor rekening van de gemeente de tenuitvoerlegging na te streven van een op grond van die bepaling verkregen veroordeling. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. (…) Tweede middel
- Krachtens artikel 1494 Gerechtelijk Wetboek mag geen uitvoerend beslag worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken. De beslagrechter die, krachtens de artikelen 1395, eerste lid, en 1498 Gerechtelijk Wetboek, kennisneemt van de vorderingen betreffende de middelen tot tenuitvoerlegging, beoordeelt de rechtmatigheid en de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging. Hij is aldus bevoegd om te onderzoeken of de schuldvordering die uit de uitvoerbare titel blijkt, niet is tenietgegaan na het ontstaan van de titel, in welk geval deze niet meer actueel is en de tenuitvoerlegging onrechtmatig zou zijn. In geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een veroordeling tot dwangsom inhoudt, moet de beslagrechter, op grond van artikel 1498 Gerechtelijk Wetboek bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom is verschuldigd, al dan niet vervuld zijn. De beslagrechter moet daarbij als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel, en dat de beslagrechter niet bevoegd is de inhoud van de dwangsomtitel te wijzigen, te beperken of uit te breiden.
- De dwangsom verbeurt zolang de hoofdveroordeling niet is uitgevoerd en de titel actueel is. De actualiteit van een dwangsomtitel gaat teloor wanneer deze ten gevolge van later ingetreden omstandigheden niet langer de juiste materieelrechtelijke verhouding tussen de partijen weergeeft.
- De actualiteit van een onder verbeurte van een dwangsom opgelegd rechterlijk verbod om een activiteit uit te oefenen of een handeling te stellen zonder over de daartoe vereiste vergunning te beschikken, gaat teloor wanneer de veroordeelde beschikt over een vergunning die niet meer aanvechtbaar en bijgevolg definitief is. Dit neemt niet weg dat de dwangsomrechter ook wanneer de vergunning door een vernietigingsarrest van de Raad van State met terugwerkende kracht uit de rechtsorde verdwijnt, het bestaan van de niet-geschorste vergunning als rechtsfeit moet erkennen bij de beoordeling of dwangsommen al dan niet zijn verbeurd. Hieruit volgt dat wanneer een rechterlijk verbod wordt opgelegd om een activiteit uit te oefenen of een handeling te stellen zonder over de daartoe vereiste vergunning te beschikken, in de regel geen dwangsommen verbeuren in de periode waarin de onder dwangsom veroordeelde over een niet-geschorste vergunning beschikte, ook al wordt deze nadien vernietigd.
- De appelrechters stellen vast dat: - de eiseres bij arrest van 21 juni 2016 het verbod werd opgelegd om, uiterlijk één jaar na betekening van dat arrest, haar onderneming verder uit te baten zonder over de vereiste exploitatievergunning te beschikken, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500 euro per dag dat de exploitatie wordt voortgezet; - de verweerders dwangsommen invorderen voor de periode van 17 november 2017 tot en met 16 mei 2018; - de eiseres van het bevoegde bestuur op 9 maart 2017 een exploitatievergunning verkreeg; - die vergunning door de Raad van State op 22 maart 2018 werd geschorst en op 24 oktober 2019 werd vernietigd.
- De appelrechters die oordelen dat voor de gehele periode van 17 november 2017 tot en met 16 mei 2018 dwangsommen worden verbeurd, terwijl de eiseres tussen 17 november 2017 en 22 maart 2018 over een niet-geschorste vergunning beschikte, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. In zoverre is het middel gegrond. Omvang van de cassatie
- Uit de loutere omstandigheid dat de beslissing dat ten laste van de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij gedurende de gehele periode van 17 november 2017 tot en met 16 mei 2018 dwangsommen zijn verbeurd op dezelfde grondslag berust als de beslissing ten aanzien van de eiseres, volgt niet dat er een nauw verband bestaat tussen beide beslissingen en dat de cassatie van laatstgenoemde beslissing zich uitstrekt tot de beslissing ten aanzien van de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij. De tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij beschikte over de mogelijkheid om zelf cassatieberoep aan te tekenen, maar het blijkt niet dat zij deze mogelijkheid heeft benut. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de verbeurte van dwangsommen ten aanzien van de eiseres. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 22 november 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241122.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241122.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div