id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.30 Rolnummer: P.24.1540.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Unierecht - Overige Invoerdatum: 2024-11-29 Raadplegingen: 732 - laatst gezien 2026-06-18 18:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel wordt geweigerd ingeval er ernstige redenen bestaan te denken dat de tenuitvoerlegging van dat bevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokkene, zoals die worden bevestigd door artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; uit het arrest van het Hof van Justitie van 5 april 2016, nr. C-404/15 (Pál Aranyosi) en C-659/15 (Câldâru), volgt dat het Belgische onderzoeksgerecht: - dat bewijzen heeft dat er een reëel gevaar bestaat dat personen die in de uitvaardigende staat zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, verplicht is te beoordelen of dit gevaar bestaat alvorens tot de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel te besluiten; -zich bij deze beoordeling dient te baseren op objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens die, wat de detentievoorwaarden van de uitvaardigende lidstaat betreft, kunnen duiden op gebreken die hetzij structureel of fundamenteel zijn, hetzij bepaalde groepen van personen raken, hetzij bepaalde detentiecentra betreffen; deze gegevens kunnen blijken uit internationale rechterlijke beslissingen, zoals de arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; -concreet en nauwkeurig moet nagaan of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd vanwege de detentieomstandigheden in die lidstaat een reëel gevaar zal lopen te worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer hij wordt overgeleverd aan die lidstaat; en -daartoe, zo nodig, aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit om aanvullende gegevens moet verzoeken en in afwachting van de ontvangst van deze gegevens zijn beslissing over de overlevering moet uitstellen. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 5 - 9 Uit de overweging
(10)van de preambule van het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, waarvan de Wet Europees Aanhoudingsbevel de omzetting naar Belgisch recht uitmaakt, blijkt dat de regeling inzake het Europees aanhoudingsbevel berust op een hoge mate van vertrouwen tussen de lidstaten; deze hoge mate van vertrouwen tussen de lidstaten houdt een vermoeden in van eerbiediging door de uitvaardigende lidstaat van de fundamentele rechten bedoeld in artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel; de weigering tot overlevering op grond van die bepaling is dan ook enkel verantwoord wanneer er ernstige en concrete gegevens worden aangevoerd die doen aannemen dat de fundamentele rechten van de persoon zelf, om wiens overlevering wordt gevraagd, in de uitvaardigende staat kennelijk in gevaar zullen worden gebracht, of met andere woorden dat er een ernstig, persoonlijk en direct risico is op miskenning van zijn fundamentele rechten; het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar of dergelijke gegevens voorhanden zijn; het onderzoeksgerecht oordeelt evenzeer onaantastbaar of het zich op basis van de informatie die het dossier bevat en die door de partijen wordt overgelegd, voldoende voorgelicht acht om zich uit te spreken over het toepassen van de weigeringsgrond van artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel; uit het loutere feit dat de betrokkene een mogelijke miskenning van zijn fundamentele rechten aanvoert omwille van de detentieomstandigheden in gevangenissen van de uitvaardigende staat, volgt niet dat het onderzoeksgerecht steeds verplicht is daarover nadere informatie in te winnen
(1).
(1)Zie o.a. Cass. 13 augustus 2024, AR P.24.1221.F ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240813.VAC.9, AC 2024, nr. 528; Cass. 20 februari 2024, AR P.24.0231.N ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.31, AC 2024, nr. 144; Cass. 19 april 2022, AR P.22.0483.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.12, AC 2022, nr. 270; Cass. 25 augustus 2021, AR P.P.21.1119.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210825.VAK.7, AC 2021, nr. 505; Cass. 24 maart 2020, AR P.20.0320.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200324.2N.20, AC 2020, nr. 212; Cass. 10 maart 2020, AR P.20.0242.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200310.2N.21, AC 2020, nr. 179; Cass. 19 november 2013, AR P.13.1765.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131119.5, AC 2013, nr. 615. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 10 - 12 Wanneer het openbaar ministerie geen hoger beroep heeft ingesteld tegen het onderdeel van de beschikking van de raadkamer over de terugkeergarantie van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd en die persoon een algemeen hoger beroep heeft ingesteld tegen de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel, kan de kamer van inbeschuldigingstelling niet meer over het toekennen van de terugkeergarantie beslissen, bij gebrek aan saisine, omdat de raadkamer daarover reeds definitief heeft beslist en de persoon tegen die het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd geen belang heeft om daartegen hoger beroep in te stellen. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 13 - 15 Uit artikel 211bis Wetboek van Strafvordering volgt dat eenstemmigheid is vereist voor het appelgerecht om inzake de hechtenis die werd bevolen in een procedure tot tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel een voor de aangehoudene gunstige beschikking te kunnen wijzigen; die eenstemmigheid moet ondubbelzinnig blijken uit de appelbeslissing
(1); uit de enkele overname door de kamer van inbeschuldigingstelling van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie, waarin na vermelding van die redenen, in het dictum wordt gevorderd om gelet op die redenen met eenparigheid van stemmen het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en de hechtenis van de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, te handhaven met uitvoering in de gevangenis, kan niet worden afgeleid dat de kamer van inbeschuldigingstelling met eenparige stemmen heeft geoordeeld.
(1)Cass. 29 april 2020, AR P.20.0439.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200429.2F.9, AC 2020, nr.
- Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1540.N D. P., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 1.3, 5 en 6.1 van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ van 13 juni 2002 van de Raad betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (hierna Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel): het arrest verwerpt eisers verzoek om het openbaar ministerie uit te nodigen om in Spanje aanvullende, concrete en nauwkeurige informatie op te vragen met betrekking tot de concrete detentieomstandigheden waarin hij zou verkeren na de gebeurlijke tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel teneinde aldus na te gaan of door Spanje als uitvaardigende lidstaat afdoende garanties kunnen worden aangereikt om enig gevaar op miskenning van de fundamentele rechten van de eiser uit te sluiten; de aangevoerde bepalingen, de uitlegging gegeven in het arrest van 5 april 2016 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna Hof van Justitie) en de primauteit van artikel 6 EVRM op het beginsel van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten verhinderen de weigering van dat verzoek.
- Artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel wordt geweigerd ingeval er ernstige redenen bestaan te denken dat de tenuitvoerlegging van dat bevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokkene, zoals die worden bevestigd door artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
- Uit het arrest van het Hof van Justitie van 5 april 2016, nr. C-404/15 (Pál Aranyosi) en C-659/15 (Câldâru), volgt dat het Belgische onderzoeksgerecht: - dat bewijzen heeft dat er een reëel gevaar bestaat dat personen die in de uitvaardigende staat zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, verplicht is te beoordelen of dit gevaar bestaat alvorens tot de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel te besluiten; - zich bij deze beoordeling dient te baseren op objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens die, wat de detentievoorwaarden van de uitvaardigende lidstaat betreft, kunnen duiden op gebreken die hetzij structureel of fundamenteel zijn, hetzij bepaalde groepen van personen raken, hetzij bepaalde detentiecentra betreffen. Deze gegevens kunnen blijken uit internationale rechterlijke beslissingen, zoals de arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; - concreet en nauwkeurig moet nagaan of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd vanwege de detentieomstandigheden in die lidstaat een reëel gevaar zal lopen te worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer hij wordt overgeleverd aan die lidstaat; - daartoe, zo nodig, aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit om aanvullende gegevens moet verzoeken en in afwachting van de ontvangst van deze gegevens zijn beslissing over de overlevering moet uitstellen.
- Uit de overweging
(10)van de preambule van het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, waarvan de Wet Europees Aanhoudingsbevel de omzetting naar Belgisch recht uitmaakt, blijkt dat de regeling inzake het Europees aanhoudingsbevel berust op een hoge mate van vertrouwen tussen de lidstaten. Deze hoge mate van vertrouwen tussen de lidstaten houdt een vermoeden in van eerbiediging door de uitvaardigende lidstaat van de fundamentele rechten bedoeld in artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel.
- De weigering tot overlevering op grond van die bepaling is dan ook enkel verantwoord wanneer er ernstige en concrete gegevens worden aangevoerd die doen aannemen dat de fundamentele rechten van de persoon zelf, om wiens overlevering wordt gevraagd, in de uitvaardigende staat kennelijk in gevaar zullen worden gebracht, of met andere woorden dat er een ernstig, persoonlijk en direct risico is op miskenning van zijn fundamentele rechten.
- Het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar of dergelijke gegevens voorhanden zijn.
- Het onderzoeksgerecht oordeelt evenzeer onaantastbaar of het zich op basis van de informatie die het dossier bevat en die door de partijen wordt overgelegd, voldoende voorgelicht acht om zich uit te spreken over het toepassen van de weigeringsgrond van artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel. Uit het loutere feit dat de betrokkene een mogelijke miskenning van zijn fundamentele rechten aanvoert omwille van de detentieomstandigheden in gevangenissen van de uitvaardigende staat, volgt niet dat het onderzoeksgerecht steeds verplicht is daarover nadere informatie in te winnen.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 10) oordeelt dat de eiser geenszins op een concrete en geïndividualiseerde wijze aannemelijk maakt dat voor hem in Spanje de mensenrechten niet zouden worden gerespecteerd en dat de loutere vraag aan het openbaar ministerie om zich te informeren over de detentietoestand op zich geen enkele aanwijzing bevat dat de detentieomstandigheden van die aard zijn dat in Spanje zijn fundamentele rechten zouden worden miskend. Aldus verantwoordt het arrest zonder schending van de in het onderdeel aangewezen bepalingen de beslissing dat niet wordt ingegaan op het in het onderdeel bedoelde verzoek. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: met het oordeel dat de eiser in zijn appelconclusie geenszins op een concrete en geïndividualiseerde wijze aannemelijk maakt dat in Spanje de mensenrechten niet zouden worden gerespecteerd, beantwoordt het arrest niet eisers appelconclusie waarin hij heeft aangevoerd dat hij een verweer over de miskenning van de mensenrechten enkel kan voeren na een aanvullend onderzoek omtrent de concrete detentieomstandigheden in Spanje.
- Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel.
- Artikel 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling bij wege van een met redenen omklede beslissing uitspraak doet over het beroep van de betrokken persoon of het openbaar ministerie tegen een beschikking van de raadkamer over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel. Het onderzoeksgerecht dat op korte termijn moet beslissen over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, moet een in een conclusie aangevoerd middel niet tot in de bijzonderheden beantwoorden.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Met een geheel van redenen beantwoordt het arrest (p. 9-10, nr. 3) wel degelijk het in eisers appelconclusie aangevoerde verzoek tot aanvullend onderzoek over de concrete detentieomstandigheden in Spanje. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel en miskenning van de relatieve werking van het hoger beroep: het arrest beveelt de tenuitvoerlegging van het Spaanse Europees aanhoudingsbevel en het bevestigt in zoverre de beroepen beschikking, maar het hervormt die beschikking door eisers overlevering niet afhankelijk te maken van de voorwaarde bepaald in artikel 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel (terugkeergarantie); bij gebrek aan saisine kan de kamer van inbeschuldigingstelling op die in eerste aanleg besliste voorwaarde niet meer terugkomen; het openbaar ministerie stelde enkel hoger beroep in tegen alle schikkingen van de beroepen beschikking betreffende eisers vrijlating onder voorwaarden en uit zijn schriftelijke vordering in hoger beroep blijkt dat de terugkeergarantie net wordt aangehaald om de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel te bevestigen; de eiser zelf verzocht in zijn appelconclusie minstens vast te stellen dat tegen de besliste voorwaarde geen ontvankelijk hoger beroep werd ingesteld.
- De persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, kan tegen een beschikking van de raadkamer over de tenuitvoerlegging van dat bevel slechts hoger beroep instellen indien hij daartoe een belang heeft.
- Uit zijn verklaring van hoger beroep van 29 oktober 2024 blijkt dat de procureur des Konings hoger beroep heeft ingesteld tegen “de vrijlating van [de eiser] onder voorwaarden in het kader van een Europees Aanhoudingsbevel”, uitgesproken in de beroepen beschikking en dat “dit beroep wordt aangetekend tegen alle schikkingen”. Uit eisers verklaring van hoger beroep van 30 oktober 2024 blijkt dat hij hoger beroep heeft ingesteld tegen “de tenuitvoerlegging van het Europees Aanhoudingsbevel”.
- Eensdeels volgt uit de verklaring van hoger beroep van het openbaar ministerie dat het geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de beroepen beschikking in zoverre daarin wordt beslist dat de tenuitvoerlegging van het Spaanse Europese aanhoudingsbevel wordt afhankelijk gemaakt van de voorwaarde bepaald in artikel 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel. Anderdeels stelde de eiser weliswaar een algemeen hoger beroep in, maar had hij geen belang om op ontvankelijke wijze de voor hem gunstige beslissing om de tenuitvoerlegging van het Spaanse Europese aanhoudingsbevel afhankelijk te maken van de voorwaarde bepaald in artikel 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel, bij het appelgerecht aanhangig te maken.
- Het appelgerecht dat oordeelt zoals het middel vermeldt en aldus uitspraak doet over het afhankelijk maken van eisers overlevering van de voorwaarde bepaald in artikel 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel, waarover reeds definitief werd beslist in de beroepen beschikking, treedt daarmee buiten zijn saisine en verantwoordt die beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: het arrest besluit tot de handhaving van eisers aanhouding met uitvoering in de gevangenis en hervormt daarmee de beroepen beschikking waarin de eiser werd vrijgelaten onder voorwaarden; daarmee wijzigt het arrest een voor de eiser gunstigere beslissing; hoewel het openbaar ministerie vorderde de beroepen beschikking te hervormen met eenparigheid van stemmen, laat het arrest na vast te stellen dat deze verzwaring met eenparigheid gebeurde.
- Uit artikel 211bis Wetboek van Strafvordering volgt dat eenstemmigheid is vereist voor het appelgerecht om inzake de hechtenis die werd bevolen in een procedure tot tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel een voor de aangehoudene gunstige beschikking te kunnen wijzigen.
- Die eenstemmigheid moet ondubbelzinnig blijken uit de appelbeslissing. Uit de enkele overname door de kamer van inbeschuldigingstelling van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie, waarin na vermelding van die redenen, in het dictum wordt gevorderd om gelet op die redenen met eenparigheid van stemmen het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en de hechtenis van de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, te handhaven met uitvoering in de gevangenis, kan niet worden afgeleid dat de kamer van inbeschuldigingstelling met eenparige stemmen heeft geoordeeld.
- Met overname van de redenen aangehaald in de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie oordeelt het arrest zoals het middel vermeldt. Aldus wijzigt het een voor de eiser gunstiger beschikking zonder uitdrukkelijk vast te stellen dat die beslissing eenparig is genomen. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel niet afhankelijk stelt van de voorwaarde bepaald in artikel 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel en het beslist tot de handhaving van eisers hechtenis met uitvoering in de gevangenis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing voor wat betreft de beslissing over de terugkeergarantie van artikel 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel. Verwijst voor wat betreft de beslissing over de hechtenistoestand van de eiser de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 234,03 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 26 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.30 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131119.5 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200310.2N.21 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200324.2N.20 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200429.2F.9 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210825.VAK.7 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.12 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.31 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240813.VAC.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.26 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div