id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 06 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240606.1N.8 Rolnummer: C.23.0431.N Zaak: FRIGERA nv contra D.E.C. srl Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-09-23 Raadplegingen: 289 - laatst gezien 2026-06-19 01:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240606.1N.8 Fiche 1 Voor een eenvormige invulling van de leemten moet in eerste instantie aansluiting worden gezocht bij de algemene beginselen waarop het Verdrag berust
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken, gedaan te Wenen op 11 april 1980 - 11-04-1980 - Art. 7.1 - 33 Link Justel databank 19800411-33 Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken, gedaan te Wenen op 11 april 1980 - 11-04-1980 - Art. 7.2 - 33 Link Justel databank 19800411-33 Fiche 2 Hoewel het Weens Koopverdrag geen alomvattende regeling van de bewijslastregeling vooropstelt, valt de vraag naar de bewijslastverdeling onder de werkingssfeer van het Verdrag en stelt het Verdrag als bewijslastbeginsel voorop dat degene die iets beweert, dit moet bewijzen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken, gedaan te Wenen op 11 april 1980 - 11-04-1980 - Art. 7.1 - 33 Link Justel databank 19800411-33 Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken, gedaan te Wenen op 11 april 1980 - 11-04-1980 - Art. 7.2 - 33 Link Justel databank 19800411-33 Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken, gedaan te Wenen op 11 april 1980 - 11-04-1980 - Art. 79.1 - 33 Link Justel databank 19800411-33 Fiche 3 Het komt in beginsel aan de koper toe het bewijs van het gebrek of niet-conformiteit te leveren en het komt aan de verkoper die de laattijdigheid van de kennisgeving als verweer aanvoert, toe om het bewijs te leveren van het ogenblik waarop de koper kennis had of behoorde te hebben van het gebrek of de niet-conformiteit en, in het kader daarvan, van het zichtbaar karakter ervan
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken, gedaan te Wenen op 11 april 1980 - 11-04-1980 - Art. 38.1 - 33 Link Justel databank 19800411-33 Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken, gedaan te Wenen op 11 april 1980 - 11-04-1980 - Art. 39.1 - 33 Link Justel databank 19800411-33 Fiche 4 Wanneer de koper heeft nagelaten de goederen te keuren, komt het hem toe om te bewijzen dat het gebrek of de niet-conformiteit op het ogenblik van de levering niet-zichtbaar was
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Tekst van de conclusie C.23.0431.N Conclusie van advocaat-generaal S. Ravyse: 1 Situering.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan komen de relevante feiten en voorgaanden uitvoerig aan bod. Samengevat kocht de eiseres bij de verweerster hambotten op bestelling van een derde-partij die de niet-conforme levering van deze dierenvoeding ten aanzien van de eiseres heeft aangevoerd wegens “beschimmelde goederen”. In het bestreden arrest van 28 juni 2023 oordeelde het hof van beroep te Antwerpen dat eiseres niet binnen een redelijke termijn kennis heeft gegeven van de niet-conformiteit aan verweerster, waardoor zij het recht heeft verloren om zich op deze niet-conformiteit te beroepen. De eiseres komt tegen dit arrest op in cassatie met een middel bestaande uit vier onderdelen. 2 Bespreking van de onderdelen.
- De eerste drie onderdelen betreffen de rechtsvraag op wie de bewijslast rust, meer bepaald wie moet bewijzen dat de niet-conformiteit op het ogenblik van levering zichtbaar was, derwijze dat de koper de niet-conformiteit in het kader van zijn keuringsplicht bedoeld in artikel 38 van het Verdrag der Verenigde Naties van 11 april 1980 inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (hierna Weens Koopverdrag) op het ogenblik van levering, minstens een “zo kort mogelijke termijn” nadien “heeft ontdekt of had behoren te ontdekken” in de zin van artikel 39.1 van het Weens Koopverdrag. De eiseres is van oordeel dat de bewijslast (en daarmee ook het bewijsrisico) berust op de verkoper die aanvoert dat de redelijke termijn voor de kennisgeving bedoeld in artikel 39.1 van het Weens Koopverdrag is beginnen lopen op het ogenblik dat zijn koper in toepassing van artikel 38.1 van het Weens Koopverdrag tot keuring van de koopwaar had moeten overgaan. In de redenering van de eiseres dient de verkoper, die beweert dat de koper in toepassing van artikel 39.1 van het Weens Koopverdrag het recht heeft verloren om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, moet bewijzen dat aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan. Aangezien aldus volgens de eiseres die bewijslast rust op de verkoper en niet, zoals de appelrechter oordeelt, op de koper, zou de appelrechter het Weens Koopverdrag hebben geschonden (eerste onderdeel), hetzij de Italiaanse wet (tweede onderdeel), hetzij de artikelen 8.4 van het Burgerlijk Wetboek en 870 van het Gerechtelijk Wetboek (derde onderdeel).
- Artikel 38.1 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat de koper de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke, termijn moet keuren of doen keuren. Artikel 39, eerste lid, Weens Koopverdrag bepaalt dat de koper het recht verliest om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis stelt, onder opgave van de aard van de tekortkoming. Artikel 79.1 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat een partij niet aansprakelijk is voor een tekortkoming in de nakoming van een van haar verplichtingen, indien zij aantoont dat de tekortkoming werd veroorzaakt door een verhindering die buiten haar macht lag en dat van haar redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat zij bij het sluiten van de overeenkomst met die verhindering rekening zou hebben gehouden of dat zij deze of de gevolgen ervan zou hebben vermeden of te boven zou zijn gekomen.
- Het Weens Koopverdrag bevat geen expliciete regel over de bewijslast van de conformiteit van goederen. In de rechtsleer en rechtspraak blijkt dat er enige verdeeldheid bestaat over die bewijslast
(1). 5. Sommige rechtsleer meent dat het Weens Koopverdrag niet bepaalt welke partij de bewijslast draagt, maar men een beroep moet doen op de lex fori om te achterhalen of het geleverde bewijs voldoende overtuigens is
(2). Enkele auteurs stellen voor om toepassing te maken van het adagium actori incumbit probatio
(3)of van algemeen erkende beginselen uit de internationale handel, die de bewijslast bij de koper leggen
(4). Anderen menen dat men geen algemene beginselen kan afleiden uit het Weens Koopverdrag en dat men dus het bewijslastvraagstuk moet oplossen in overeenstemming met de regels van het internationaal privaatrecht subsidiair toepasselijke nationaal recht
(5). Sommigen stellen dat de bewijslast verdeeld moet worden aan de hand van algemene beginselen die men afleidt uit het Weens Koopverdrag. 6. Bij arrest van 19 juni 2019 oordeelde het Hof dat artikel 7.1) van het Weens Koopverdrag bepaalt dat voor de uitleg van het Verdrag rekening dient te worden gehouden met het internationale karakter ervan en met de noodzaak eenvormigheid in de toepassing ervan en naleving van de goede trouw in de internationale handel te bevorderen. Artikel 7.2) van het Weens Koopverdrag bepaalt dat vragen betreffende de door dit Verdrag geregelde onderwerpen, die hierin niet uitdrukkelijk zijn beslist, worden opgelost aan de hand van de algemene beginselen waarop dit Verdrag berust, of bij ontstentenis van zodanige beginselen, in overeenstemming met het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht. Voor een eenvormige invulling van de leemten moet aansluiting worden gezocht bij de algemene beginselen die het recht van de internationale handel beheersen
(6). 7. Uit de voormelde bepalingen en de algemene beginselen waarop het verdrag rust, volgt m.i. het algemeen beginsel dat de koper de bewijslast draagt met betrekking tot de niet-conformiteit van de goederen, met als gevolg dat het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht buiten toepassing blijft
(7). 8. De verweerster merkt in haar memorie terecht op dat het Weens Koopverdrag alleen de wakkere koper beschermt nu de koper die niet, niet tijdig of niet omstandig protesteert, het recht verliest zich op de niet-conformiteit te beroepen
(8). Indien de stelling van de eiseres zou worden gevolgd, zou dit betekenen dat de nalatige koper die zich niet behoorlijk gekweten heeft van zijn keuringsplicht, beter af is dan de wakkere koper die zijn keuringsplicht correct heeft nageleefd.
- De onderdelen (1-3) gaan uit van de rechtsopvatting dat het de verkoper toekomt te bewijzen dat de redelijke termijnen, zoals bedoeld in de artikelen 38.1 en 39, eerste lid van het Weens Koopverdrag, zijn beginnen lopen. Het komt mij voor dat die onderdelen in hun geheel berusten op een onjuiste rechtsopvatting en falen naar recht.
- Het vierde onderdeel voert de schending aan van de motiveringsverplichting (artikel 149 van de Grondwet), omdat het niet duidelijk is op welke andere (nationale dan wel internationale) rechtsregel de appelrechter zijn beslissing steunt, waardoor het onmogelijk zou zijn om de wettigheid van de beslissing van de appelrechter na te gaan.
- Uit de overwegingen van het arrest en de verwijzingen naar de voormelde toepasselijke bepalingen van het Weens Koopverdrag, blijken duidelijk de motieven waarop de appelrechter zijn beslissing steunt. Het onderdeel mist m.i. feitelijke grondslag. Besluit: verwerping. ______________________________________
(1)TILLEMAN B., DE REY S., VAN DAMME N., VAN DEN ABEELE F., “Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten”. KOOP (2007-2020), Weens Koopverdrag, 2020, afl. 3-4, 1637.
(2)TILLEMAN B., “Overeenkomsten. Deel
- Bijzondere overeenkomsten. A. KOOP. Deel
- Gevolgen van de koop”, Conformiteit onder het Weens Koopverdrag, Kluwer 2022, 612, en de verwijzingen aldaar: Bundesgerichtshof 9 januari 2002, VIII ZR 304/00, CISG-online, nr. 651, r.o. 22 e.v., https://cisg-online.org/files/cases/6594/translationFile/651_52762818.pdf; Handelsgericht des Kantons Zürich 18 juni 2012, CISG-online, nr. 2660 (In casu wordt gesteld dat de bewijslast in principe rust op de koper wanneer die het goed in ontvangst heeft genomen – De koper is dan ook het best in de mogelijkheid om de niet-conformiteit te bewijzen), https://cisg-online.org/files/cases/8574/fullTextFile/2660_42973262.pdf.
(3)Adagium waarin wordt gesteld dat de eiser de bewijslast draagt.
(4)TILLEMAN B., “Overeenkomsten. Deel
- Bijzondere overeenkomsten. A. KOOP. Deel
- Gevolgen van de koop”, Conformiteit onder het Weens Koopverdrag, Kluwer 2022, 613, en de verwijzingen aldaar: B. AUDIT, “La vente internationale de marchandises”, Parijs, LGDJ 1990, nr. 102; C.M. BIANCA, M.J. BONELL en J. BARRERA GRAF, “Commentary on the international sales law: the 1980 Vienna sales convention”, Milaan, Giuffrè, 1987, 288.
(5)TILLEMAN B., “Overeenkomsten. Deel
- Bijzondere overeenkomsten. A. KOOP. Deel
- Gevolgen van de koop”, Conformiteit onder het Weens Koopverdrag, Kluwer, 2022, 611; Antwerpen 13 november 2017, 2016/AR/1429, niet-gepubl. (Het Weens Koopverdrag bepaalt niet sluitend wie de bewijslast draagt; daarvoor moet gekeken worden naar het aanvullend toepasselijke nationale recht).
(6)Cass. 19 juni 2009, AR C.07.0289.N, AC 2019, nr. 422, ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090619.4.
(7)TILLEMAN B., “Overeenkomsten. Deel
- Bijzondere overeenkomsten. A. KOOP. Deel
- Gevolgen van de koop”, Conformiteit onder het Weens Koopverdrag, Kluwer 2022, 614, met verwijzingen aldaar naar een ruime rechtspraak en rechtsleer; B. TILLEMAN en B. DE VOLDER (eds.), Weens Koopverdrag, Brugge, die Keure 2022, 485-489, nr. 761, 485; TILLEMAN B., DE REY S., VAN DAMME N., VAN DEN ABEELE F., “Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten.” Koop (2007-2020), Weens Koopverdrag, 2020, afl. 3-4, 1638, en de verwijzingen aldaar: D. SAIDOV, “Conformity of goods and documents” (Oxford: Hart Publishing 2015), 102; Gent, 7 oktober 2009, 2007/AR/2569, https://juportal.be/content/ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091007.5; Handelsgericht Zürich 3 April 2013, CIGS-online nr. 2562, (Wanneer de koper een wezenlijke tekortkoming voor een eenzijdige buitengerechtelijke ontbinding inroept, draagt hij daarvan in principe de bewijslast van de niet-conformiteit); Rb. Gelderland 9 December 2015, CISG-online nr. 2684, ECLI:NL:RBGEL:2015:8188: (De koper die beweert dat de geleverde eieren een schimmel zouden bevatten die een ontbinding rechtvaardigen draagt hiervan de bewijslast); Antwerpen 15 juni 2015, NJW 2016, 580; CISG-online nr. 4557; District Court of the State of Colorado, Arapahoe County, 21 februari 2017, CISG-online nr. 4647, https://cisg-online.org/files/cases/12560/fullTextFile/4647_86261161.pdf, r.o. 52: (Under the CISG, (….) the buyer of the goods, bears the burden to prove breach of warranty, including any alleged implied warranties, and must do so by establishing that the goods were defective at the time they left the seller’s possession); Gent 26 juni 2017, 2015/AR/2441-2016/AR/197, niet-gepubliceerd (Op grond van artikel 870 Ger.W draagt de koper de bewijslast aan te tonen dat de verkoper aansprakelijk is op grond van art. 31.1 CISG wegens het feit dat de wervelstroom behept is met een verborgen gebrek en zodoende niet geschikt voor doeleinden waarvoor goederen van dezelfde omschrijving gebruikt worden.); Gent 9 mei 2018 CISG-online nr. 5359, https://cisg-online.org/files/cases/13273/fullTextFile/5359_80283807.pdf, r.o. 36.
(8)P. WAUTELET, “Verplichtingen van de koper”, in H. VAN HOUTTE, J. ERAUW EN P. WAUTELET (eds.), Het Weens Koopverdrag, Antwerpen, Intersentia 1997, 181, nr. 5.59. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240606.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240606.1N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090619.4 ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091007.5 ECLI:NL:RBGEL:2015:8188 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div