id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241129.1N.6 Rolnummer: F.21.0100.N Zaak: VAB nv contra BELGISCHE STAAT, FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2024-12-17 Raadplegingen: 529 - laatst gezien 2026-06-15 03:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 6 Het hof stelt alvorens uitspraak te doen aan het Grondwettelijk Hof de hiernavolgende prejudiciële vraag: “Schendt artikel 275/5 WIB92, zoals van toepassing op het geding, wanneer het aldus wordt uitgelegd dat voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wegens ploegenarbeid vereist is dat de omvang van het werk hetzelfde is op het niveau van de opeenvolgende ploegen, en niet van de individuele werknemers, het door de gecoördineerde Grondwet in de artikelen 10 en 11 gewaarborgde gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel, doordat een ongerechtvaardigd verschil in behandeling in het leven wordt geroepen tussen ondernemingen waarin de verschillende ploegen volgens bandwerk steeds dezelfde omvang van werk verrichten, die wel van de vrijstelling genieten, en ondernemingen waarin de omvang van het werk van de ploegen varieert volgens piek- en daluren, die uitgesloten worden van de vrijstelling, in het licht van het door de maatregel nagestreefde doel om tegemoet te komen aan de extra kosten voor de werkgever die met een ploegenstelsel werkt en van het antwoord van de Europese Commissie dat de vrijstellingsmaatregel geen verboden staatssteun uitmaakt in de mate dat zij zich uitstrekt tot vrijwel alle economische sectoren?”
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Bedrijfsvoorheffing Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 172 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 7 De wetgever heeft de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing willen voorbehouden aan ondernemingen die werken met ploegen die hetzelfde werk doen qua inhoud en qua omvang; voor de toepassing van deze fiscale gunstmaatregel is vereist dat de omvang van het werk hetzelfde is op het niveau van de opeenvolgende ploegen, niet op het niveau van de individuele werknemers. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Bedrijfsvoorheffing Tekst van de beslissing Nr. F.21.0100.N VAB nv, met zetel te 2070 Zwijndrecht, Pastoor Coplaan 100, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0436.267.594, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal directeur van het Centrum Grote Ondernemingen Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, met keuze van woonplaats bij de directeur van de stafdienst logistiek, met kantoor te 1000 Brussel, North Galaxy, Toren B, 2de verdieping, Koning Albert II-laan 33, bus 971, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwerpen van 15 oktober 2019 en 19 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 17 februari 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd Het Hof heeft bij arrest van 24 maart 2023 een prejudiciële vraag gesteld aan het Grondwettelijk Hof. Bij arrest van 8 februari 2024 heeft het Grondwettelijk Hof deze vraag beantwoord. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan voormeld arrest van het Hof is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 275/5, § 1, eerste lid, WIB92, zoals van toepassing op het geschil, worden de ondernemingen waarin ploegenarbeid of nachtarbeid wordt verricht, die een ploegenpremie betalen of toekennen en die krachtens artikel 270, 1°, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die premie, ervan vrijgesteld een bedrag aan bedrijfsvoorheffing gelijk aan 15,6 pct. van de belastbare bezoldigingen waarin die ploegenpremies zijn begrepen, in de Schatkist te storten, op voorwaarde dat de genoemde voorheffing volledig op die bezoldigingen en premies wordt ingehouden.
- Krachtens § 2, 1°, van voornoemde bepaling wordt voor de toepassing van § 1 verstaan onder ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht: “de ondernemingen waar het werk wordt verricht in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak.” In de Franstalige versie van dit artikel 275/5, § 2, 1°, WIB92, zoals van toepassing op het geschil, worden ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht, gedefinieerd als “les entreprises où le travail est effectué en au moins deux équipes comprenant deux travailleurs au moins, lesquelles font le même travail tant en ce qui concerne son objet qu'en ce qui concerne son ampleur et qui se succèdent dans le courant de la journée sans qu'il n'y ait d'interruption entre les équipes successives et sans que le chevauchement excède un quart de leurs tâches journalières”.
- Uit de tekst en in het bijzonder uit de Franse tekstversie van artikel 275/5, § 2, 1°, WIB92 alsook uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing heeft willen voorbehouden aan ondernemingen die werken met ploegen die hetzelfde werk doen qua inhoud en qua omvang en dat voor de toepassing van deze fiscale gunstmaatregel vereist is dat de omvang van het werk hetzelfde is op het niveau van de opeenvolgende ploegen, niet op het niveau van de individuele werknemers.
- Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest nr. 21/2024 van 8 februari 2024 voor recht gezegd dat artikel 275/5, § 2, 1°, WIB92, zoals van toepassing in het aanslagjaar 2012, de artikelen 10, 11 en 172, eerste lid, Grondwet niet schendt in zoverre het voor de toepassing van de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing wegens ploegenarbeid vereist dat de ploegen hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang.
- Het middel dat aanvoert dat artikel 275/5, § 2, 1°, WIB92 in een grondwetsconforme interpretatie aldus moet worden uitgelegd dat het criterium “hetzelfde werk doen qua omvang” moet wordt beoordeeld op het niveau van de individuele werknemers en niet op het niveau van de ploegen, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op de som van 255,83 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 29 november 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241129.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.2 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230324.1N.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230331.1N.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230331.1N.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250110.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div