id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241203.2N.14 Rolnummer: P.24.0756.N Zaak: U. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2024-12-09 Raadplegingen: 491 - laatst gezien 2026-06-18 12:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de rechter bij de straftoemeting rekening houdt met in kracht van gewijsde getreden veroordelingen die dateren van na de bewezen verklaarde feiten. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) STRAF - ALLERLEI Tekst van de beslissing Nr. P.24.0756.N K. U., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Christophe Daerden, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Koning Boudewijnlaan 20A, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 april 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het arrest houdt bij de straftoemeting rekening met veroordelingen door de politierechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 31 mei 2022 en 18 april 2023 terwijl die veroordelingen op het ogenblik van de feiten waarvoor het arrest veroordeelt nog niet definitief waren; er mag bij de straftoemeting geen rekening worden gehouden met veroordelingen die nog niet gekend waren op het ogenblik dat een beklaagde de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd. 2. Artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering zijn vreemd aan de aangevoerde grief. 3. Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de rechter bij de straftoemeting rekening houdt met in kracht van gewijsde getreden veroordelingen die dateren van na de bewezen verklaarde feiten. 4. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek 5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 3 december 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241203.2N.14 Gerelateerde publicatie(
- s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.