id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241220.1N.1 Rolnummer: D.23.0008.N Zaak: BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS contra S. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-01-20 Raadplegingen: 590 - laatst gezien 2026-06-19 03:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Gewettigde verdenking in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek veronderstelt dat een rechter niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen in de zaak of dat bij de partijen en de publieke opinie gewettigde twijfel bestaat over zijn geschiktheid om op die wijze uitspraak te doen; die twijfel moet objectief gerechtvaardigd zijn
(1)Cass. 19 september 2023, AR P.23.1145.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.11, AC 2023, nr. 577; Cass. 28 februari 2023, AR P.23.0251.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.19, AC 2023, nr. 156; Cass. 8 november 2022, AR P.22.1380.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.24, AC 2022, nr. 713; Cass. 3 mei 2022, AR P.22.0579.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.19, AC 2022, nr. 315, met concl. van advocaat-generaal B. De Smet; Cass. 12 mei 2021, AR P.21.0616.F ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210512.2F.12, AC 2021, nr. 346; Cass. 15 januari 2019, AR P.18.1214.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.6, AC 2019, nr. 25, NC 2019, 252, RABG 2019, 623; Cass. 14 november 2018, AR P.18.1148.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181114.4, AC 2018, nr.
- Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. D.23.0008.N BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS, met zetel te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 16B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.300.821, eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen K.S., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars van 16 februari 2023, op verwijzing gewezen na het arrest van het Hof van 30 september
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt wegens gewettigde verdenking. Gewettigde verdenking in de zin van deze bepaling veronderstelt dat een rechter niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen in de zaak of dat bij de partijen en de publieke opinie gewettigde twijfel bestaat over zijn geschiktheid om op die wijze uitspraak te doen. Die twijfel moet objectief gerechtvaardigd zijn. De rechter stelt onaantastbaar vast of er redenen zijn die een gewettigde verdenking objectief rechtvaardigen. Het Hof gaat hierbij na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- De kamer van beroep stelt vast dat de verweerder in zijn verzoekschrift tot wraking van ND aanvoert dat hij persoonlijk en via zijn vennootschap in een procedure is verwikkeld waarbij de gewezen echtgenoot van ND, waarvan zij ongeveer acht jaar voorafgaand aan het wrakingsverzoek uit de echt is gescheiden, optreedt als advocaat van zijn tegenpartijen. De kamer van beroep leidt de gewettigde verdenking af uit de animositeit tussen de verweerder en de gewezen echtgenoot van ND die kennelijk dermate groot is dat de verweerder subjectief overtuigd is van het feit dat zijn zaak zou worden behandeld door een rechter waarvan hij meent dat deze zijn zaak niet op een onafhankelijke en onpartijdige wijze kan beoordelen.
- De kamer van beroep die uit de enkele omstandigheid van het bestaan van animositeit tussen de verweerder en de gewezen echtgenoot van ND in een procedure waarin de gewezen echtgenoot van ND optreedt als advocaat van de tegenpartijen van de verweerder afleidt dat daardoor, objectief gezien, bij de verweerder gewettigde twijfel bestaat dat ND zijn zaak niet op onafhankelijke en onpartijdige wijze kan beoordelen, en zodoende het wrakingsverzoek inwilligt, verantwoordt haar beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden beslissing. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars, anders samengesteld. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 955,32 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 20 december 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241220.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181114.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.6 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210512.2F.12 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.19 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.24 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.19 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div