id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 05 februari 2024
Art. 2
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1131
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1133
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Oorzaak Wettelijke bepalingen: oud
Art. 2
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1131
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1133
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 Hoewel de partijen in beginsel verplicht zijn tot de restitutie van hetgeen zij krachtens de absoluut nietige overeenkomst hebben verkregen, mag de rechter de restitutie weigeren, hetzij omdat hij van oordeel is dat het aldus aan een van de contractanten toegekende voordeel de preventieve rol van de sanctie van de absolute nietigheid in het gedrang zou brengen, hetzij omdat hij meent dat de sociale orde vereist dat een van de contractanten zwaarder wordt getroffen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE Wettelijke bepalingen: oud
Art. 2
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1131
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1133
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de conclusie C.23.0048.N Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden:
- Eisers tot cassatie komen op tegen het arrest van het Hof van Beroep Gent, gewezen op 7 maart
- Door eisers wordt er één middel aangevoerd.
- Wat betreft de ontvankelijkheid. (…)
- Gegrondheid. Het middel is gegrond. De problematiek betreft de restitutieplicht die tussen partijen bestaat wanneer een overeenkomst nietig wordt verklaard. De rechter kan, in welbepaalde omstandigheden, de restitutie weigeren. Het betreft een beoordeling in feite waar Uw Hof een marginale toetsing op uitoefent. In casu gingen de appelrechters over tot vernietiging van een verkoopovereenkomst daar andermans goederen werden verkocht. De vordering tot restitutie van de verkoopprijs wordt door de appelrechters afgewezen waarbij zij zich steunen op de adagia “In pari causa” en “Nemo auditur”. Het standpunt van de appelrechters kan om meerdere redenen niet worden onderschreven. a. Wat betreft “Nemo auditur”. Dit adagium handelt over het gegeven dat wanneer het voorwerp of de oorzaak van de overeenkomst strijdig is met de openbare orde of de goede zeden de uitvoering van deze overeenkomst niet in rechte kan worden gevorderd
(1). Het betreft dus een verwoording van de regels die te lezen staan in de artikelen 1131 en 1132 Oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 5.54 en 5.56 Burgerlijk Wetboek. Zo het echter niet gaat om de vordering tot uitvoering van de overeenkomst, doch wel ter restitutie ingevolge de nietigverklaring van de overeenkomst vindt het geen toepassing
(2). Dit is waar het in huidig geschil om ging, te weten de restitutie van de koopsom. De appelrechters konden dan ook hier niet op steunen om de restitutie te weigeren. b. Wat betreft “In pari causa”. Het adagium “In pari causa” betreft de weigering van de restitutie. Dit adagium heeft haar grondslag in de artikelen 2, 1108, 1131 en 1133 Oud Burgerlijk Wetboek
(3). Ook wat betreft de toepassing desbetreffend kan het standpunt van de appelrechters niet gevolgd worden. Zo moet opgemerkt worden dat de vraag of er al dan niet restitutie wordt geweigerd, het is inderdaad facultatief
(4)zich enkel situeert in de gevallen van een absolute nietigheid
(5). Dus bij een overeenkomst die strijdig is met de openbare orde of de goede zeden
(6)
(7). Immers de weigering van restitutie is een uitzondering op de regel dat de partijen terug in de toestand worden geplaatst van vóór de nietig verklaarde overeenkomst. Deze uitzondering kan enkel toegepast worden indien het openbaar belang dit vereist
(8). In casu ging het om de nietigverklaring van een verkoopovereenkomst op grond van artikel 1599 Oud Burgerlijk Wetboek. Evenwel, zoals blijkt uit Uw rechtspraak, betreft dit een relatieve nietigheid die enkel door de koper en niet door de verkoper kan worden ingeroepen en die voor bevestiging vatbaar is
(9). Er is dus hier geen sprake van een nietigheid die gegrond is op een strijdigheid met de openbare orde of de goede zeden. De appelrechters weigeren derhalve de restitutie in omstandigheden waar deze rechtsfiguur geen toepassing heeft. Volledigheidshalve wil ik ook de aandacht vestigen op het gegeven dat de appelrechters ook nalaten de leer uit Uw arresten betreffende weigering van restitutie correct toe te passen. Indien er sprake is van een nietigheid wegens strijdigheid met openbare orde of goede zeden, wat in huidig geschil niet het geval is, geeft Uw rechtspraak aan wat de omstandigheden zijn waarin er tot weigering kan worden overgegaan. Inzonderheid betreft dit de arresten van 8 december 1966, 24 september 1976 en 15 december 2016
(10). Deze criteria zijn tweeërlei. De weigering kan hetzij gegrond zijn omdat de rechter oordeelt dat het toekennen van de restitutie tot gevolg zou hebben dat de preventieve rol van de sanctie van absolute nietigheid in het gedrang zou worden gebracht, hetzij omdat hij oordeelt dat de sociale orde vereist dat één van de contractspartijen zwaarder wordt getroffen
(11). Uit de overwegingen van de appelrechters, zoals deze aan te treffen zijn onder II pagina 31 van de bestreden beslissing, blijken evenwel niet de redenen waarom de restitutie tot gevolg zou hebben dat de preventieve rol van de sanctie van absolute nietigheid in het gedrang zou worden gebracht dan wel dat de sociale orde vereist dat één van de contractspartijen zwaarder wordt getroffen. De appelrechters zouden, indien de restitutie had kunnen geweigerd worden daar de overeenkomst nietig was wegens strijdigheid met de openbare orde of de goede zeden, hun beslissing niet naar recht verantwoorden. 4. Conclusie: Cassatie. ______________________________________
(1)J. BAECK, “Deugnieten en nietigheden. Over ongeoorloofde overeenkomsten, nemo auditur, in pari causa en artikel 6 van het Burgerlijk Wetboek” in Liber amicorum Hubert Bocken, Brugge, die Keure 2009, p. 154; B. WEYTS, en T. VANSWEEVELT, Handboek verbintenissenrecht, Mortsel, Intersentia 2019, p. 242; W. GELDHOF, “In pari causa: een waardevol adagium”, TBBR 2001, p. 519 en Concl. van eerste advocaat-generaal R. MORTIER voor Cass. 10 maart 2022, AR C.21.0290.N, AC 2022, nr. 187, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.5.
(2)J. BAECK, o.c., p. 154.
(3)Het heeft thans een uitdrukkelijke wettelijke basis in artikel 5.123 Burgerlijk Wetboek.
(4)Cass. 25 mei 1989, AR 8364, AC 1989, nr. 547; Cass. 24 september 1976, AC 1977, 98 en Cass. 8 december 1966, AC 1967, 450 met gelijkluidende concl. van procureur-generaal HAYOIT DE TERMICOURT.
(5)W. GELDHOF, o.c., p. 521; A. LENAERTS, “Fraus omnia corrumpit en in pari causa turpitudinis cessat repetitio: correctiemechanismen op de restitutieverplichtingen van partijen na vernietiging van een contract”, TBBR 2022, p. 424.
(6)J. DE CONINCK, “Toetsing van de geoorloofdheid van een overeenkomst: de openbare orde herbekeken”, TBBR 2004, p. 321; Cass. 24 september 1976, AC 1977, 98 en Cass. 8 december 1966, 450 met gelijkluidende concl. van procureur-generaal HAYOIT DE TERMICOURT.
(7)Het criterium strijdigheid met de openbare orde is thans uitdrukkelijk opgenomen in artikel 5.123 Burgerlijk Wetboek.
(8)R. KRUITHOF, H. BOCKEN, F. DE LY en B. DE TEMMERMAN, “Overzicht van rechtspraak. Verbintenissen (1981-1992), TPR 1994, p. 427.
(9)Cass. 15 september 2011, AR C.10.0402.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110915.4, AC 2011, nr. 472.
(10)Cass 15 februari 2016, AR C.14.0448.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160215.1, AC 2016, nr. 107; Cass. 24 september 1976, AC 1977, 98 en Cass. 8 december 1966, 450 met gelijkluidende concl. van procureur-generaal HAYOIT DE TERMICOURT.
(11)A. LENAERTS, o.c., p. 426. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240205.3N.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240205.3N.9 citeert: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110915.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160215.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div