← België

GEMEENTE HAALTERT contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 25 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240425.1N.6 Rolnummer: F.22.0131.N Zaak: GEMEENTE HAALTERT contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-08-22 Raadplegingen: 462 - laatst gezien 2026-06-19 01:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240425.1N.6 Fiche 1 Een geschil in verband met de wettigheid van de opname van een woning in het gemeentelijk leegstandregister is een geschil betreffende de toepassing van de belastingwet bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 569, eerste lid, 32° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De mogelijkheid de opname van een woning in het gemeentelijk leegstandsregister aan te vechten met toepassing van artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek sluit uit dat wanneer de heffingsplichtige die mogelijkheid niet heeft benut of ze tevergeefs heeft uitgeput, de rechter die op grond van artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek kennis neemt van het tegen de heffing ingediende bezwaar, nog uitspraak doet over de wettigheid van de opname op grond waarvan de heffing is vastgesteld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 569, eerste lid, 32° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385undecies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de conclusie F.22.0131.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen: (…) 2.4. Het Hof oordeelde reeds inzake de Vlaamse leegstandsheffing dat de registratie in de inventaris van de leegstaande bedrijfsruimten een individuele fiscale rechtshandeling is waarmee het bestuur de toestand van leegstand of verwaarlozing vaststelt en beoogt de opgenomen goederen na twee opeenvolgende registraties aan de heffing te onderwerpen. Een geschil in verband met de wettigheid van de registratie in de inventaris van de leegstaande bedrijfsruimten is volgens het Hof dan ook een geschil betreffende de toepassing van de belastingwet bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek. De beslissingen genomen op het beroep tegen de registratie kunnen, evenals deze genomen op het bezwaar tegen de heffing krachtens artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek voor de rechtbank van eerste aanleg worden aangevochten. De mogelijkheid de registratie van een onroerend goed in de inventaris van de leegstaande bedrijfsruimten aan te vechten op grond van het intussen opgeheven artikel 7 Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten en artikel 569, eerste lid, 32°, Ger.W., sluit volgens het Hof uit dat, wanneer de heffingplichtige die mogelijkheid niet heeft benut of ze tevergeefs heeft uitgeput, de rechter die op grond van het toenmalige artikel 26, § 4, Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten en artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek kennis nam van het tegen de heffing ingediende bezwaar, nog uitspraak doet over de wettigheid van de registratie op grond waarvan de heffing is vastgesteld
(1). Aansluitend bij de aanvoering van eiseres meen ik dat op grond van een overeenkomstige toepassing van de rechtspraak van het Hof inzake leegstaande bedrijfsruimten kan worden aangenomen dat de belastingplichtige die de mogelijkheid om de registratie van zijn woning in het gemeentelijk leegstandregister aan te vechten, niet of onvolledig heeft benut (in voorliggend geval door de afwijzende beslissing van het administratief beroep tegen de opname in het leegstandsregister niet aan te vechten voor de rechtbank van eerste aanleg), dan wel tevergeefs heeft uitgeput, de wettigheid van die registratie niet meer kan betwisten in het kader van zijn bezwaar en de daaropvolgende gerechtelijke procedure tegen de leegstandheffing zelf. Het middel lijkt mij gegrond. 3. Besluit: vernietiging. __________________________
(1)Vergelijk Cass. 5 mei 2017, AR F.15.0181.N, AC 2017, nr. 314, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170505.4; Cass. 22 mei 2015, AR F.14.0142.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 22 mei 2015, AR F.13.0178.N, AC 2015, nr. 338, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150522.7; Cass. 6 maart 2015, AR F.14.0107.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 6 maart 2015, AR F.14.0084.N, AC 2015, nr. 168, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150306.3; Cass. 17 mei 2013, AR F.12.0093.N, AC 2013, nr. 308, ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130517.4. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240425.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240425.1N.6 citeert: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130517.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150306.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150522.7 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170505.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.