← België

L. contra Dender Durme en Schelde

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241206.1N.5 Rolnummer: C.22.0189.N Zaak: L. contra Dender Durme en Schelde Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-01-14 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-19 02:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241206.1N.5 Fiche 1 Uit de wetsgeschiedenis van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 blijkt dat zowel voor de lopende administratieve als de gerechtelijke procedures de oude regels van toepassing blijven voor de afhandeling van die procedures

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Wettelijke bepalingen: Decreet 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut - 24-02-2017 - Art. 63 - 22 ELI link Pub nr 2017040219 Decreet 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut - 24-02-2017 - Art. 110 - 22 ELI link Pub nr 2017040219 Decreet 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut - 24-02-2017 - Art. 124 - 22 ELI link Pub nr 2017040219 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 2.4.6, § 1 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Fiche 2 Het recht op een onteigeningsvergoeding ontstaat definitief op de dag van het vonnis waarbij de door de onteigenaar verschuldigde provisionele vergoeding wordt vastgesteld en op dat ogenblik gaat het eigendomsrecht van de eigenaar naar de onteigenaar over
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Wettelijke bepalingen: Wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake de onteigeningen ten algemenen nutte - 26-07-1962 - Art. 7 - 34 ELI link Pub nr 1962072651 Wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake de onteigeningen ten algemenen nutte - 26-07-1962 - Art. 8 - 34 ELI link Pub nr 1962072651 Fiche 3 Artikel 63, §2, Vlaams Onteigeningsdecreet vindt geen toepassing ten aanzien van een vergoedingsaanspraak die het voorwerp uitmaakt van een op het ogenblik van de inwerkingtreding van het decreet hangende gerechtelijke onteigeningsprocedure
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel van de niet-terugwerkende kracht van de wetten Tekst van de beslissing Nr. C.22.0189.N
  1. M.L.,
  2. K.L.,
  3. G.L.,
  4. J.L., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen INTERCOMMUNALE VERENIGING VOOR DE RUIMTELIJKE ORDENING EN DE SOCIAAL-ECONOMISCHE ONTWIKKELING VAN HET ARRONDISSEMENT DENDERMONDE, “DENDER, DURME EN SCHELDE”, dienstverlenend intergemeentelijk samenwerkingsverband, met zetel te 9200 Dendermonde, Bevrijdingslaan 201, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.087.872, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 4 januari
  5. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 7 november 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste en tweede onderdeel
  6. Krachtens het bij artikel 110 Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 met ingang van 1 januari 2018 opgeheven artikel 2.4.6, § 1, eerste lid, VCRO, wordt bij het bepalen van de waarde van het onteigende perceel geen rekening gehouden met de waardevermeerdering of -vermindering die voortvloeit uit de voorschriften van een ruimtelijk uitvoeringsplan, voor zover de onteigening wordt gevorderd voor de verwezenlijking van dat ruimtelijk uitvoeringsplan.
  7. Artikel 63 Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 bepaalt: “§
  8. Als wordt onteigend ter verwezenlijking van een ruimtelijk uitvoeringsplan, plan van aanleg, voorkeursbesluit of projectbesluit, wordt bij het bepalen van de waarde van het onteigende onroerend goed of zakelijk recht geen rekening gehouden met de waardevermeerdering of de waardevermindering die voortvloeit uit de voorschriften van dat ruimtelijk uitvoeringsplan, plan van aanleg, voorkeursbesluit of projectbesluit, ongeacht wie de onteigenende overheid is. (…) §
  9. Paragraaf 1 is alleen van toepassing als het ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg, voorkeursbesluit of projectbesluit niet meer dan vijf jaar voor het nemen van het definitief onteigeningsbesluit definitief is vastgesteld.” Ingevolge artikel 38 Besluit van 27 oktober 2017 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het Vlaams Onteigeningsdecreet is dit decreet in werking getreden op 1 januari
  10. Artikel 124 Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 bepaalt: “Titel 3 van dit decreet is niet van toepassing op lopende administratieve procedures die onderworpen blijven aan de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit decreet. Voor de onteigeningen waarvan de administratieve fase heeft plaatsgevonden met toepassing van de regels zoals deze bestonden voor de inwerkingtreding van dit decreet, legt de onteigen[en]de instantie in afwijking van artikel 46, § 5, uiterlijk de tiende dag voorafgaand aan de inleidingszitting ter griffie van het vredegerecht het administratief dossier neer zoals die overeenkomstig deze regels diende te zijn samengesteld. Titel 4 van dit decreet is niet van toepassing op lopende gerechtelijke procedures die onderworpen blijven aan de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit decreet.” Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat voor zowel de lopende administratieve als de gerechtelijke procedures de oude regels van toepassing blijven voor de afhandeling van die procedures.
  11. Krachtens de artikelen 7 en 8 Onteigeningswet 1962 oordeelt de vrederechter in een en hetzelfde vonnis over de naleving van de door de wet voorgeschreven formaliteiten en, bij wijze van ruwe schatting, over het bedrag van de provisionele vergoedingen die de onteigenaar globaal zal storten. Krachtens artikel 8, tweede lid, van voormelde wet is dit vonnis niet vatbaar voor hoger beroep en wordt het overgeschreven in het register van de bevoegde hypotheekbewaarder en heeft het ten aanzien van derden dezelfde gevolgen als de overschrijving van de akte van overdracht. Uit deze wetsbepalingen volgt dat het recht op een onteigeningsvergoeding definitief ontstaat op de dag van het vonnis waarbij de door de onteigenaar verschuldigde provisionele vergoeding overeenkomstig artikel 8 wordt vastgesteld en op dat ogenblik het eigendomsrecht van de eigenaar naar de onteigenaar overgaat.
  12. Krachtens artikel 1 Oud Burgerlijk Wetboek beschikt de wet alleen voor het toekomende en heeft zij geen terugwerkende kracht. Volgens het algemeen rechtsbeginsel van de niet-terugwerkende kracht van een wet is een nieuwe wet in de regel niet alleen van toepassing op toestanden die na haar inwerkingtreding ontstaan maar ook op toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestanden die zich voordoen of voortduren onder gelding van de nieuwe wet, voor zover die toepassing geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten.
  13. Uit het voorgaande volgt dat artikel 63, § 2, Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 geen toepassing vindt ten aanzien van een vergoedingsaanspraak die het voorwerp uitmaakt van een op het ogenblik van de inwerkingtreding van het decreet hangende gerechtelijke onteigeningsprocedure.
  14. De appelrechter stelt vast dat: - bij verzoekschrift in onteigening van 17 februari 2017 en navolgende dagvaarding van 23 februari 2017 de gerechtelijke onteigeningsprocedure werd ingesteld overeenkomstig de Onteigeningswet 1962; - in een provisioneel vonnis van 10 maart 2017 de onteigening regelmatig werd bevonden en een provisionele onteigeningsvergoeding werd toegekend van 200.000 euro, alle wettelijke vergoedingen inbegrepen; - het provisioneel vonnis werd geregistreerd op het Registratiekantoor te Dendermonde op 17 maart 2017 en op 9 oktober 2017 werd overgeschreven in de registers van het Hypotheekkantoor te Dendermonde; - op 27 november 2017 de vrederechter een bevelschrift tot inbezitstelling van het onteigende goed verleende.
  15. De appelrechter die op deze gronden oordeelt dat de rechtsgrond van de onteigening niet het Vlaams Onteigeningdecreet van 24 februari 2017 is maar wel de Onteigeningswet 1962 en besluit dat artikel 63, § 2, Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 niet toepasselijk is, verantwoordt zijn beslissing naar recht. De onderdelen kunnen niet worden aangenomen. Derde tot vijfde onderdeel
  16. De onderdelen zijn gericht tegen overtollige motieven die de beslissing niet dragen en bijgevolg niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 757,23 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 6 december 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241206.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241206.1N.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250904.1N.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251016.1N.6 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260326.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.