← België

J. contra Stad Antwerpen

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 08 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240208.1N.3 Rolnummer: F.23.0053.N Zaak: J. contra Stad Antwerpen Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-05-07 Raadplegingen: 231 - laatst gezien 2026-06-15 06:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240208.1N.3 Fiche 1 Met de woorden “de eerste keer dat de woning belastbaar wordt”, wordt enkel de situatie bedoeld waarin effectief een belasting wordt opgelegd

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Belastingreglement van de stad Antwerpen van 26 juni 2017 - 26-06-2017 - Art. 7, derde lid Fiche 2 Een woongelegenheid is belastbaar zolang deze op de inventaris blijft staan; de berekening van de belasting wordt enkel bepaald door het aantal keren dat de woning op 1 januari belastbaar is, onder dezelfde eigenaar, met een maximum van vijf, ongeacht of een vrijstelling werd verleend, en de toekenning van een vrijstelling beïnvloedt niet de regel van jaarlijkse verhoging van de aanslagvoet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Belastingreglement van de stad Antwerpen van 26 juni 2017 - 26-06-2017 - Art. 7, vierde en vijfde lid Belastingreglement van de stad Antwerpen van 26 juni 2017 - 26-06-2017 - Art. 9, eerste lid Tekst van de conclusie F.23.0053.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan blijkt dat de eiseres in 2012 en 2013 eigenaar werd van 13 woongelegenheden die sedert 2006 voorkomen op de inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen van de verweerster. Als nieuwe eigenaar en wegens verbouwingsplannen werd aan de eiser voor de aanslagjaren 2014, 2015 en 2017 een vrijstelling verleend voor de gemeentebelasting op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen
(1). Het geschil betreft de 13 aanslagen in deze gemeentebelasting voor het aanslagjaar 2018, berekend met de vermenigvuldigingsfactor 3 door toepassing van de regel van de jaarlijkse verhoging, bevestigd door het bestreden arrest van 6 december 2022 van het hof van beroep te Antwerpen. Tegen die beslissing komt de eiseres op met één middel tot cassatie. In dit middel voert de eiser de schending aan van artikel 7 van het belastingreglement door de toepassing van de jaarlijkse verhoging terwijl hij pas voor het eerst werd belast voor het aanslagjaar 2018. Artikel 1, 6° van het toepasselijk belastingreglement bepaalt als volgt de definitie van "Belastbaar": "Een woning is belastbaar als er volgens het belastingreglement een belasting kan worden opgelegd en/of een vrijstelling van belasting kan worden toegekend". Artikel 7, derde lid, van het toepasselijk belastingreglement bepaalt dat de wijze van berekening van de belasting die de eerste keer dat de woning belastbaar wordt na opname op de Vlaamse inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen als volgt berekend. Het middel dat ervan uitgaat dat onder de woorden “de eerste keer dat de woning belastbaar wordt” enkel de situatie wordt bedoeld waarin werkelijk een belasting wordt opgelegd, miskent artikel 1, 6° van het belastingreglement en kan niet worden aangenomen. Artikel 7, vierde en vijfde lid, van het toepasselijk belastingreglement bepaalt de berekening van de belasting vanaf het tweede belastbaar jaar voor dezelfde eigenaar en hetzelfde pand. Artikel 9, eerste lid, van het toepasselijk belastingreglement bepaalt dat als een vrijstelling wordt toegekend, de woning op de Vlaamse inventaris blijft staan, maar moet de belasting niet betaald worden. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat een woongelegenheid belastbaar is zolang deze op de inventaris blijft staan en de berekening van de belasting overeenkomstig artikel 7 van het belastingreglement enkel wordt bepaald door het aantal keren dat de woning op 1 januari belastbaar is, onder dezelfde eigenaar, met een maximum van 5, ongeacht of een vrijstelling werd verleend. De toekenning van een vrijstelling van belasting beïnvloedt niet de in artikel 7 bepaalde regel van de jaarlijkse verhoging van de aanslagvoet. Deze verhoging is toepasselijk zolang eenzelfde woning belastbaar is en de eigenaar ongewijzigd is gebleven. Het middel kan niet worden aangenomen. Besluit: Verwerping. ________________________________
(1)Voor aanslagjaar 2016 werd geen belasting gevestigd ingevolge een (hier niet relevante wijziging) van het belastingreglement. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240208.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240208.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.