id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 08 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240408.3N.3 Rolnummer: S.23.0003.N Zaak: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING contra R. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2024-07-12 Raadplegingen: 218 - laatst gezien 2026-06-15 07:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240408.3N.3 Fiche De term “aanverwant” ziet in beginsel op de relatie die door het huwelijk ontstaat met de bloedverwanten van de echtgenoot of echtgenote; uit de samenhang van de artikelen 2, tweede lid en 65, § 2, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, vloeit evenwel voort dat de bloedverwanten van de persoon met wie het personeelslid wettelijk samenwoont voor de toepassing van het KB van 16 maart 2001 als aanverwanten van het personeelslid moeten worden aangezien
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: KB 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan - 16-03-2001 - Art. 2, tweede lid - 36 ELI link Pub nr 2001009191 KB 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan - 16-03-2001 - Art. 65, § 2, eerst en tweede lid - 36 ELI link Pub nr 2001009191 Tekst van de conclusie S.23.0003.N Conclusie van de Advocaat-generaal Vanderlinden:
- Eiser tot cassatie komt op tegen een arrest van het Arbeidshof Gent, afdeling Gent, gewezen op 10 oktober
- Door eiser wordt er één middel aangevoerd.
- Het middel. a. Probleemstelling. Het geschil betreft de invulling van het begrip aanverwanten waarvan sprake in artikel 65, § 2, derde lid van het KB van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan. In casu ging het om een loopbaanonderbreking voor het verlenen van medische bijstand aan de (stief)vader van de wettelijk samenwonende partner. Het standpunt van eiser tot cassatie is dat er enkel sprake kan zijn van een “aanverwant” bij een huwelijk. Dit zou dus niet gelden in het kader van een wettelijke samenwoning. De appelrechters oordeelden, op grond van de gelijkstellingen die voortvloeien uit artikel 2, tweede lid van het KB van 16 maart 2001
(1), dat ook bij een wettelijke samenwoning het concept van aanverwanten kan weerhouden worden. b. Beoordeling. Ik deel desbetreffend het standpunt van de appelrechters. Laat mij vooreerst verduidelijken wat een aanverwant is. Aanverwantschap is een combinatie van bloedverwantschap en huwelijk. Het betreft enerzijds de bloedverwanten van de echtgenoot en anderzijds de echtgenoten van de eigen bloedverwanten. Er is echter geen aanverwantschap door de combinatie van huwelijk en aanverwantschap. Men spreekt dus, in hoofde van een partner, niet over aanverwantschap wanneer het gaat om de aanverwanten van zijn echtgenoot. Evenmin is er sprake van aanverwantschap bij de combinatie van bloedverwantschap en aanverwantschap
(2)
(3). Dus daar waar aanverwantschap een huwelijksband veronderstelt, is er - in de regel - geen sprake van aanverwantschap wanneer het gaat om wettelijke samenwoning. Echter specifiek voor het geschil dat voor Uw Hof is gebracht, is er het gegeven dat in het KB van 2001, in artikel 2, gelijkstellingen worden bepaald. Relevant is wat te lezen staat in artikel 2, tweede lid, 1° namelijk dat gelijkgesteld wordt met huwelijk het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning. Tevens wordt in hetzelfde artikel 2, tweede lid, 2° en 3° gelijkgesteld met echtgeno(o)t(e) de persoon, van verschillend of gelijk geslacht, met wie het personeelslid samenleeft als koppel op dezelfde woonplaats. De gelijkstellingen werden in het KB van 2001 ingevoerd door het KB van 7 oktober 2013. Uit het Verslag aan de Koning blijkt dat het opzet er, onder anderen, in bestond om het KB van 2001 geslachts- en levensbeschouwelijk neutraal
(4)te maken. In het Groot Woordenboek van de Nederlandse taal Van Dale wordt “levensbeschouwing” beschreven als “opvatting omtrent het leven, zijn waarde en wezen, hoe het gevoerd moet worden” dit omvat dus tevens de wijze waarop een mens zijn relatie met zijn levenspartner vorm wil geven. Dus de keuze die men maakt tussen feitelijke samenwoning, wettelijke samenwoning of huwelijk, waarbij bij dit laatste zich de vraag stelt enkel burgerlijk of tevens kerkelijk. Door deze gelijkstelling heeft de regelgever de beslissing genomen om voor wat betreft de rechten die vervat zijn in het KB van 2001, het zijn sociale rechten, de wettelijke samenwoning gelijk te stellen met huwelijk. Dus de aspecten die voortvloeien uit de huwelijksband worden, inzake verloven en afwezigheden die voorkomen in het KB, ook geacht aanwezig te zijn in het kader van de wettelijke samenwoning. Dit betreft dus tevens de “aanverwanten”. Ingevolge de in de regelgeving verankerde gelijkstelling kan geen verweer geput worden uit aspecten van andere regelgevingen betreffende het onderscheid tussen huwelijk en wettelijke samenwoning. Het standpunt van de regelgever is immers dat er voor de toepassing van het KB van 2001 geen onderscheid is tussen deze beiden. Zoals hoger gesteld is aanverwant een combinatie van bloedband en huwelijk. In de situatie waar men wettelijke samenwoning gelijkstelt met huwelijk dan wijzigt men één van de twee criteria die vooropgesteld worden om te kunnen spreken van aanverwantschap, het andere, namelijk de bloedband, blijft ongewijzigd. Dus, in tegenstelling tot het standpunt dat ingenomen wordt in de voorziening, is niet vereist dat het begrip aanverwant moet worden uitgebreid opdat men bij een wettelijke samenwoning kan spreken van aanverwanten. Dit is immers een gevolg van de gelijkstelling huwelijk en wettelijke samenwoning waarvoor de regelgever uitdrukkelijk opteerde. Het is tevens nuttig om het artikel 11 van het KB in ogenschouw te nemen. De rechten die in deze bepaling worden toegekend zijn ruimer dan deze die voorzien zijn in artikel
- In artikel 11 leest men op diverse plaatsen “bloed- of aanverwant …. van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e)”. De verloven die toegekend worden in artikel 11 gelden dus niet enkel voor de eigen bloed- of aanverwanten maar tevens voor de bloed- en aanverwanten van de echtgeno(o)t(e). Het verschil in beide rechten komt duidelijk naar voor in een voorbeeld. In het kader van artikel 65 zal men dus geen aanspraak kunnen maken voor verlof voor het verlenen van medische bijstand aan de schoonzus van zijn echtgenoot. Bij het overlijden van diezelfde schoonzus kan men echter, op grond van artikel 2, 7°, wel een omstandigheidsverlof aanvragen. Dus in het kader van een huwelijk heeft men ruimere rechten in artikel 11 dan in artikel
- Door de gelijkstellingen met “echtgeno(o)t(e)” die te lezen zijn in artikel 2 gelden dezelfde ruimere rechten bij een wettelijke samenwoning. Het standpunt van eiser tot cassatie dat vooropstelt dat de regelgever in een uitdrukkelijke bepaling had dienen te voorzien waarbij het de aanverwanten van een personeelslid gelijkstelt met de familieleden met wie het personeelslid wettelijk samenwoont, faalt naar recht. Volledigheidshalve wil ik nog wijzen op een aspect waar men in de bestreden beslissing is aan voorbijgegaan. Blijkens de vaststellingen in het vonnis en het arrest gaat het om de stiefvader, echtgenoot van de moeder, van de partner van verweerder. Nu, deze stiefvader is geen aanverwant van verweerder. Aanverwant zijn immers, zoals hoger gesteld, de bloedverwanten van de partner en de echtgenoten van de eigen bloedverwanten. Conclusie: Verwerping. ______________________________________
(1)Ingevoegd bij KB van 7 oktober 2013, BS 28 oktober 2013.
(2)F. Swennen Het personen- en familierecht – Een benadering in context, Antwerpen, Intersentia 2023, p. 606.
(3)Een aanverwant is dus bijvoorbeeld de vader van zijn echtgenoot, dus de schoonvader, alsook de echtgenoot van zijn bloedverwant, bijvoorbeeld de echtgenoot van zijn eigen moeder, dus de stiefvader. Doch men is niet aanverwant met de schoonzus van zijn echtgenoot, noch met de kinderen van zijn stiefvader.
(4)In de Nederlandse versie van het verslag, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad is het woord “neutraal” weggevallen. Woord dat wel aan te treffen is in de Franse versie. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240408.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240408.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div