← België

TELENET GROUP nv contra GEMEENTE VOEREN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241129.1N.2 Rolnummer: F.21.0006.N Zaak: TELENET GROUP nv contra GEMEENTE VOEREN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-12-17 Raadplegingen: 636 - laatst gezien 2026-06-18 20:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241129.1N.2 Fiches 1 - 2 Bij de toetsing van een gemeentelijk belastingreglement aan het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel moet de rechter onderzoeken of de belastingplichtige, die de strijdigheid van de vrijstelling met dat beginsel aanvoert, in concreto wordt gediscrimineerd door de toepassing van de belasting omdat hij deel uitmaakt van een categorie die op gelijke gronden de toepassing van de vrijstelling kan inroepen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Fiches 3 - 4 De belastingplichtige, ook al wordt hij niet in concreto gediscrimineerd, heeft geen belang om de wettigheid van een vrijstelling te betwisten met de argumentatie dat de onwettigheid van de vrijstelling de onwettigheid van het volledige belastingreglement tot gevolg heeft wanneer dit als een onsplitsbaar geheel dient te worden beschouwd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Tekst van de beslissing Nr. F.21.0006.N TELENET GROUP nv, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.925.669, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Marsveldplein 5, waar de eiseres woonplaats kiest. tegen GEMEENTE VOEREN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3798 Voeren, Gemeenteplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0216.773.422, verweerster, vertegenwoordigd door meester Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/17, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 april
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 30 oktober 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Vijfde onderdeel
  2. In zoverre het onderdeel opkomt tegen de beslissing van de appelrechters dat de vrijstelling van de installaties in artikel 4 van het belastingreglement beantwoordt aan de overweging in de aanhef dat dergelijke installaties niet dienen te worden belast, komt het op tegen een overtollig motief. Het kan mitsdien niet tot cassatie leiden en is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.
  3. Anders dan het onderdeel aanvoert, oordelen de appelrechters niet dat de vrijstelling voor masten en pylonen geplaatst door diensten van openbare besturen en andere openbare inrichtingen of instellingen in redelijkheid wordt verantwoord door de aard van de gemaakte differentiatie of voortvloeit of gedragen wordt door de context van de belastingverordening. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het arrest van de appelrechter en mist het feitelijke grondslag.
  4. Bij de toetsing van een gemeentelijk belastingreglement aan het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel moet de rechter onderzoeken of de belastingplichtige, die de strijdigheid van de vrijstelling met dat beginsel aanvoert, in concreto wordt gediscrimineerd door de toepassing van de belasting omdat hij deel uitmaakt van een categorie die op gelijke gronden de toepassing van de vrijstelling kan inroepen.
  5. In zoverre het onderdeel uitgaat van de rechtsopvatting dat een belastingplichtige, ook al wordt hij niet in concreto gediscrimineerd, belang heeft om de wettigheid van een vrijstelling te betwisten aangezien de onwettigheid van de vrijstelling de onwettigheid van het volledige belastingreglement tot gevolg heeft wanneer dit als een onsplitsbaar geheel dient te worden beschouwd, faalt het naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 539,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 29 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241129.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241129.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.