id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 28 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240328.1N.5 Rolnummer: C.23.0310.N Zaak: R. contra R. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-07-10 Raadplegingen: 298 - laatst gezien 2026-06-15 07:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240328.1N.5 Fiche 1 Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van verbod van verrijking zonder oorzaak kan een vermogensverschuiving worden ongedaan gemaakt wanneer voor zowel de verrijking als de correlatieve verarming iedere rechtsgrond ontbreekt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Fiche 2 Het subsidiaire karakter van de rechtsvordering wegens verrijking zonder oorzaak belet dat de vordering wordt aangenomen wanneer de eiser over een andere rechtsvordering beschikte, die hij heeft laten teloorgaan; de vordering kan dus niet worden ingewilligd wanneer zij tot doel heeft een wettelijk beletsel met betrekking tot een aan de eiser ter beschikking staande rechtsvordering te omzeilen; het subsidiaire karakter staat evenwel niet eraan in de weg dat de eiser zijn vordering in hoofdorde steunt op een of meer andere grondslagen en subsidiair op de verrijking zonder oorzaak voor het geval de rechter oordeelt dat de eerst genoemde grondslagen in werkelijkheid niet voorhanden zijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Fiche 3 De verrijking is niet zonder oorzaak wanneer zij steunt op de wil van de verarmde, voor zover deze ertoe strekte een definitieve vermogensverschuiving in het voordeel van de verrijkte tot stand te brengen; dit kan onder meer blijken uit de bedoeling de verrijkte te begunstigen, het speculatieve oogmerk of de omstandigheid dat de verarmde uitsluitend of hoofdzakelijk in zijn eigen belang handelde
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Tekst van de conclusie C.23.0310.N Conclusie van de heer advocaat-generaal S. Ravyse: Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de partijen elkaars woning bewoonden en aan de verweerders een vergoeding wordt toegekend voor de renovatiewerken die ze verrichtten aan de woning van de eiseres. Tegen die beslissing in het vonnis van 27 maart 2023 van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt komt de eiseres op met twee middelen. In het eerste middel voert de eiseres de miskenning aan van het beginsel van het verbod op verrijking zonder oorzaak. In een eerste onderdeel stelt de eiseres dat de rechter, na het bestaan te hebben vastgesteld van een ruimere familiale overeenkomst, niet kon wettig beslissen, zonder het subsidiair karakter van de verrijkingsvordering te miskennen, dat de vordering van verweerders diende te worden ingewilligd op grond van verrijking zonder oorzaak. Uit de overwegingen in het arrest blijkt dat de familiale overeenkomst enkel betrekking heeft op het genot van de woningen. Uit het arrest blijkt niet dat de familiale overeenkomst ook betrekking heeft op de renovatiewerken en de eventuele vergoeding ervoor. De appelrechter motiveert naar recht de beslissing dat de verweerders voor die vordering tot het verkrijgen van een vergoeding voor de renovatiewerken kunnen steunen op ongerechtvaardigde verrijking. Het onderdeel lijkt op een verkeerde lezing van het vonnis te berusten en mist feitelijke grondslag. In het tweede onderdeel van het eerste middel voert de eiseres aan dat de appelrechter erkent dat de renovatiewerken mogelijks in het eigen belang van de verweerders gebeurde, waardoor de rechter zijn beslissing tot toekenning van een vergoeding aan de verweerders wegens een verrijking zonder oorzaak niet naar recht heeft verantwoord. Het komt me voor dat de appelrechter op grond van de feitelijke vaststellingen naar recht heeft kunnen oordelen dat ondanks dat de werken mogelijk een gevolg waren van de eigen wil en het eigen belang van de verweerders, het niet de bedoeling was om een definitieve vermogensverschuiving in het voordeel van de eiseres tot stand te brengen. Het onderdeel kan m.i. niet worden aangenomen. In het tweede middel voert de eiseres enerzijds de schending aan van de bewijskracht van de conclusies, anderzijds de schending van de motiveringsplicht. De in het tweede onderdeel van het tweede middel aangevoerde schending van de motiveringsplicht komt gegrond voor. In het bijzonder op pagina 21 van haar syntheseconclusies voerde de eiseres aan dat het verschil tussen de aankoop en verkoopprijs ten bedrage van 197.000 euro niet enkel het gevolg is van de voorgehouden renovaties maar ook van de algemene waardevermeerdering van het vastgoed tussen 2008 en 2018. Het komt me voor dat de appelrechter dat verweer niet heeft ontmoet. Besluit: cassatie. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240328.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240328.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div