← België

Ö.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 11 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240411.1N.2 Rolnummer: C.23.0101.N Zaak: Ö. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-08-16 Raadplegingen: 638 - laatst gezien 2026-06-18 19:11 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240411.1N.2 Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 15, § 3, eerste lid, 1, § 2, eerste lid, 4°, a, en 23, § 1, eerste lid, 2°, WBN in hun onderlinge samenhang volgt dat ernstige tekortkomingen aan verplichtingen die gelden voor een Belgische burger ook ten aanzien van een kandidaat-Belg kunnen gelden als gewichtige feiten eigen aan de persoon die de verkrijging van de Belgische nationaliteit beletten

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie Cass. 24 oktober 2019, AR C.19.0159.N, AC 2019, nr. 543, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.18; Cass. 27 april 2020, AR C.19.0487.N, AC 2020, nr. 249, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3N.3, met concl. van advocaat-generaal H. Vanderlinden; contra: Cass. 17 juni 2022, AR C.20.0448.F, AC 2022, nr. 431, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220617.1F.3. Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Wettelijke bepalingen: Verordening EG nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag - 16-12-2002 - Art. 15, § 3, eerste lid Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 1, § 2, eerste lid, 4°,
  1. a)- 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23, § 1, eerste lid, 2° - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 15, § 3, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 1, § 2, eerste lid, 4°,
  2. a)- 35 ELI link Pub nr 1984900065 Wetboek van de Belgische nationaliteit - 28-06-1984 - Art. 23, § 1, eerste lid, 2° - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Tekst van de conclusie C.23.0101.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman: Eiser komt op tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, gewezen op 13 december 2022. Door eiser wordt één middel aangevoerd. I. Situering. 1. Eiser verwijt de appelrechters de artikelen 1, § 2, eerste lid, 4° en laatste lid, 12bis, § 1, 3° en § 3, 23, 23/1 en 23/2 WBN en artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot uitvoering van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken
(1)(verder koninklijk besluit van 14 januari 2013) te hebben geschonden door onder meer te oordelen dat - de lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon niet exhaustief is maar slechts de bedoeling heeft om een aantal gevallen te vermelden die zonder meer een beletsel vormen om de Belgische nationaliteit te verkrijgen (eerste onderdeel) - de verwijzing in artikel 1, §2, eerste lid, 4°, a) WBN naar het feit zich te bevinden in een van de gevallen bedoeld in de artikelen 23, 23/1 of 23/2 WBN, toelaat wanneer de betrokkene ernstig tekortkomt aan zijn verplichtingen als Belgisch burger (artikel 23, §1, eerste lid, 2° WBN), als een gewichtig feit eigen aan de persoon te beschouwen dat de vordering tot ongegrondverklaring van het negatief advies van het Openbaar Ministerie in de weg staat (vierde onderdeel).
  1. De problematiek is in deze zaak enerzijds of de lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon, zoals deze aan te treffen is in artikel 1, § 2, eerste lid, 4° WBN en aangevuld door de Koning in het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 moet worden beschouwd als een limitatieve lijst dan wel dat het louter exemplatief is. Anderzijds rijst de vraag of via de toepassing van de voorwaarden voor vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit, een gewichtig feit eigen aan de persoon kan worden weerhouden om de nationaliteitsverkrijging te beletten. II. Principes. II.
  2. Limitatieve lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon.
  3. De rechtspraak van Uw Hof heeft een evolutie doorgemaakt met betrekking tot het al dan niet limitatief karakter van de lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon.
  4. Oorspronkelijk werd er geoordeeld dat deze lijst niet exhaustief is
(2). Door bepaalde auteurs werden deze arresten of dit standpunt kritisch benaderd omdat ze zouden ingaan tegen de doelstellingen van de wet
(3). 5. In het arrest van 17 juni 2022 werd er daarentegen door een voltallige kamer geoordeeld dat: “Door de Koning te belasten met het aanvullen van de door hemzelf opgemaakte lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon, heeft de wetgever gewild dat die lijst en de lijst die door de Koning zou worden opmaakt, de limitatieve opsomming zouden vormen van de enige gewichtige feiten eigen aan de persoon die als motivering kunnen dienen voor het negatief advies van de procureur des Konings inzake de verkrijging van de Belgische nationaliteit door de persoon die de verklaring aflegt.”
(4)6. Het voormelde arrest van 17 juni 2022 werd met gemengde gevoelens onthaald in de rechtsleer. Eén auteur verwoordde zelfs zware kritiek
(5). Andere auteurs menen dat in het arrest van 17 juni 2022 terecht werd geoordeeld dat de lijst van gewichtige feiten uit het koninklijk besluit van 13 januari 2013 limitatief is en dat het aan de wetgever of de Koning is om in te grijpen wanneer de wet en het koninklijk besluit van 14 januari 2013 onvolledig en niet consistent zou zijn
(6)of verdedigden reeds het standpunt van de limitatieve lijst
(7). 7. Nu er sinds het arrest van 17 juni 2022 geen aanpassing van de wetgeving ter zake heeft plaatsgevonden, blijft de in dit arrest vervatte rechtsregel volgens mij onverkort gelden
(8). II.
  1. Invloed van artikel 23 WBN op de lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon?
  2. Op basis van artikel 1, § 2, eerste lid, 4° WBN en artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 zijn de volgende feiten eigen aan de persoon gewichtig, zodat zij een beletsel opleveren dat een negatief advies van de procureur rechtvaardigt: – het feit in aanmerking te komen voor een vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit (artikelen 23, 23/1 of 23/2 WBN) (zie echter verder); – het feit aanhanger te zijn van een beweging of organisatie die door de Staatsveiligheid als gevaarlijk wordt beschouwd. – onmogelijkheid tot controle van de identiteit of hoofdverblijfplaats, of onmogelijkheid de identiteit te waarborgen. – een definitieve rechterlijke straf te hebben opgelopen wegens eender welke vorm van sociale of fiscale fraude; – elke strafrechtelijke veroordeling tot een effectieve gevangenisstraf die nog voorkomt in het strafregister, tenzij eerherstel werd verleend; – elk feit dat kan leiden tot een dergelijke gevangenisstraf en waarvoor nog een opsporingsonderzoek van maximaal een jaar oud hangende is of waarvoor een gerechtelijk onderzoek hangende is; – het feit zich over te leveren aan enige activiteit die de fundamentele belangen van de Staat bedreigt of kan bedreigen zoals omschreven in de artikelen 7 en 8 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst; – de definitieve gerechtelijke vaststelling dat de vreemdeling zijn wettelijk verblijf in België heeft bekomen via schijnhuwelijk of gedwongen huwelijk, of via schijnsamenwoning of gedwongen wettelijke samenwoning.
  3. In artikel 1, § 2, eerste lid, 4°, a) WBN is bepaald dat het feit dat de vreemdeling zich bevindt in een van de gevallen bedoeld in artikel 23, 23/1 of 23/2 WBN een gewichtig feit eigen aan de persoon is. In het bijzonder zou artikel 23, § 1, eerste lid, 2° WBN dat bepaalt dat vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit mogelijk is wanneer men ernstig tekortkomt aan zijn verplichtingen als Belgisch burger, een invloed kunnen hebben op het limitatief karakter van de lijst van gewichtige feiten.
  4. De verwijzing naar de andere bepalingen van artikel 23, 23/1 en 23/2 WBN hebben mijns inziens in ieder geval geen enkele invloed op de lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon ofwel omdat ze in geen enkel geval kunnen worden toegepast op een vreemdeling die nog niet de Belgische nationaliteit heeft verworven (art. 23/1, § 1, eerste lid, 3° WBN) ofwel omdat de in die artikelen geviseerde gevallen reeds ressorteren onder de gewichtige feiten eigen aan de persoon zoals opgesomd in artikel 1, § 2, eerste lid, 4°, c) WBN (artikel, 23, § 1, eerste lid, 1° WBN)
(9)en artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 (art. 23/1, eerste lid, 1° en 2° WBN en art. 23/2, § 1 WBN). Uit vergelijking van de lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon met de lijst van feiten die aanmerking kunnen worden genomen voor vervallenverklaring blijkt, zoals de logica dit vereist, dat de criteria op basis waarvan een vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit kan worden uitgesproken strenger zijn dan de criteria op basis waarvan de Belgische nationaliteitsverkrijging kan worden belet. De lijst met gewichtige feiten eigen aan de persoon omvat met andere woorden ook alle gevallen op basis waarvan men de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit kan uitspreken. 11. Ernstige tekortkomingen aan de verplichtingen als Belgisch burger is een ruim begrip dat het mogelijk maakt feiten te beogen die geen vonnis vereisen dat door een Belgische rechter moet worden uitgesproken en die zich evenmin beperken tot strafrechtelijk veroordelingen
(10). De in artikel 23, § 1, 2°, WBN bepaalde vervallenverklaring van de nationaliteit maakt het mogelijk te verzekeren dat de verplichtingen die iedere Belgische burger heeft, in acht worden genomen door de Belgen die hun nationaliteit noch door een ouder of een adoptant die Belg was op het ogenblik van hun geboorte, noch door de toepassing van artikel 11 van het Wetboek hebben verkregen, en maakt het mogelijk die Belgen, wanneer zij door hun gedrag tonen dat zij de fundamentele regels van het samenleven niet aanvaarden en ernstig afbreuk doen aan de rechten en vrijheden van hun medeburgers, van de nationale gemeenschap uit te sluiten
(11). Het gaat om handelingen die op ernstige wijze een inbreuk vormen op de openbare orde en veiligheid van België, zijn burgers en zijn instellingen. Het kan ook gaan om handelingen waarmee de betrokkene duidelijk maakt dat hij of zij geen werkelijke band heeft met België. De betrokkene wil enkel de rechten, maar niet de plichten die voortvloeien uit de Belgische nationaliteit
(12). 12. In de rechtsleer zijn er opnieuw diverse standpunten over deze verwijzing in artikel 1, § 2, eerste lid, 4°, a) WBN. Sommigen zijn van oordeel dat de verwijzing naar artikel 23, 23/1 en 23/2 WBN vatbaar is voor kritiek omdat een vreemdeling die nog niet de Belgische nationaliteit verwierf, per definitie niet aan zijn verplichtingen als Belgisch burger kan tekortkomen
(13). Anderen zijn daarentegen de mening toegedaan dat dit weldegelijk als een gewichtig feit eigen aan de persoon moet worden aanzien
(14).
  1. Volgens mij kan er geen autonome invulling worden gegeven aan de verwijzing in artikel 1, § 2, eerste lid, 4°, a) WBN naar artikel 23, § 1, eerste lid, 2° WBN.
  2. Alle gevallen opgesomd in de lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon vormen de concretisering van het begrip ernstige tekortkomingen aan de verplichtingen als Belgisch burger zodat men op dat begrip als autonome grond voor het vaststellen van een gewichtig feit eigen aan de persoon geen beroep kan doen. Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 had daarenboven reeds de bedoeling om met zijn artikel 2, 2° en 3° om de praktijk van de Nederlandstalige en Franstalige procureurs des Konings op het vlak van nationaliteit verder te zetten, waarbij voor de beoordeling van het begrip "gewichtige feiten eigen aan de persoon" wordt gekeken naar de moraliteit van de kandidaat-Belg evenals naar zijn respect voor de Belgische wetten en normen die in bepaalde gevallen een beletsel vormen voor het verwerven van de Belgische nationaliteit.”
(15)Het begrip ernstige tekortkomingen aan de verplichtingen als Belgisch burger is met andere woorden reeds geïncorporeerd in artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 en in de overige gevallen opgesomd in artikel 1, § 2, eerste lid, 4° WBN.
  1. Bovendien zou de omgekeerde interpretatie er kunnen toe leiden dat de beperkingen die zijn voorgeschreven in artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 worden uitgehold en dat de rechters zich bijgevolg een macht zouden toe-eigenen die door de wetgever is voorbehouden aan de Koning doordat er andere gewichtige feiten aan de persoon zouden kunnen worden weerhouden dan degene die limitatief blijken uit artikel 1, § 2, eerste lid, 4° WBN en artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 14 januari
  2. In deze interpretatie zou er bijvoorbeeld een gewichtig feit eigen aan de persoon kunnen worden weerhouden in geval van een strafrechtelijke veroordeling zonder effectieve gevangenisstraf of zelfs wanneer er eerherstel werd bekomen (tegen art. 2, 1° van het koninklijk besluit van 14 januari 2013)
(16). Of zou er een bijvoorbeeld een opsporingsonderzoek dat zou kunnen leiden tot een strafrechtelijk veroordeling met een effectieve gevangenisstraf kunnen worden weerhouden als een gewichtig feit eigen aan de persoon zelfs wanneer een opsporingsonderzoek niet werd geopend in het jaar voorafgaand aan de verklaring of het verzoek en niet meer hangende is (tegen artikel 2, 2° van het koninklijk besluit van 14 januari 2013)
(17). Uit het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 14 januari 2013 blijkt nochtans dat deze beperkingen uitdrukkelijk werden ingeschreven om te vermijden dat er een disproportionele toepassing van het concept “gewichtig feit eigen aan de persoon” zou worden gemaakt
(18).
  1. Tenslotte is er de vaststelling dat alle verwijzingen in artikel 1, § 2, eerste lid, 4°, a) WBN in ieder geval reeds onder het ruimer toepassingsgebied van de lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon vallen.
  2. In deze omstandigheden toelaten tegen de uitdrukkelijke wil van de wetgever en de Koning dat via de omweg van artikel 23, § 1, eerste lid, 2° WBN de beperkende voorwaarden van artikel 2 van het Koninklijk besluit van 14 januari 2013 worden uitgehold, zou volgens mij een schending uitmaken van artikel 1, § , eerste lid, 4° WBN en van artikel 2 van het Koninklijk besluit van 14 januari
  3. III. Toepassing van de hogervermelde principes in deze zaak.
  4. Eerste onderdeel.
  5. Met de motivering onder punt 11 van het bestreden arrest oordelen de appelrechters onder meer dat de in artikel 1, § 2, eerste lid, 4°, WBN en artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 bedoelde lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon geen limitatief karakter heeft en dat ook andere feiten in aanmerking kunnen worden genomen die de Belgische nationaliteitsverkrijging door eiser beletten. Hiermee verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het eerste onderdeel is gegrond.
  6. Vierde onderdeel.
  7. Met de motivering onder punt 11 van het bestreden arrest oordelen de appelrechters onder meer dat de strafrechtelijke veroordeling van eiser tot een werkstraf wegens opzettelijke slagen of verwondingen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg (het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 september 2021), niet valt onder de in artikel 1, § 2, eerste lid, 4°, WBN en artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 bedoelde lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon maar kan worden beschouwd als een ernstige tekortkoming aan de verplichtingen als Belgisch burger zoals bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid, 2°, WBN die de verkrijging van de Belgische nationaliteit door de eiser belet. Hiermee verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het vierde onderdeel is gegrond. Conclusie: cassatie. _________________________________________
(1)BS 21 januari 2013.
(2)Cass. 27 april 2020, AR C.19.0487.N, AC 2020, nr. 249, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3N.3, met concl. van advocaat-generaal Henri VANDERLINDEN, ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200427.5; Cass. 24 oktober 2019, AR C.19.0159.N, AC 2019, nr. 543, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.18.
(3)C. MACQ, “Voyage dans les méandres de la notion de faits personnels graves", Rev.dr.étr. 2020, 13-14; D. DE JONGHE en M. DOUTRPONT, “Le Code de la nationalité belge, version 2013 – De « Sois Belge et intègre-toi » à « Intègre-toi et sois Belge »... (deuxième partie)", JT 2013, 335; Ch.-L. CLOSSET en B. RENAULD, Traité de la nationalité en droit belge, Brussel, Larcier 2015, 253-255.
(4)Cass. 17 juni 2022, AR C.20.0448.F, AC 2022, nr. 431, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220617.1F.3, Rev.dr.étr. 2022, afl. 215, 33; Rev.trim.dr.fam. 2023, afl. 1, 44; T.Vreemd. 2023 (samenvatting), afl. 1, 53.
(5)S. VAN DROMME, “Lijst gewichtige feiten voor weigeren nationaliteitsaanvraag dringend uitbreiden”, Juristenkrant 2022, afl. 455, 12-13.
(6)F. SWENNEN, Het personen- en familierecht (achtste, herziene uitgave), Brussel, Intersentia 2023, 155.
(7)C. MACQ, “Voyage dans les méandres de la notion de faits personnels graves", Rev.dr.étr. 2020, 13-14; D. DE JONGHE en M. DOUTRPONT, “Le Code de la nationalité belge, version 2013 – De « Sois Belge et intègre-toi » à « Intègre-toi et sois Belge »... (deuxième partie)", JT 2013, 335.
(8)Zie het pleidooi van S. VAN DROMME om de lijst uit te breiden in S. VAN DROMME, “Lijst gewichtige feiten voor weigeren nationaliteitsaanvraag dringend uitbreiden”, Juristenkrant 2022, afl. 455, 12-13.
(9)Onder artikel 1, § 2, eerste lid, 4° c) vallen immers alle gevallen van identiteitsfraude of fraude bij het verkrijgen van het recht op verblijf (zie ook F. SWENNEN, Het personen- en familierecht (achtste, herziene uitgave), Brussel, Intersentia 2023, 154).
(10)GwH 17 september 2015, nr. 122/2015, overw. B.3.3., ECLI:BE:GHCC:2015:ARR.122.
(11)M. VAN DE PUTTE, “Commentaar bij artikel 23 Wetboek Belgische Nationaliteit”, 6 in F. SWENNEN, G. VERSCHELDEN, en T. WUYTS, Personen- en familierecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, losbl., 10 dln., z.p.; GwH 17 september 2015, nr. 122/2015, overw. B.3.3., ECLI:BE:GHCC:2015:ARR.122.
(12)M. VAN DE PUTTE, “Commentaar bij artikel 23 Wetboek Belgische Nationaliteit”, 8 in F. SWENNEN, G. VERSCHELDEN, en T. WUYTS, Personen- en familierecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, losbl., 10 dln., z.p.
(13)C. MACQ, “Voyage dans les méandres de la notion de faits personnels graves”, Rev.dr.étr. 2020, 8; D. DE JONGHE en M. DOUTRPONT, “Le Code de la nationalité belge, version 2013 – De « Sois Belge et intègre-toi » à « Intègre-toi et sois Belge »... (deuxième partie)", JT 2013, 336.
(14)S. VAN DROMME, “Lijst gewichtige feiten voor weigeren nationaliteitsaanvraag dringend uitbreiden”, Juristenkrant 2022, afl. 455, 13; F. SWENNEN, Het personen- en familierecht (achtste, herziene uitgave), Brussel, Intersentia 2023, 154; M. VAN DE PUTTE, “Commentaar bij artikel 1 Wetboek Belgische nationaliteit”, 7-8 in F. SWENNEN, G. VERSCHELDEN, en T. WUYTS, Personen- en familierecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, losbl., 10 dln.
(15)Zie Verslag aan de Koning bij het Koninklijk besluit van 14 januari 2013, BS 21 januari 2013, 2598-2599.
(16)C. MACQ, “Voyage dans les méandres de la notion de faits personnels graves”, Rev.dr.étr. 2020, 15.
(17)D. DE JONGHE en M. DOUTRPONT, “Le Code de la nationalité belge, version 2013 – De « Sois Belge et intègre-toi » à « Intègre-toi et sois Belge »... (deuxième partie)", JT 2013, 336.
(18)Verslag aan de Koning bij het Koninklijk besluit van 14 januari 2013, BS 21 januari 2013, 2598-2599. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240411.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240411.1N.2 citeert: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.18 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3N.3 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200427.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220617.1F.3 ECLI:BE:GHCC:2015:ARR.122 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.