id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241224.2N.31 Rolnummer: P.24.1657.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-12-27 Raadplegingen: 516 - laatst gezien 2026-06-18 12:12 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De strafuitvoeringsrechtbank kan een strafuitvoeringsmodaliteit herroepen wanneer de opgelegde voorwaarden niet worden nageleefd; het verzuim de opgelegde voorwaarden na te leven moet te wijten zijn aan een foutieve tekortkoming van de veroordeelde
(1)Cass. 2 januari 2008, AR P.07.1812.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080102.3, AC 2008, nr. 1 met concl. van advocaat-generaal D. Vandermeersch, op datum in Pas. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1657.N A. B., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 25 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 64, 3°, Wet Strafuitvoering en miskenning van de motiveringsplicht: het vonnis stelt niet vast dat de niet-naleving van de aan de eiser opgelegde voorwaarde het gevolg is van een hem verwijtbare tekortkoming; de rechter leidt uit zijn vaststellingen een dergelijk oordeel niet af en die vaststellingen laten een dergelijk oordeel ook niet toe.
- Artikel 64, 3°, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbank een strafuitvoeringsmodaliteit kan herroepen wanneer de opgelegde voorwaarden niet worden nageleefd.
- Het verzuim de opgelegde voorwaarden na te leven moet te wijten zijn aan een foutieve tekortkoming van de veroordeelde.
- Bij vonnis van 30 september 2024 heeft de strafuitvoeringsrechtbank aan de eiser de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht toegekend met onder meer de bijzondere voorwaarde “regelmatig werken in dienstverband, en de bewijzen hiervan voorleggen aan uw justitieassistent”.
- Het vonnis (p. 2) oordeelt betreffende niet-naleving van deze bijzondere voorwaarde als volgt: “Uit de verslaggeving van de justitieassistent blijkt dat uw tewerkstelling bij B., gestart op 16 oktober ll., door de werkgever werd beëindigd ingevolge uw afwezigheden op 19 en 21 oktober ll. Ter zitting legt u een voltijdse arbeidsovereenkomst neer voor bepaalde duur van 3 maanden om aan de slag te gaan bij M. U erkent deze tewerkstelling bekomen te hebben via kennissen, zonder voorafgaandelijk sollicitatiegesprek. Dit doet vragen rijzen naar de betrouwbaarheid van de werkgever en de controleerbaarheid van uw dagbesteding. Gezien de ernstige feiten waarvoor u heden een gevangenisstraf uitzit werden gepleegd vanuit financiële overwegingen enerzijds, en u in het verleden reeds een tewerkstelling bij een onbetrouwbare werkgever (E.) voorstelde en de rechtbank wou dat u werk zocht via de VDAB of andere officiële instanties anderzijds, is het voor de rechtbank absoluut noodzakelijk dat u beschikt over een tewerkstelling die controleerbaar is, bij een betrouwbare werkgever. Deze ligt heden niet voor.”
- Op grond daarvan schat de strafuitvoeringsrechtbank het risico op recidive hoog in en herroept zij het elektronisch toezicht wegens de niet-naleving van de bijzondere voorwaarde 4, namelijk “regelmatig werken in dienstverband, en de bewijzen hiervan voorleggen aan uw justitieassistent”.
- Met het geheel van die redenen geeft het vonnis te kennen dat de niet-naleving van deze voorwaarde is te wijten aan een foutieve tekortkoming van de eiser. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het vonnis, mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Tamara Konsek, Ignacio de la Serna en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 24 december 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241224.2N.31 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080102.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div