id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241129.1N.3 Rolnummer: F.22.0068.N Zaak: R. contra GEMEENTE DIEPENBEEK Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-12-17 Raadplegingen: 635 - laatst gezien 2026-06-18 17:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241129.1N.3 Fiche De loutere omstandigheid dat een aanslagbiljet inzake een gemeentelijke leegstandsbelasting niet de precieze omschrijving bevat van het belastbaar feit omdat werd nagelaten de eerste inventarisatiedatum in het register van de leegstand te vermelden, heeft niet de nietigheid van het aanslagbiljet tot gevolg; het volstaat dat het aanslagbiljet en de bijlage alle vermeldingen bevatten die nodig zijn om het bestaan te doen kennen van een uitvoerbare titel waartegen de belastingplichtige het door de wet bepaalde verhaal kan instellen; de veronachtzaming door het bestuur van de vermeldingen bedoeld in artikel 4, § 3, derde lid, Leegstandsdecreet wordt slechts gesanctioneerd indien de burger in wiens belang dit vormvereiste is voorgeschreven, in zijn belangen is geschaad. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Tekst van de beslissing Nr. F.22.0068.N J.R., eiseres, met als raadsman mr. Jonathan Himpe, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Hendrik van Veldekesingel 150 bus 21, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen GEMEENTE DIEPENBEEK vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor gevestigd te 3590 Diepenbeek, Dorpsstraat 14, verweerster, met als raadslieden mr. Steven Michiels, advocaat en mr. Nathalie Wouters, advocaten bij de balie Antwerpen, beiden met kantoor te 2800 Mechelen, Antwerpsesteenweg 16-18, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 november 2021. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 30 oktober 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel 2. De artikelen 4, § 2 en § 3, van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, hierna Leegstandsdecreet, zoals van toepassing, luiden als volgt: “§ 2. De kohieren bevatten: 1° de naam van de provincie of van de gemeente die de belasting heeft gevestigd; 2° de voornaam, achternaam of maatschappelijke benaming en het adres van de belastingplichtige; 3° de datum en benaming van het reglement krachtens welke de belasting is gevestigd; 4° het belastbaar feit, de berekening en het bedrag van de belasting, evenals het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft; 5° het nummer van het kohierartikel; 6° de datum van uitvoerbaarverklaring. § 3. De kohieren worden door de bevoegde overheid vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de financieel beheerder die onverwijld zorgt voor de verzending van de aanslagbiljetten, zonder kosten voor de belastingschuldige. Het aanslagbiljet bevat de gegevens, vermeld in § 2. Het aanslagbiljet bevat ook: 1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet; 2° de uiterste betalingsdatum; 3° de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.” 3. De loutere omstandigheid dat een aanslagbiljet inzake een gemeentelijke leegstandsbelasting niet de precieze omschrijving bevat van het belastbaar feit omdat werd nagelaten de eerste inventarisatiedatum in het register van de leegstand te vermelden, heeft niet de nietigheid van het aanslagbiljet tot gevolg. Het volstaat dat het aanslagbiljet en de bijlage alle vermeldingen bevatten die nodig zijn om het bestaan te doen kennen van een uitvoerbare titel waartegen de belastingplichtige het door de wet bepaalde verhaal kan instellen. De veronachtzaming door het bestuur van de vermeldingen bedoeld in artikel 4, § 3, derde lid, Leegstandsdecreet wordt slechts gesanctioneerd indien de burger in wiens belang dit vormvereiste is voorgeschreven, in zijn belangen is geschaad. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 346,03 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 29 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241129.1N.3 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241129.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.