id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.9 Rolnummer: P.24.1079.N Zaak: Z. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-11-29 Raadplegingen: 741 - laatst gezien 2026-06-18 21:20 Fiche De rechter die oordeelt dat stukken die een partij na het in beraad nemen van de zaak heeft overgelegd als grondslag voor een verzoek om heropening van het debat, niet nuttig zijn voor zijn oordeelsvorming, hoeft niet uitdrukkelijk vast te stellen dat die stukken uit de rechtspleging worden geweerd
(1).
(1)Cass. 21 december 2021, AR P.21.0055.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211221.2N.21, AC 2021, nr. 817; Cass. 11 maart 2020, AR P.19.1183.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200311.2F.2, AC 2020, nr. 183; Cass. 24 mei 2017, AR P.17.0271.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170524.2, AC 2017, nr.
- Contra: Cass. 14 februari 2001, P.00.1444.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.12, AC 2001, nr. 92; Cass. 10 oktober 2000, AR P.98.1561.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001010.11, AC 2000, nr. 531 (uitdrukkelijk weren van de stukken ingediend tijdens het beraad bij niet-heropening debat). Zie ook R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2014, p. 712, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1079.N B. Z., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. David Frejlich en mr. Koen Vaneecke, beiden advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 190 en 211 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het recht van verdediging waarvan het recht op tegenspraak deel uitmaakt: het arrest verwerpt eisers verzoek om de heropening van het debat omdat de erbij gevoegde stukken niet kunnen worden beschouwd als nieuw en van overwegend belang, maar het laat na deze nieuwe stukken uitdrukkelijk uit het debat te weren.
- De rechter die oordeelt dat stukken die een partij na het in beraad nemen van de zaak heeft overgelegd als grondslag voor een verzoek om heropening van het debat, niet nuttig zijn voor zijn oordeelsvorming, hoeft niet uitdrukkelijk vast te stellen dat die stukken uit de rechtspleging worden geweerd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De eiser heeft na het in beraad nemen van de zaak een verzoek om heropening van het debat ingediend met voeging van een nieuw stuk dat hij van belang acht voor de schuldbeoordeling. Het arrest oordeelt dat “de stukken die [de eiser] aanbrengt niet te beschouwen zijn als ‘nieuwe stukken’ van overwegend belang zodat het niet nuttig, noch noodzakelijk voorkomt om de debatten op grond daarvan te heropenen”. Aldus geven de appelrechters te kennen dat zij met dit stuk geen rekening houden en miskennen zijn eisers recht van verdediging niet. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 190 en 211 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het recht van verdediging waarvan het recht op tegenspraak deel uitmaakt: het arrest wijst eisers verzoek om inzage van een inbeslaggenomen gsm-toestel af omdat de uitlezing van dit toestel, zoals gebrand op een digitale gegevensdrager, op 16 februari 2023 werd neergelegd ter griffie en het resultaat van die uitlezing sindsdien vrij beschikbaar was voor alle partijen, terwijl er geen enkele reden is om niet in gaan op dit verzoek; het recht van verdediging houdt in dat een partij steeds de mogelijkheid moet hebben om alle beschikbare overtuigingsstukken te raadplegen.
- Uit artikel 6 EVRM en het daarin gewaarborgde recht op een eerlijk proces, artikel 190, tweede lid, Wetboek van Strafvordering betreffende de overtuigingsstukken en het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging volgt dat een beklaagde in beginsel toegang moet hebben tot de overtuigingsstukken en die dus ook moet kunnen consulteren, indien hij dit vraagt.
- Bij de uitoefening van dit recht moet evenwel rekening worden gehouden met de technische moeilijkheden die de consultatie van bepaalde overtuigingsstukken door hun aard en omvang met zich kan meebrengen en het risico op aantasting van die overtuigingsstukken bij de consultatie ervan. Daaruit volgt dat de consultatie van een bepaald overtuigingsstuk zelf aan een beklaagde kan worden ontzegd indien alle informatie die in dat overtuigingsstuk is vervat op een andere wijze ter beschikking wordt gesteld van de beklaagde.
- Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen of in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak de niet-consultatie door een beklaagde van een bepaald overtuigingsstuk zelf, waarvan de beklaagde evenwel alle in dit overtuigingsstuk vervatte informatie op een andere wijze kan consulteren, het recht van verdediging van die beklaagde miskent.
- Het Hof kan nagaan of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 7) oordeelt als volgt: - de eiser heeft in zijn appelconclusie de miskenning van zijn recht van verdediging aangevoerd gelet op de weigering door het parket-generaal om in te gaan op zijn verzoek om inzage van een inbeslaggenomen gsm-toestel, waarop bij uitlezing door de onderzoekers de chatconversaties tussen hem en Ravish Alphen Nl werden aangetroffen; - de eiser verzoekt de appelrechters om vooraleer verder recht te doen hem alsnog de gelegenheid te geven om inzage te krijgen in dit gsm-toestel; - uit het strafdossier blijkt dat de kwestieuze communicatie tussen de eiser en Ravish Alphen Nl werd aangetroffen in de inbeslaggenomen I-phone 12 Pro van de eiser, neergelegd ter griffie onder het OS-nummer (…); - uit het proces-verbaal (…) van 2 september 2022 is af te leiden dat de dienst CCU is overgegaan tot de uitlezing van de drie in beslag genomen gsm-toestellen van de eiser, waaronder de I-phone 12 Pro, en dat alle gegevens volgend op de elektronische uitlezingen werden gebrand op een digitale gegevensdrager die navolgend zou worden gevoegd aan het strafdossier; - de voor het onderzoek relevante elementen die werden aangetroffen in de inbeslaggenomen gsm-toestellen van de eiser, werden gedetailleerd opgenomen in het proces-verbaal (…) van 2 september 2022; - voor de volledige uitlezing van de toestellen hebben de onderzoekers, gezien de omvang, verwezen naar de digitale gegevensdragers; - uit het navolgend proces-verbaal (…) van 16 februari 2023 is af te leiden dat de harde schijf Barracuda met de onderzoeksgegevens, waaronder de uitlezingen van de gsm-toestellen, op 16 februari 2023 werd neergelegd ter griffie onder het OS-nummer (…) en dus vrij beschikbaar was voor alle partijen; - de neerlegging van de harde schijf werd door het openbaar ministerie bevestigd ter gelegenheid van de behandeling van de zaak voor het hof van beroep; - de eiser was aldus sedert 16 februari 2023 in de gelegenheid om van alle gegevens betreffende de uitlezing van zijn gsm-toestellen kennis te nemen en hieromtrent tegenspraak te voeren en om alle elementen aan te voeren die hij nuttig achtte voor zijn verdediging. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat er geen enkele reden is om in te gaan op het verzoek van de eiser om hem inzage te verlenen in het bewuste inbeslaggenomen gsm-toestel en dat zijn recht van verdediging ten volle werd gerespecteerd. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 133,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 26 november 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001010.11 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.12 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170524.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200311.2F.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211221.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div