← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241210.2N.35 Rolnummer: P.24.1597.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-12-17 Raadplegingen: 605 - laatst gezien 2026-06-18 17:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Aan de vereiste van artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet mag worden voorbijgegaan indien overmacht de onderzoeksrechter belet de inverdenkinggestelde voorafgaandelijk te ondervragen en er is voor de onderzoeksrechter overmacht indien de gebeurtenis dat er geen tolk beschikbaar is voor een taal die de inverdenkinggestelde verstaat, niet kon worden voorzien en dit de voorafgaande ondervraging volstrekt onmogelijk maakt binnen de termijn om een bevel tot aanhouding te verlenen.; de onderzoeksrechter wordt daarbij niet geacht om te proberen om de inverdenkinggestelde met telefonische tussenkomst van een tolk te ondervragen en hij oordeelt onaantastbaar over het al dan niet voorhanden zijn van overmacht

(1).
(1)Cass. 24 november 2020, AR P.20.1143.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.9, AC 2020, nr. 719 (slechthorende). In een aantal andere gevallen werd ook overmacht weerhouden: Cass. 31 mei 2017, AR P.17.0752.F AC 2017, nr. 364 (buiten bewustzijn gehospitaliseerd); Cass. 11 december 2013, AR P.13.1932.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131211.4, AC 2013, nr. 678 (geen bijstand mogelijk van advocaat); Cass. 10 april 2012, AR P.12.0548.N, AC 2012, nr. 222 (cocaïnebolletjes ingeslikt). – Zie ook over de problematiek van de tolk Cass. 5 augustus 2003, AR P.03.1086.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030805.2, AC 2003, nr. 397, T. Straf. 2004/1, 73 met noot S. VANDROMME, “De wegens taalperikelen onmogelijke ondervraging door de onderzoeksrechter bij de aflevering van een aanhoudingsbevel”. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 4 - 6 Het staat aan de onderzoeksgerechten bij het regelmatigheidsonderzoek van het aanhoudingsbevel onaantastbaar te oordelen of overmacht de onderzoeksrechter heeft belet de inverdenkinggestelde voorafgaandelijk te ondervragen. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1597.N P. S., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Boris Reynaerts, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 november
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: het arrest werd gewezen door kamervoorzitter D.T.; de eiser werd aangehouden door onderzoeksrechter K.T., die ook het gerechtelijk onderzoek leidt; de eiser merkte na de zitting van de kamer van inbeschuldigingstelling op dat kamervoorzitter D.T. de broer is van onderzoeksrechter K.T.; gelet op deze familiale band kan niet worden uitgesloten dat er mogelijk sprake is van enige schijn van objectieve partijdigheid, waardoor eisers recht op een eerlijk proces wordt miskend.
  3. Het middel gaat geheel ervan uit dat kamervoorzitter D.T. de broer is van onderzoeksrechter K.T. en dat de eiser deze familiale band pas na de rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling opmerkte. Aldus verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt ten onrechte dat het bevel tot aanhouding van de eiser regelmatig is op grond van de overweging dat de onbeschikbaarheid van een tolk Portugees of Spaans een geval van overmacht uitmaakte voor het niet-ondervragen van de eiser door de onderzoeksrechter, voorafgaand aan zijn aanhouding; de niet-naleving van deze wettelijk vereiste voorafgaande ondervraging leidt onvermijdelijk tot de invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde, waarbij geen beroep kan worden gedaan op overmacht (eerste onderdeel); deze overmacht wordt ook niet aangetoond; uit het Nationaal Register blijkt dat er in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen 10 Portugese en 27 Spaanse geregistreerde tolken zijn; de onderzoeksrechter heeft echter op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat alle geregistreerde tolken werden benaderd of dat er andere serieuze inspanningen werden geleverd om de situatie te verhelpen; het feit dat de onderzoeksrechter kennelijk zelfs niet heeft overwogen om telefonisch gebruik te maken van een beëdigde tolk versterkt de indruk van een onvoldoende voorzichtigheid (tweede onderdeel).
  5. Volgens artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet moet de onderzoeksrechter alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen, de inverdenkinggestelde ondervragen over de feiten die aan de beschuldiging ten grondslag liggen en die aanleiding kunnen geven tot de afgifte van een bevel tot aanhouding en zijn opmerkingen horen. Bij ontstentenis van deze ondervraging, wordt de inverdenkinggestelde in vrijheid gesteld.
  6. Aan deze vereiste mag evenwel worden voorbijgegaan indien overmacht de onderzoeksrechter belet de inverdenkinggestelde voorafgaandelijk te ondervragen.
  7. Er is voor de onderzoeksrechter overmacht indien de gebeurtenis dat er geen tolk beschikbaar is voor een taal die de inverdenkinggestelde verstaat, niet kon worden voorzien en dit de voorafgaande ondervraging volstrekt onmogelijk maakt binnen de termijn om een bevel tot aanhouding te verlenen. De onderzoeksrechter wordt daarbij niet geacht om te proberen om de inverdenkinggestelde met telefonische tussenkomst van een tolk te ondervragen.
  8. Het staat voor het overige aan de onderzoeksrechter en vervolgens de onderzoeksgerechten bij het regelmatigheidsonderzoek van het aanhoudingsbevel onaantastbaar te oordelen of overmacht de onderzoeksrechter heeft belet de inverdenkinggestelde voorafgaandelijk te ondervragen.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. Het arrest (p. 3) verwijst naar de vaststelling door de onderzoeksrechter dat het verhoor van de eiser, voorafgaand aan zijn bevel tot aanhouding, niet mogelijk was omdat er, ondanks herhaalde inspanningen, geen tolk Portugees kon worden gevonden die beschikbaar was om binnen de 48 uren na de vrijheidsberoving de eiser bij te staan bij het verhoor, er evenmin een Spaanse tolk kon worden gevonden en de eiser geen andere taal machtig is. Het arrest oordeelt vervolgens dat: - de onderzoeksrechter heeft getracht om een tolk Portugees te vinden en ter plaatse te krijgen en dat er daarnaast is getracht om beroep te doen op een tolk Spaans, - dit echter niet is gelukt; - aangezien dit niet mogelijk was de onderzoeksrechter vooraleer het bevel tot aanhouding af te leveren de verdachte niet kon ondervragen; - uit het geheel van de omstandigheden volgt dat de onmogelijkheid om tijdig een tolk Portugees of Spaans te vinden een geval van overmacht uitmaakt, zowel wat betreft het bevel tot aanhouding als de betekening ervan; - op 4 november 2024 de onderzoeksrechter de eiser, bijgestaan door een advocaat heeft verhoord met bijstand van een tolk Portugees en dat bij het einde van dit verhoor er door de advocaat geen opmerkingen werden gemaakt over het afleveren van een bevel tot aanhouding zonder voorafgaand verhoor. Op grond van deze redenen kan het arrest wettig oordelen dat de onbeschikbaarheid van een tolk overmacht heeft uitgemaakt die de onderzoeksrechter heeft belet de eiser voorafgaandelijk te verhoren en het bevel tot aanhouding bijgevolg regelmatig is verleend. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
  11. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van de motiveringsplicht: de appelrechters antwoorden niet op het verweer van de eiser in zijn appelconclusie dat het feit dat de onderzoeksrechter kennelijk zelfs niet heeft overwogen om telefonisch gebruik te maken van een beëdigde tolk, de indruk van een onvoldoende zorgvuldigheid versterkt.
  12. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis.
  13. Uit de artikelen 23, 4°, en 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet volgt wel dat de kamer van inbeschuldigingstelling moet antwoorden op de conclusie van een inverdenkinggestelde. Het onderzoeksgerecht dat ingeval van handhaving van de voorlopige hechtenis dient te beslissen binnen een korte termijn moet echter niet tot in de bijzonderheden het verweer van de inverdenkinggestelde beantwoorden.
  14. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  15. Met de redenen vermeld in het antwoord op het tweede middel beantwoorden en verwerpen de appelrechters het in appelconclusie gevoerde verweer van de eiser over het niet-bestaan van overmacht om te voldoen aan de verplichting van de onderzoeksrechter hem voorafgaand aan zijn bevel tot aanhouding te ondervragen, omwille van de onbeschikbaarheid van een tolk, zonder dat zij dienen te antwoorden op de bijzonderheid dat de onderzoeksrechter kennelijk niet zou hebben overwogen om telefonisch gebruik te maken van een beëdigde tolk. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 december 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241210.2N.35 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030805.2 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131211.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.