← België

V. contra H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 januari 2024

Art. 8

.4, eerste lid - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8:

Art. 8

.4, eerste lid - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Thesaurus CAS: LASTGEVING Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8:

Art. 8

.4, eerste lid - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Thesaurus CAS: VERBINTENIS Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8:

Art. 8

.4, eerste lid - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Tekst van de conclusie C.23.0139.N Conclusie van advocaat-generaal E. Herregodts: (…) Bespreking. Eerste middel.

  1. Eiser voert aan dat de appelrechter artikel 870 Gerechtelijk Wetboek en artikel 8.4 Burgerlijk Wetboek heeft geschonden, door te oordelen dat het aan eiser toekomt om te bewijzen dat de beweringen van verweerder in verband met de aanwending van het bedrag van 50.000 euro dat hem werd overhandigd door eiser in het kader van een lastgevingsovereenkomst die tussen partijen werd gesloten, waarbij eiser optrad als lastgever en verweerder als lasthebber, niet met de werkelijkheid overeenstemmen.
  2. Krachtens artikel 1315 Burgerlijk Wetboek moet de schuldeiser het bestaan bewijzen van een verbintenis (eerste lid) en moet vervolgens de schuldenaar die beweert bevrijd te zijn, het bewijs leveren van de betaling of van het feit dat het tenietgaan van zijn verbintenis heeft teweeggebracht (tweede lid). Artikel 8.4 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat hij die meent een ander in rechte te kunnen aanspreken, de rechtshandelingen of feiten moet bewijzen die daaraan ten grondslag liggen (eerste lid). Hij die beweert bevrijd te zijn, moet de rechtshandelingen of feiten bewijzen die zijn bewering ondersteunen (tweede lid). Er bestaat geen betwisting tussen partijen dat er, krachtens de lastgevingsovereenkomst die tussen hen werd gesloten, een verbintenis bestaat in hoofde van verweerder – lasthebber - om met de hem door eiser – lastgever - ter beschikking gestelde gelden “een huis te laten bouwen”. Eiser voert aan dat verweerder in gebreke bleef zijn verbintenis uit te voeren. Hij vordert de terugbetaling door verweerder van de gelden die eiser hem ter beschikking heeft gesteld. Het staat mijns inziens, bij toepassing van artikel 1315, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek, aan verweerder, in zijn hoedanigheid van schuldenaar, om te bewijzen dat zijn verbintenis, waarvan het bestaan vaststaat, door hem werd uitgevoerd of met andere woorden dat hij daarvan bevrijd is. Uit de redengeving van het arrest blijkt dat de appelrechter de bewijslast van de uitvoering van de verbintenis uit de lastgevingsovereenkomst bij eiser legt. Ik meen dat de appelrechter hiermee artikel 8.4, tweede lid Burgerlijk Wetboek schendt en dat het middel zodoende gegrond is. Conclusie: Vernietiging van het bestreden arrest met verwijzing. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240104.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240104.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.