← België

Jaguar Land Rover Belux contra SCHRUERS ADVOCATEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 maart 2024 EC

Art. 1641

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1643

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud

Art. 1644

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de conclusie C.23.0125.N Conclusie van de heer advocaat-generaal Vanderlinden:

  1. Eiseressen tot cassatie komen op tegen het arrest van het Hof van Beroep Antwerpen, gewezen op 12 december
  2. Door eiseressen wordt er één middel aangevoerd.
  3. Wat betreft het eerste onderdeel. Ontvankelijkheid. (…) Gegrondheid. Het onderdeel is gegrond. De grieven van het onderdeel dienen beoordeeld te worden in het licht van de artikelen 1641, 1643 en 1644 Oud Burgerlijk Wetboek. De problematiek in huidige zaak betreft het aspect waardedaling van de terug te geven goederen bij de ontbinding van een wederkerige overeenkomst. Uw Hof oordeelde in zijn arrest van 13 januari 2017

(1)dat betreffende de terug te geven goederen de restitutieschuldeiser geacht wordt eigenaar van deze goederen te zijn gebleven waardoor hij de risico’s van een waardedaling moet dragen, tenzij het verschil in waarde toe te schrijven is aan het doen of laten van de restitutieschuldenaar. Het geschilpunt dat voor Uw Hof wordt gebracht betreft de vraag of de waardevermindering, voortkomende uit het gebruik van het goed door de restitutieschuldenaar, dient beschouwd te worden als een waardevermindering die het gevolg is van het “doen” door deze schuldenaar. Ik meen dat dit inderdaad het geval is. In casu betreft de waardevermindering het gevolg van het gebruik door verweerster van een voertuig waardoor er sprake is van slijtage. De wagen werd, volgens de vaststellingen van de appelrechters, “tot op heden”
(2)gebruikt. Het gebruik situeert zich derhalve, met uitzondering van wanneer het immobiel was ingevolge reparaties of defecten, gedurende de gehele periode dat verweerster de auto in haar bezit had. Het is duidelijk dat de slijtage, en dus de waardevermindering, het gevolg was van het “doen” van verweerster. Dit onderscheidt zich van het waardeverlies dat zich ook zou hebben voorgedaan indien het voertuig in het bezit van de restitutieschuldeiser zou zijn gebleven bijvoorbeeld door het gegeven dat ingevolge de innovaties die hebben plaatsgehad de wagen als “verouderd” wordt beschouwd en dus een minwaarde heeft. Dit is een gegeven dat niet toe te schrijven is aan het “doen” van de restitutieschuldenaar en dit waardeverlies moet gedragen worden door de restitutieschuldeiser. Voor de waardevermindering door gebruik is de restitutieschuldenaar een vergoeding verschuldigd
(3). Waarbij niet vereist is dat er sprake is van een foutief handelen in hoofde van deze schuldenaar
(4). De appelrechters die oordelen dat tweede eiseres de volledige koopprijs moet terugbetalen, zonder dat er rekening gehouden wordt met de waardevermindering die de zaak heeft ondergaan ingevolge het gebruik van de zaak door verweerster verantwoorden dan ook niet naar recht hun beslissing. 3. Wat betreft het tweede onderdeel. (…) 4. Wat betreft het derde onderdeel. (…) 5. Conclusie: Cassatie. __________________________________
(1)Cass. 13 januari 2017, AR C.15.0226.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170113.2, AC 2017, nr. 29, met gelijkluidende conclusie van advocaat-generaal VAN INGELGEM.
(2)Bestreden beslissing pagina 6.
(3)R. JAFFERALI, La rétroactivité dans le contrat, Brussel, Bruylant 2014, p. 1003 e.v., nr. 457; T. STAROSSELETS, “Effet de la dissolution ex tunc" in La fin du contrat, Luik, CUP, 2001, p. 228 en S. STIJNS, B. TILLEMAN, W. GOOSSENS, B. KOHL, E. SWAENEPOEL, K. WILLEMS, “Vrijwaring voor verborgen gebreken” in “Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten. Koop en Aanneming”, TPR 2008, p. 1547, in fine.
(4)Artikel 5.120, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, dat in werking getreden is op 1 januari 2023 gaat in dezelfde zin. De restitutieschuldenaar staat in voor het gedeeltelijk verlies van het terug te geven voorwerp waarbij, zoals blijkt uit de voorbereidende werken dient onder “instaan” niet begrepen te worden dat dit handelt over aansprakelijkheid. Het staat los van het begrip “fout” (Wetsvoorstel, Parl. St., Kamer, 55-1806/001, p. 153). PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240304.3N.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240304.3N.9 citeert: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170113.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.