id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 4
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 19bis-11, § 1, 7° - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 19bis-17 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - OVEREENKOMSTEN. REGRES - Verzekering. Indeplaatsstelling Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 4
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 19bis-11, § 1, 7° - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 19bis-17 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 4
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 19bis-11, § 1, 7° - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 19bis-17 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 3
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 4
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 19bis-11, § 1, 7° - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 19bis-17 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0764.N BELGISCH GEMEENSCHAPPELIJK WAARBORGFONDS, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Liefdadigheidstraat 33 bus 1, ON 0407.229.655, vrijwillig tussengekomen partij en burgerlijke partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- P. C., burgerlijke partij, verweerder,
- R. G. L., beklaagde, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 22 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep in zoverre het bestreden vonnis geen eindbeslissingen bevat als bedoeld door artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, noch een beslissing als bedoeld door het tweede lid van die bepaling. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De appelrechters spreken de verweerder 2 vrij van de hem ten laste gelegde feiten en verklaren zich onbevoegd om uitspraak te doen over de burgerlijke vordering ingesteld door de verweerder 1 tegen deze partij. In zoverre gericht tegen die beslissing is het cassatieberoep niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 19bis-11, § 1, 19bis-13, 19bis-14 en 19bis-17 WAM: de appelrechters veroordelen de eiser ten onrechte op grond van artikel 19bis-11, § 1, 7°, WAM tot het vergoeden van de schade van de verweerder 1; na de vrijspraak van de verweerder 2 was de strafrechter niet langer bevoegd om uitspraak te doen over deze burgerlijke vordering.
- Krachtens de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan de strafrechter een burgerlijke vordering tot herstel van schade slechts gegrond verklaren indien hij vaststelt dat de schade voortvloeit uit een als misdrijf gekwalificeerd feit waarvoor de beklaagde is vervolgd en dat de rechter bewezen verklaart. Artikel 19bis-17 WAM bepaalt dat, wanneer de burgerlijke vordering tot vergoeding van de door een motorrijtuig veroorzaakte schade wordt ingesteld voor het strafgerecht, het Fonds vrijwillig kan tussenkomen in het geding onder dezelfde voorwaarden als wanneer de vordering voor het burgerlijk gerecht was gebracht. Artikel 19bis-11, § 1, 7°, WAM bepaalt dat elke benadeelde van het Fonds de vergoeding kan verkrijgen van de schade die door een motorrijtuig is veroorzaakt indien dit motorrijtuig niet kan worden geïdentificeerd en dat het Fonds in dat geval in de plaats van de aansprakelijke persoon kan worden gesteld.
- Uit deze bepalingen volgt dat de strafrechter die de beklaagde vrijspreekt voor de hem ten laste gelegde feiten en aldus oordeelt dat de beklaagde niet aansprakelijk is voor het ongeval, niet bevoegd is om het Fonds in de plaats te stellen van de aansprakelijke persoon en te veroordelen tot het vergoeden van de schadelijke gevolgen van het ongeval.
- De appelrechters oordelen dat: - de verweerder 2 is gedagvaard wegens het onopzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen aan de verweerder 1, vluchtmisdrijf en een inbreuk op de artikelen 9.1.1 en 10.1.1°, Wegverkeersreglement; - de verweerder 2 voor deze ten laste gelegde feiten wordt vrijgesproken op grond van twijfel; - zij, gelet op deze vrijspraak, onbevoegd zijn om te oordelen over de burgerlijke vorderingen van de verweerder 1 en de eiser, ingesteld tegen de verweerder 2; - deze vrijspraak niet verhindert dat de eiser tot vergoeding van de schade van de verweerder 1 is gehouden op grond van artikel 19bis-11, § 1, 7°, WAM, dat het Fonds in de plaats stelt van de aansprakelijke persoon indien het motorvoertuig dat het ongeval heeft veroorzaakt niet kan worden geïdentificeerd.
- De appelrechters die aldus oordelen dat de vrijspraak van de verweerder 2 niet verhindert dat de eiser op grond van artikel 19bis-11, § 1, 7°, WAM gehouden is de door de verweerder 1 geleden schade te vergoeden, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de beslissing over het beginsel van aansprakelijkheid, brengt, niettegenstaande de gedane afstand, de vernietiging met zich mee van de beslissingen op burgerlijk gebied die daarvan het gevolg zijn. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke vordering van de verweerder 1 ingesteld tegen de eiser. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 186,18 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 26 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div