← België

L. contra UNIVERSAL TRADERS ANTWERP

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1383

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1383

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1382

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1383- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0718.N I. L., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Ward Reniers, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 54, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen UNIVERSAL TRADERS ANTWERP bv, met zetel te 2018 Antwerpen, Hoveniersstraat 53/14, ON 0500.905.624, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 april

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en de motiveringsplicht: de appelrechters antwoorden niet op het door de eiseres in haar synthese-appelconclusie geformuleerde verzoek om, alvorens recht te doen, de behandeling van de zaak uit te stellen teneinde A.S. toe te laten de diamanten te overhandigen aan het openbaar ministerie; dit verzoek werd ook geformuleerd in de appelconclusie van de verweerster; het uitstel had een impact kunnen hebben op de beslechting van het geschil aangezien het feit dat een overdracht van de diamanten nog zou kunnen plaatsvinden, de verklaringen en verdediging van de eiseres had kunnen bijtreden.
  3. Het arrest (p. 16-19): - oordeelt dat het misdrijf misbruik van vertrouwen, voorwerp van de telastleggingen A.1 en A.2, een aflopend misdrijf is; - beperkt de incriminatieperiode van die telastleggingen; - oordeelt dat het gegeven dat nadien, buiten deze incriminatieperiodes, tussen partijen al dan niet oprechte onderhandelingen werden gevoerd over een eventuele restitutie van de diamanten geen afbreuk doet aan de in het arrest vermelde redenen voor de vaststelling van de schuld van de eiseres aan de telastlegging A.
  4. Met die redenen oordeelt het arrest dat het gegeven dat nog een overdracht van diamanten aan de verweerster zou kunnen plaatsvinden geen invloed kan hebben op de vaststelling van de schuld van de eiseres aan de feiten van de telastlegging A.
  5. Aldus beantwoordt en verwerpt het arrest het verzoek van de eiseres om de zaak uit te stellen teneinde A.S. toe te laten de diamanten te overhandigen aan het openbaar ministerie. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 17, eerste lid en 18 Gerechtelijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat de verweerster het vereiste belang heeft om haar burgerlijke vordering in te stellen, aangezien zij nog niet beschikt over een uitvoerbare titel tegen de eiseres en A.S. en dat het niet van belang is dat de verweerster reeds over een uitvoerbare titel beschikt voor dezelfde schade als diegene die zij van de eiseres vordert; het arrest stelt nochtans wel vast dat er een eerdere uitvoerbare titel bestaat, aangezien het verwijst naar het vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 16 mei 2018 dat aan het dossier werd gevoegd en waaruit blijkt dat de firma L.&Co Sp z o.o. werd veroordeeld tot de betaling van de prijs van de geleverde diamanten, alsook tot een forfaitaire schadevergoeding aan de verweerster; de in het arrest toegekende schadevergoeding is identiek aan de schadevergoeding die werd toegekend in dit vonnis; door te oordelen dat er wel sprake was van een belang voor de verweerster en door vervolgens dezelfde schade een tweede keer toe te kennen, verkreeg de verweerster een nieuw en onrechtmatig voordeel, dat haar toelaat om het dubbele van de schade te verkrijgen die zij beweert te lijden.
  7. Het gegeven dat een schuldeiser over een uitvoerbare titel voor zijn schuldvordering beschikt ten aanzien van een schuldenaar, ontneemt hem niet het belang om voor diezelfde schuldvordering een burgerlijke vordering in te stellen tegen een andere schuldenaar. Dat de schuldeiser daardoor tegenover meerdere schuldenaars kan beschikken over een uitvoerbare titel voor dezelfde schuldvordering, doet daaraan geen afbreuk. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 146,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 december 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241217.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.