← België

V. contra P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 28 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240328.1N.3 Rolnummer: C.21.0131.N Zaak: V. contra P. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-07-04 Raadplegingen: 268 - laatst gezien 2026-06-17 18:41 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240328.1N.3 Fiches 1 - 2 De opdrachtgever of de koper moet de nietigheid van de aan de Woningbouwwet onderworpen overeenkomst op straffe van verval in rechte vorderen of voor de rechter als verweer opwerpen vóór de voorlopige oplevering of het verlijden van de authentieke akte; eenmaal de voorlopige oplevering heeft plaatsgevonden of de authentieke akte werd verleden, kan de opdrachtgever of de koper nadien niet meer de nietigheid van de overeenkomst vorderen of ze als verweer opwerpen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Wet 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen - 09-07-1971 - Art. 13, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1971070904 Thesaurus CAS: KOOP Wettelijke bepalingen: Wet 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen - 09-07-1971 - Art. 13, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1971070904 Tekst van de conclusie C.21.0131.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: De eiser komt met één middel op tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 december
  1. Artikel 13, eerste lid, van de Woningbouwwet bepaalt dat elk beding dat strijdig is met de artikelen 3 tot 6 en 8 tot 11 van die wet, alsmede met de koninklijke besluiten genomen in uitvoering van artikel 8, alinea 2 van die wet voor niet geschreven wordt gehouden. Artikel 13, tweede lid, van de Woningbouwwet bepaalt dat de niet-nakoming van de bepalingen van artikel 7, van artikel 12 of van de koninklijke besluiten genomen in uitvoering van deze artikelen, de nietigheid van de overeenkomst ofwel de nietigheid van het met de wet strijdige beding tot gevolg heeft. Artikel 13, derde lid, van de Woningbouwwet bepaalt dat de ene of de andere nietigheid naar keuze door de verkrijger of de opdrachtgever, in de zin van artikel 1, en alleen door hen, kan worden aangevoerd vóór het verlijden van de authentieke akte of, indien het een aannemingsovereenkomst betreft, vóór de voorlopige oplevering bedoeld in artikel
  2. Uit deze bepalingen volgt dat de opdrachtgever of de koper de nietigheid van de aan de Woningbouwwet onderworpen overeenkomst op straffe van verval in rechte moet vorderen of voor de rechter als exceptief verweer moet opwerpen voor de voorlopige oplevering of het verlijden van de authentieke akte. Indien de voorlopige oplevering is gebeurd of de authentieke akte werd verleden, kan de opdrachtgever of de koper niet meer de nietigheid van de overeenkomst vorderen of ze als exceptie opwerpen. De eiser heeft aangevoerd dat de nietigheid van de aannemingsovereenkomst door de verweerders laattijdig werd opgeworpen aangezien zij pas voor het eerst in rechte werd ingeroepen in hun conclusies na de expertise van 2 januari 2018 terwijl het pand opgeleverd was op 17 juni
  3. Door te oordelen dat de aannemingsovereenkomst nietig is omdat de verweerders in een brief van 14 februari 2017 hebben gemeld dat deze overeenkomst absoluut nietig is, komt het mij voor dat de appelrechter artikel 13 Woningbouwwet heeft geschonden. Het middel komt gegrond voor. Besluit: cassatie. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240328.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240328.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.