id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241231.2N.22 Rolnummer: P.24.1139.N Zaak: V. contra KAOLIN INTERNATIONAL Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-01-08 Raadplegingen: 374 - laatst gezien 2026-06-15 03:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de tekst van artikel 2bis Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de doelstelling die erin bestaan een onafhankelijke verdediging van de rechtspersoon te waarborgen, vloeit voort dat de lasthebber ad hoc als enige bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen en de keuze te bepalen van de raadsman die voor de rechtspersoon optreedt; indien uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat de raadsman die de memorie heeft ondertekend, werd aangesteld door de lasthebber ad hoc, is de memorie niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1139.N I P. V., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Johan Durnez, advocaat bij de balie Leuven, II V.D.B. MAZOUT bv, met zetel te 2870 Puurs-Sint-Amands, Guido Gezellelaan 111, met als lasthebber ad hoc mr. Gregory Bruneel, met kantoor te 2000 Antwerpen, Museumstraat 31-33, ON 0448.903.330, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Johan Durnez, advocaat bij de balie Leuven, beide cassatieberoepen tegen KAOLIN INTERNATIONAL nv, met zetel te 2030 Antwerpen, Amerikadok Kaai 54, ON 0449.445.639, burgerlijke partij, verweerster, met als raadslieden mr. Tom Bauwens en mr. Monica Rodriguez, beiden advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 26 juni
- De eisers voeren elk in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een gelijkluidend middel aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
- Artikel 2bis Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt: “Ingeval de strafvordering tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, wijst de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van de strafvordering tegen de rechtspersoon, ambtshalve of op verzoekschrift, een lasthebber ad hoc aan om deze te vertegenwoordigen.”
- Uit de tekst van deze bepaling en de doelstelling die erin bestaan een onafhankelijke verdediging van de rechtspersoon te waarborgen, vloeit voort dat de lasthebber ad hoc als enige bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen en de keuze te bepalen van de raadsman die voor de rechtspersoon optreedt.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de raadsman die de memorie heeft ondertekend, werd aangesteld door de lasthebber ad hoc. De memorie is niet ontvankelijk. Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 8.1, 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastleggingen A.1 (valsheid in geschriften en gebruik) en C.1 (oplichting) omdat hij valselijk 65 facturen voor de levering van telkens 10.000 liter mazout zou hebben opgesteld of doen opstellen, voor een totale hoeveelheid van 650.000 liter mazout en een totaal bedrag van 440.117,43 euro, alsook dat de eiser met gebruik van die valse facturen heeft voorgehouden dat een levering van telkens 10.000 liter mazout gebeurde, hoewel dit niet het geval was; het arrest steunt die schuldigverklaring onder meer op de vaststelling dat de eiseres de betaling op zich had genomen van de laatste factuur van M., dit is de overnemer van haar handelsfonds, aan de verweerster voor een levering mazout voor een bedrag van 6.261,75 euro; er kunnen echter tal van redenen zijn waarom de eiseres overging tot betaling van die factuur; door het betalingsbewijs van de factuur te beschouwen als een erkentenis van schuld door de eiser, geeft het arrest een uitlegging van dat betalingsbewijs die met de bewoordingen ervan niet verenigbaar is en miskent het aldus de bewijskracht van dat stuk; de overige overwegingen van het arrest om tot de schuld van de eiser te besluiten, volstaan niet.
- Het arrest geeft geen uitlegging van het betalingsbewijs van de betrokken factuur, maar beoordeelt enkel de bewijswaarde ervan. Aldus kan het arrest de bewijskracht van dat stuk niet miskennen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest miskent de verplichting om zijn motivering duidelijk en afdoende te onderbouwen; door te steunen op een onjuiste uitlegging van het betalingsbewijs, neemt het niet de nodige zorgvuldigheid in acht bij de beoordeling van de bewijselementen.
- Het onderdeel is afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 333,91 euro, waarvan op het cassatieberoep I 166,95 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep II 166,96 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 31 december 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241231.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div