id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.32 Rolnummer: P.24.1552.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-11-29 Raadplegingen: 697 - laatst gezien 2026-06-16 17:53 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de rechter voor de vaststelling van ernstige aanwijzingen van schuld gegevens in aanmerking neemt die dateren van na de feiten waarvoor een bevel tot aanhouding is verleend. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 4 - 6 Krachtens de artikelen 23, 4°, en 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet, moet het onderzoeksgerecht antwoorden op de conclusies van de partijen; betwisten de partijen in hun conclusies het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld, onder vermelding van feitelijke gegevens, dan moet het, indien het de voorlopige hechtenis handhaaft, preciseren welke gegevens volgens het onderzoeksgerecht dergelijke aanwijzingen van schuld uitmaken; daaruit volgt dat het onderzoeksgerecht een in een conclusie aangevoerd verweer betreffende het voorhanden zijn van ernstige aanwijzingen van schuld kan beantwoorden door op gemotiveerde wijze dat verweer te verwerpen dan wel door het preciseren van andere dan de met het verweer bekritiseerde ernstige aanwijzingen van schuld; de verplichting het verweer over het voorhanden zijn van ernstige aanwijzingen van schuld op gemotiveerde wijze te beantwoorden moet op een redelijke wijze worden ingevuld; dit houdt in dat het onderzoeksgerecht dit verweer in zijn essentie moet beantwoorden, zonder dat het moet ingaan op elk detail
(1).
(1)Zie ook Cass. 18 oktober 2023, AR P.23.1383.F ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231018.2F.12, AC 2023, nr. 664, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas.; Cass. 10 januari 2023, AR P.22.1775.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.17, AC 2023, nr. 24; Cass. 14 juni 2022, AR P.22.0760.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.14, AC 2022, nr. 422; Cass. 25 januari 2022, AR P.22.0074.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.14, AC 2022, nr. 66, T. Strafr. 2022, 111, NC 2022, 225; Cass. 4 januari 2022, AR P.21.1655.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.13, AC 2022, nr. 3; Cass. 17 juli 2019, AR P.19.0732.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190717.4, AC 2019, nr. 421; Cass. 8 mei 2019, AR P.19.0441.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190508.16, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, derde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1552.N S. P., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Christian Clement, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5.3 EVRM, artikel 8.17 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 16, § 5, eerste lid, 21, § 4 en 23, 4°, Voorlopige Hechteniswet: het arrest beantwoordt niet het in eisers appelconclusie aangevoerd concreet en gedetailleerd verweer met betrekking tot de ernstige aanwijzingen van schuld; in die appelconclusie heeft de eiser de in het bevel tot aanhouding vermelde gegevens als ernstige aanwijzingen voor schuld weerlegd; de motivering van het arrest duidt geen concrete ernstige aanwijzingen van schuld aan; het arrest motiveert dat de medeverdachte gewapend zou zijn, maar laat na concreet het vermeende aandeel van de eiser aan te duiden; in zijn appelconclusie heeft de eiser uitdrukkelijk verwezen naar het aanvankelijk proces-verbaal (…), waaruit blijkt dat pas na de schietpartij en toen de eiser reeds ernstig verwond was, een derde een niet geladen wapen heeft gebracht naar de medeverdachte; met de reden dat de eiser met een medeverdachte, die gewapend zou zijn, naar het betrokken appartement is geweest, leest het arrest in het aanvankelijk proces-verbaal iets wat er niet in te lezen staat; aldus miskent het arrest de bewijskracht van het aanvankelijk proces-verbaal of van elk ander proces-verbaal.
- De rechter miskent de bewijskracht van een akte indien hij van een geschrift, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, met andere woorden wanneer hij het geschrift doet liegen.
- Het arrest verwijst niet naar het aanvankelijk proces-verbaal (…), zodat het de bewijskracht ervan niet kan miskennen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- In zoverre het middel verder niet preciseert van welke andere processen-verbaal van het strafdossier het arrest de bewijskracht miskent, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de rechter voor de vaststelling van ernstige aanwijzingen van schuld gegevens in aanmerking neemt die dateren van na de feiten waarvoor een bevel tot aanhouding is verleend. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Krachtens de artikelen 23, 4° en 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet, moet het onderzoeksgerecht antwoorden op de conclusies van de partijen. Betwisten de partijen in hun conclusies het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld, onder vermelding van feitelijke gegevens, dan moet het, indien het de voorlopige hechtenis handhaaft, preciseren welke gegevens volgens het onderzoeksgerecht dergelijke aanwijzingen van schuld uitmaken.
- Daaruit volgt dat het onderzoeksgerecht een in een conclusie aangevoerd verweer betreffende het voorhanden zijn van ernstige aanwijzingen van schuld kan beantwoorden door op gemotiveerde wijze dat verweer te verwerpen dan wel door het preciseren van andere dan de met het verweer bekritiseerde ernstige aanwijzingen van schuld.
- De verplichting het verweer over het voorhanden zijn van ernstige aanwijzingen van schuld op gemotiveerde wijze te beantwoorden moet op een redelijke wijze worden ingevuld. Dit houdt in dat het onderzoeksgerecht dit verweer in zijn essentie moet beantwoorden, zonder dat het moet ingaan op elk detail.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt als volgt: - de in het bevel tot aanhouding vermelde ernstige aanwijzingen van schuld zijn nog steeds actueel; - in het appartement waar de eiser met de medeverdachte D. is geweest, werd G. aangetroffen met verschillende schotwonden; - het feit dat de eiser ook zelf slachtoffer is en kennelijk bijzonder zwaar gewond werd, doet geen afbreuk aan het feit dat hij kennelijk met een medeverdachte die gewapend was naar het betrokken appartement is geweest waar kennelijk over en weer werd geschoten; - in de garage waar de eiser en zijn mededader werden aangetroffen, werd ook een tas met een wapen en munitie aangetroffen. Met deze redenen beantwoordt en verwerpt het arrest de door de eiser in zijn appelconclusie gevoerde betwisting over het voorhanden zijn van ernstige aanwijzingen van schuld, zonder dat het diende in te gaan op elk detail van die betwisting. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 26 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.32 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190508.16 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190717.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.13 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.14 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.14 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.17 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231018.2F.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div