id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241220.1N.11 Rolnummer: C.22.0076.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MINISTER LANDSVERDEDIGING Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-01-20 Raadplegingen: 293 - laatst gezien 2026-06-15 03:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 645 Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing op een tegenstrijdigheid tussen beslissingen wanneer een partij die kennis neemt van deze tegenstrijdigheid na het in kracht van gewijsde gaan van de voor hem nadelige beslissing, hiertegen nog het buitengewoon rechtsmiddel van verzoek tot herroeping van gewijsde op grond van artikel 1133, 3°, Gerechtelijk Wetboek kon aanwenden. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - BURGERLIJKE ZAKEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 645 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1133, 3° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: HERROEPING VAN HET GEWIJSDE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 645 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1133, 3° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0076.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging, met kantoor te 1140 Evere, Eversestraat 1, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verzoeker woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Bij een verzoekschrift dat ondertekend is door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, en neergelegd is ter griffie van het Hof op 28 februari 2022, vraagt de verzoeker de machtiging om een regeling van rechtsgebied te vorderen. Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het verzoek tot regeling van rechtsgebied betreft: - enerzijds, het vonnis van de 10de burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 3 februari 2012 dat aan de verzoeker, de Belgische Staat, werd betekend door NV, JC en AVDA respectievelijk op 4 april 2012, 11 mei 2012 en 22 juni 2012 (hierna het vonnis van 3 februari 2012 in de burgerlijke zaak) en - anderzijds, het arrest van de 15de correctionele kamer van het hof van beroep te Antwerpen van 28 juni 2016 (hierna het arrest van 28 juni 2016 in de strafzaak).
- In het vonnis van 3 februari 2012 in de burgerlijke zaak oordeelde de rechter, door de Belgische Staat gevat met het oog op het definitief beslechten van zijn burgerlijke vordering, dat de strafrechter in een eerder vonnis, met name een vonnis van de correctionele rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 13 februari 2007, zijn rechtsmacht niet uitputte om kennis te nemen van de burgerlijke vordering van de Belgische Staat. In het arrest van 28 juni 2016 in de strafzaak, gewezen in beroep nadat de Belgische Staat zijn burgerlijke vordering na het vonnis van 3 februari 2012, op 20 september 2012, voor de strafrechter bracht op grond van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, oordeelde de appelrechter dat de rechtsmacht van de strafrechter na het voormelde vonnis van 13 februari 2007 was uitgeput.
- De Belgische Staat voert aan dat deze beslissingen tegenstrijdig zijn op het punt van de rechtsmacht om over zijn definitieve burgerlijke vordering van de Belgische Staat te oordelen.
- Artikel 645 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat regeling van rechtsgebied in burgerlijke zaken plaats heeft wanneer er strijdigheid is tussen in kracht van gewijsde gegane beslissingen van twee of meer rechters over dezelfde vordering of over samenhangende vorderingen. Artikel 645 Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing op een tegenstrijdigheid tussen beslissingen wanneer een partij die kennis neemt van deze tegenstrijdigheid na het in kracht van gewijsde gaan van de voor hem nadelige beslissing, hiertegen nog het buitengewoon rechtsmiddel van verzoek tot herroeping van gewijsde op grond van artikel 1133, 3°, Gerechtelijk Wetboek kon aanwenden.
- Het Hof kan artikel 645 Gerechtelijk Wetboek enkel toepassen op de door de Belgische Staat voorgehouden tegenstrijdigheid wanneer vaststaat dat hieraan niet kon worden verholpen door een verzoek tot herroeping van gewijsde in te dienen tegen het vonnis van 3 februari 2012, hetgeen hier niet blijkt. Het verzoek kan bijgevolg niet worden ingewilligd. Dictum Het Hof, Wijst het verzoek af. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de verzoeker op 22 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 20 december 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241220.1N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div