id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 08 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240408.3N.4 Rolnummer: S.21.0031.N Zaak: A.B.W. contra R. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2024-07-12 Raadplegingen: 220 - laatst gezien 2026-06-15 07:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240408.3N.4 Fiches 1 - 2 Het buiten toepassing laten, met toepassing van artikel 159 Grondwet, van een beslissing waarbij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid weigert vrijstelling of vermindering te verlenen van de bij artikel 38, § 3quater, 10°, vierde lid, Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid bepaalde forfaitaire vergoeding en de bij artikel 28, § 1, RSZ-wet bepaalde bijdrageverhoging, laat het verschuldigd zijn van die forfaitaire vergoeding en bijdrageverhoging onverlet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 159 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 159 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers - 29-06-1981 - Art. 38, § 3quater, 10°, vierde lid - 02 ELI link Pub nr 1981001048 Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 28, § 1 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 159 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers - 29-06-1981 - Art. 38, § 3quater, 10°, vierde lid - 02 ELI link Pub nr 1981001048 Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 28, § 1 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Tekst van de conclusie S.21.0031.N Conclusie van de Advocaat-generaal Vanderlinden:
- Eiseres tot cassatie komt op tegen een arrest van het Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, gewezen op 04 januari
- Door eiseres wordt er één middel aangevoerd.
- Eerste onderdeel. (…)
- Tweede onderdeel. (...)
- Derde onderdeel. In het eerste onderdeel gaf ik aan dat een rekeninguittreksel geen administratieve beslissing is. De grieven van het derde onderdeel kunnen dienvolgens enkel weerhouden worden met betrekking tot de administratieve beslissing van 17 november 2015 betreffende het verzoek tot ontheffing. Inzake de toepassing van artikel 159 Grondwet en het buiten toepassing laten van de beslissing van 17 november 2015 dien ik er op te wijzen dat dit niet tot gevolg heeft dat de gevorderde bedragen niet verschuldigd zijn. Immers de voormelde beslissing betreft het aspect ontheffing. Het verschuldigd zijn van de bijdragenopslagen, forfaitaire vergoeding en intresten is echter een gevolg van de administratieve beslissing van 31 mei 2010 dat eiseres een CO2-bijdrage verschuldigd is en de toepassing van de wettelijke bepalingen die het gevolg zijn van het feit dat deze bijdrage, noch werd aangegeven, noch tijdig werd betaald. Het buiten toepassing laten van de beslissing van 17 november 2015 doet hier geen afbreuk aan. In zoverre het onderdeel het standpunt inneemt dat de bedragen niet verschuldigd zijn zo de beslissing betreffende de weigering tot ontheffing buiten toepassing wordt gelaten, faalt het naar recht. Derhalve, in zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters de wettigheid van de beslissing van 17 november 2015 niet hebben nagegaan kan het niet tot cassatie leiden en is het dus bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk. De appelrechters stellen vast dat, op grond van het vonnis van de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout van 12 december 2012, eiseres een solidariteitsbijdrage ex-artikel 38quater Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid verschuldigd was. Zij oordelen verder dat deze bijdrage niet werd aangegeven noch tijdig werd betaald en dat verweerder op een correcte wijze toepassing heeft gemaakt van artikel 38, § 3quater, 10°, 3° lid en volgende Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid en artikel 28, § 1 RSZ-wet
(1). Hun oordeel steunt derhalve op de bepalingen van de Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid, alsook de RSZ-wet en niet op de als onwettig omschreven administratieve beslissing. In zoverre het onderdeel aanvoert dat op grond van een onwettig geachte beslissing aan verweerder rechten werden toegekend gaat het uit van een onjuiste lezing van de bestreden beslissing en mist het dus feitelijke grondslag. Conclusie: Verwerping. _____________________
(1)Bestreden beslissing pagina 12. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240408.3N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240408.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div