id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 02 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240502.1N.5 Rolnummer: F.23.0096.N Zaak: STAD BRUSSEL contra BACAF nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-04-22 Raadplegingen: 211 - laatst gezien 2026-06-15 03:56 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240502.1N.5 Fiches 1 - 2 Een gebouw is onbewoond wanneer vastgesteld wordt dat er voor dit gebouw niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of hiervoor op de wachtlijst staat, of dat er geen inschrijving voor dit gebouw bestaat in de kruispuntbank van ondernemingen, tenzij het werkelijk gebruik als woning of voor een economische activiteit wordt aangetoond; deze vaststelling tot bewijs van het tegendeel geldt voor onbepaalde duur en aldus voor de dienstjaren die volgen op het jaar van de vaststelling
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Belastingreglement van de stad Brussel van 4 november 2013 inzake de belasting op verwaarloosde of onverzorgde gebouwen, onbewoonde of onafgewerkte gebouwen en dito gronden - 04-11-2013 - Art. 3 Tekst van de conclusie F.23.0096.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: Op grond van een vaststelling op 16 juni 2010 van een onbewoond gebouw van de verweerster, verzond de eiseres naar de verweerster voor dienstjaar 2014 een aanslag in de gemeentebelasting op de verwaarloosde, onverzorgde, onbewoonde of onafgewerkte gebouwen. Zowel de eerste rechter als het hof van beroep te Brussel in zijn arrest van 6 juni 2023 verklaarden de aanslag nietig. Tegen dat arrest komt de eiseres op met twee middelen. In het eerste onderdeel van het eerste middel voert de eiseres in het bijzonder de schending aan van de artikelen 2,
- d)en 3 van het belastingreglement. Volgens artikel 2,
- d)van het belastingreglement wordt een gebouw onbewoond verklaard wanneer er niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of daarvoor op de wachtlijst staat, of waarvoor geen inschrijving bestaat bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, tenzij er bewezen wordt dat het gebouw werkelijk als woonst wordt gebruikt of er economische activiteiten van industriële, landbouwkundige-, tuinbouwkundige, commerciële of dienstverlenende aard plaatsvinden. Artikel 3 bepaalt dat de gemaakte vaststelling geldig is voor onbepaalde tijd en tot het tegendeel wordt bewezen. De appelrechter stelt dat de vaststelling op 16 juni 2010 dat het gebouw onbewoond is, wordt betwist en uit de vaststelling op zich niet de belastbare toestand blijkt en evenmin toelaat aan te nemen dat de toen beschreven toestand nog steeds ongewijzigd en dezelfde is voor het bewijs van het belastbaar feit voor het dienstjaar 2014. Volgens de appelrechter ontslaat de vaststelling de eiseres niet tot bewijs van het belastbaar feit. Uit de voormelde bepalingen van het belastingreglement volgt dat de vaststelling van een onbewoond gebouw wordt bepaald op basis van objectieve criteria en die vaststelling geldt voor onbepaalde duur en tot bewijs van het tegendeel. Daaruit volgt dat de vaststelling (ook) geldt voor de dienstjaren die volgen op het jaar van de vaststelling. Aan het tegenbewijs is niet voldaan door een loutere betwisting of bewering. Door te oordelen dat uit de vaststelling van het onbewoond gebouw niet het belastbaar feit blijkt, zonder vast te stellen dat de verweerster bewijst dat iemand er is ingeschreven in de bevolkingsregisters of daarvoor op de wachtlijst staat, of waarvoor er een inschrijving bestaat bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, hetzij bewijst dat het gebouw werkelijk als woonst wordt gebruikt of er economische activiteiten van industriële, landbouwkundige-, tuinbouwkundige, commerciële of dienstverlenende aard plaatsvinden, schendt het arrest de voormelde bepalingen. De beslissing lijkt niet naar recht verantwoordt en het eerste onderdeel komt gegrond voor. Besluit: cassatie. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240502.1N.5 Gerelateerde publicatie(
- s)Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240502.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div