← België

G. contra G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 29 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.3 Rolnummer: C.23.0268.N Zaak: G. contra G. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-05-16 Raadplegingen: 597 - laatst gezien 2026-06-18 08:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240229.1N.3 Fiche 1 De afstand van het recht om hoger beroep in te stellen moet strikt worden uitgelegd en mag slechts worden afgeleid uit elementen die voor geen andere uitleg vatbaar zijn

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1044 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Een stilzwijgende bekrachtiging door de lasthebber van de handelingen van zijn lasthebber moet omstandig zijn in die zin dat daaruit noodzakelijk moet blijken dat de lastgever de wil heeft om zich de handelingen van de lasthebber rechtstreeks toe te eigenen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: LASTGEVING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 440, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 De appelrechter die de stilzwijgende berusting door de eiser in het beroepen vonnis afleidt uit de door zijn advocaat zonder bijzondere volmacht gedane melding van berusting, de navolgende betaling zonder voorbehoud door de eiser van de eindstaat van kosten en ereloon van zijn advocaat en een verontwaardigd telefoontje van de eiser met de gerechtsdeurwaarder naar aanleiding van de betekening van het beroepen vonnis, terwijl uit die elementen noch afzonderlijk noch in hun geheel de berusting met zekerheid kan worden afgeleid, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BERUSTING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1045 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: ADVOCAAT Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1045 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de conclusie C.23.0268.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse:
  1. Het bestreden arrest stelt vast dat uit een geheel van feiten en stukken voldoende blijkt dat de eiser heeft berust in het bestreden vonnis en zijn hoger beroep daarom niet ontvankelijk is.
  2. In zijn enig middel voert de eiser de schending aan van de artikelen 440, tweede lid, 1044 en 1045 van het Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 1988, 1989, 1998 van het oud Burgerlijk Wetboek (oud BW) en artikel 1.12 van het Burgerlijk Wetboek.
  3. Berusten in een beslissing is afstand doen van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of sommige punten van die beslissing kan aanwenden of reeds heeft aangewend. (artikel 1044 Gerechtelijk Wetboek). Zij kan uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn. De uitdrukkelijke berusting geschiedt bij eenvoudige akte, ondertekend door de partij of haar bijzondere gemachtigde. De stilzwijgende berusting kan alleen worden afgeleid uit bepaalde en met elkaar overeenstemmende akten of feiten waaruit blijkt dat de partij het vaste en ondubbelzinnige voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing (artikel 1045 Gerechtelijk Wetboek). Een berusting moet zoals een afstand van recht strikt worden uitgelegd en kan slechts worden afgeleid uit feiten die voor geen andere uitlegging vatbaar zijn. Overeenkomstig artikel 440, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek verschijnt de advocaat als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving eist. Op grond van de artikelen 1988 en 1989 van het oud Burgerlijk Wetboek dient een advocaat over een bijzondere volmacht van zijn cliënt te beschikken om te berusten in een rechterlijke beslissing overeenkomstig de artikelen 1044 en 1045 van het Gerechtelijk Wetboek. Luidens artikel 1998, tweede lid, van het oud Burgerlijk Wetboek is de lastgever niet gehouden de verbintenissen na te komen die de lasthebber buiten de hem verleende macht heeft aangegaan, dan voor zover hij zulks uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft bekrachtigd.
  4. Uw Hof heeft reeds verscheidene malen geoordeeld dat de berusting niet kan worden afgeleid uit briefwisseling van advocaten bij gebrek aan een bijzondere volmacht vanwege de cliënt
(1), meer in het bijzonder niet kan worden afgeleid uit: - een brief van raadsman aan raadsman waarin medegedeeld wordt dat zijn cliënt de gevorderde gerechtskosten op zijn rekening had overgeschreven, dat binnenkort betaling mocht worden verwacht en dat daarmee het dossier wordt afgesloten
(2); - een niet-vertrouwelijke brief van de raadsman: "Mijn cliënte heeft besloten zich neer te leggen bij het arrest van het hof van beroep" en waarin gevraagd wordt naar "de afrekening (van de kosten) ten einde de rekeningen af te sluiten"
(3); - een brief van raadsman aan raadsman, met mededeling: "Hier ingesloten de door mijn cliënte opgemaakte afrekening en de voor onze cliënten bestemde fiches. Ik hoop dat wij aldus het dossier zullen kunnen afsluiten. Ik houd het geld te uwer beschikking"
(4); - een brief van raadsman aan raadsman, met mededeling: "Ik heb van mijn kliënt, de Heer [X], volmacht gekregen U officieel te laten weten dat hij berust in het arrest van het hof van beroep"
(5); - een brief van raadsman aan raadsman waarbij de tegenpartij wordt uitgenodigd binnen redelijke termijn te betalen en daarbij te laten weten of zij in het arrest berust, en het antwoord van de raadsman van de tegenpartij dat zijn cliënte het arrest aanvaardt en dat het nodige wordt gedaan voor betaling binnen een redelijke termijn (de betaling geschiedde ook werkelijk met een cheque)
(6). 5. Aangezien een advocaat namens zijn cliënt niet geldig kan berusten in een rechterlijke beslissing indien hij door hem daartoe niet bijzonder is gemachtigd, heeft het bestreden arrest niet wettig tot het bestaan van een berusting besloten omdat het niet vaststelt dat er sprake is van het voorleggen van een bijzondere volmacht, noch sprake is van een bekrachtiging van die berusting. Het eerste onderdeel komt gegrond voor. De afstand van het recht om hoger beroep in te stellen moet strikt worden uitgelegd en mag slechts worden afgeleid uit elementen die voor geen andere uitleg vatbaar zijn
(7). Stilzwijgende berusting in een voorlopig uitvoerbare rechterlijke beslissing kan niet worden afgeleid uit de betaling van de kosten, bij ontstentenis van bijzondere omstandigheden die op vaststaande en ondubbelzinnige wijze de afstand van het uitoefenen van een rechtsmiddel aantonen
(8). Op basis van de vastgestelde feiten kon de appelrechter niet wettig afleiden dat er sprake is van een stilzwijgende berusting. Ook het vierde onderdeel komt gegrond voor. Besluit: Vernietiging. ___________________________________
(1)Cass. 16 januari 1992, AR 9192, AC 1992, nr. 250, ECLI:BE:CASS:1992:ARR.19920116.15.
(2)Cass. 23 november 1981, AR 3030, AC 1981-1982, nr. 191, ECLI:BE:CASS:1981:ARR.19811123.18; Cass. 7 april 2016, AR F.14.0070.N, AC 2016, nr. 242, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160407.2, met gelijkluidende concl. van advocaat-generaal D. THIJS, ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160407.2.
(3)Cass. 24 november 1983, AR 6926, AC 1983-1984, 359-363, ECLI:BE:CASS:1983:ARR.19831124.2: bij de eigenlijke betaling werd wel vermeld: "onder alle mogelijk voorbehoud, meer bepaald wat cassatie betreft en zonder dat zulks een schulderkenning inhoudt"
(4)Cass. 13 maart 1978, AC 1979-1980, 824-825, ECLI:BE:CASS:1978:ARR.19780313.14.
(5)Cass. 5 september 1974, AC 1974-1975, 19-21, ECLI:BE:CASS:1974:ARR.19740905.3.
(6)Cass. 18 december 1989, AR 6668, AC 1989-1990, nr. 248, ECLI:BE:CASS:1989:ARR.19891218.7.
(7)Cass. 5 juni 2023, AR C.22.0484.N, RW 2023-24 (samenvatting), afl. 2, 57.
(8)Cass. 26 maart 2021, AR C.20.0311.N, AC 2021, nr. 227, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.8; Cass. 4 juni 2020, AR C.19.0360.N, P&B 2020, afl. 5-6, 192; J. HENDRIX, “Bewijs van stilzwijgende berusting: een duivelsbewijs”, noot onder Gent 12 oktober 2018, P&B 2019, 117-119; Cass. 19 december 2019, AR C.19.0092.N, AC 2019, nr. 681, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191219.1N.3, met concl. van advocaat-generaal A. VAN INGELGEM, ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191219.1N.3; Cass. 26 april 2018, AR C.17.0417.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 27 juni 1991, AR nr. 8964, AC 1990-91, nr. 562, ECLI:BE:CASS:1991:ARR.19910627.16. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240229.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:1974:ARR.19740905.3 ECLI:BE:CASS:1978:ARR.19780313.14 ECLI:BE:CASS:1981:ARR.19811123.18 ECLI:BE:CASS:1983:ARR.19831124.2 ECLI:BE:CASS:1989:ARR.19891218.7 ECLI:BE:CASS:1991:ARR.19910627.16 ECLI:BE:CASS:1992:ARR.19920116.15 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160407.2 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160407.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191219.1N.3 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191219.1N.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.