← België

BELGISCHE STAAT contra VLAAMSE GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 13 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.4 Rolnummer: C.19.0368.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra VLAAMSE GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-09-26 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-15 18:41 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240613.1N.4 Fiche 1 Beslissingen van inwendige aard zijn beslissingen waarbij de rechter geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt beslecht of erop vooruitloopt, zodat de beslissing geen enkele partij een onmiddellijk nadeel kan berokkenen en zijn uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1046 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Een beslissing, vervat in een arrest houdende heropening van het debat, waarbij conclusietermijnen worden verleend en wordt bepaald dat de conclusies de vorm moeten aannemen van een syntheseconclusie, beslecht geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt en berokkent geen enkel onmiddellijk nadeel aan de partijen; het betreft derhalve een maatregel van inwendige aard die niet vatbaar is voor cassatieberoep
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1046 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 3 Uit de artikelen 748bis en 775, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat de rechter na een heropening van het debat de partijen niet kan verplichten om opnieuw syntheseconclusies neer te leggen over het volledige geschil; bijgevolg kan de rechter zich niet beperken tot het beantwoorden van de conclusie die een partij neemt na heropening van het debat, maar moet hij tevens antwoorden op de voorgaande syntheseconclusie van dezelfde partij
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 748bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 775, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2024, nr. 14, p. 1292-
  1. - MAES, Bruno; Noot'De syntheseconclusie na de heropening van het debat' Tekst van de conclusie C.19.0368.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Frederic VROMAN: Eisers komen op tegen de arresten van het hof van beroep te Gent, gewezen op 8 december 2017 en 21 december
  2. Door eisers worden vier middelen aangevoerd. I. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Tegen de voorziening wordt door verweerster een middel van niet-ontvankelijkheid opgeworpen. Volgens verweerster is het tussenarrest van 8 december 2017 (In de memorie van antwoord heeft men het over het tussenarrest van 21 december
  3. Dit betreft volgens mij slechts een materiële vergissing.) daar waar er wordt bepaald dat de nog op te stellen conclusies een syntheseconclusie dienen te zijn een maatregel van inwendige aard waardoor de voorziening onontvankelijk is. Een maatregel of een beslissing van inwendige aard zoals bedoeld in artikel 1046 Gerechtelijk Wetboek is een louter administratieve maatregel die enkel tot doel heeft het procesverloop in goede banen te leiden en de rechtszaak in gereedheid te brengen voor behandeling
(1). Een dergelijke beslissing heeft geen enkel invloed, noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, op de uiteindelijke beslissing van de rechter, en zij berokkent geen onmiddellijk nadeel aan de partijen. Volgens uw vaststaande rechtspraak geldt artikel 1046 Gerechtelijk Wetboek slechts voor de beslissingen waarbij de rechter geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt beslecht of erop vooruitloopt, zodat de beslissing geen enkele partij een onmiddellijk nadeel kan berokkenen
(2). Hoewel in de regel de beslissing om het debat te heropenen, de zaak te verdagen teneinde de partijen de gelegenheid te geven conclusies te nemen en pleidooien te houden, als een beslissing alvorens recht te doen in de zin van artikel 19 Gerechtelijk Wetboek zal moeten worden beschouwd
(3), vormt volgens mij de beslissing van de appelrechters in het bestreden arrest van 8 december 2017 dat de conclusies de vorm dienen aannemen van een syntheseconclusie in de zin van artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek een maatregel van inwendige aard die niet vatbaar is voor cassatieberoep. Deze maatregel kan de partijen geen onmiddellijk nadeel berokkenen en beslecht geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt en loopt er ook niet op vooruit. Het is gewoon een vrijblijvende suggestie van de appelrechter, zoals uit de beantwoording van het eerste onderdeel van het tweede middel zal blijken, om syntheseconclusies op te stellen na de heropening van debatten, zonder dat de partijen gehouden zijn om dit ook effectief te doen. De voorziening is dan ook niet ontvankelijk in zoverre deze in het eerste middel is gericht tegen de voormelde beslissing van 8 december
  1. II.
  2. Eerste onderdeel van het tweede middel. In het eerste onderdeel van het tweede middel verwijten eisers de appelrechters de artikelen 747, 748bis, 774 en 775 van het Gerechtelijk Wetboek te hebben geschonden door in het arrest van 21 december 2018 enkel acht te slaan op de door eisers op 1 augustus 2018 na het tussenarrest van 8 december 2017 neergelegde conclusie en vervolgens te beslissen dat de door eisers ingeroepen niet-ontvankelijkheid van het gevorderde niet wordt verantwoord en bijgevolg niet wordt weerhouden. Er heerst unanimiteit in de rechtsleer dat artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing is op de conclusies uitgewisseld en overhandigd in het kader van artikel 775 Gerechtelijk Wetboek
(4). De reden hiervoor is te vinden in de aanhef van artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek waar bepaald is dat conclusies die wettig mogen worden genomen buiten de in artikel 747 Gerechtelijk Wetboek voorziene conclusietermijnen niet de vorm van een syntheseconclusie moeten aannemen, zelfs niet wanneer het gaat om een laatste conclusie. De partijen kunnen in het kader van artikel 775 Gerechtelijk Wetboek in principe enkel concluderen over het onderwerp dat in de beslissing tot heropening is bepaald
(5). Hierdoor zijn dit conclusies die wettig genomen zijn buiten de in artikel 747 Gerechtelijk Wetboek voorziene conclusietermijnen en is artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing daarop. Hiermee is nog niet uitgesloten dat de rechter alsnog de redactie van syntheseconclusies zou kunnen verplichten in het kader van artikel 775 Gerechtelijk Wetboek. Evenwel blijkt uit de parlementaire voorbereiding bij de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie blijkt echter dit geenszins de bedoeling was
(6). De minister van Justitie merkte op: “…dat de rechter in principe enkel op de syntheseconclusies moet antwoorden. De mogelijkheid blijft echter bestaan dat er bijkomende conclusies worden neergelegd bijvoorbeeld bij de heropening van de debatten en de rechter moet ook op die conclusies antwoorden. Indien de advocaat nadien nog syntheseconclusies wenst te maken, met inbegrip van de conclusies die na de heropening van de debatten zijn neergelegd, is dit mogelijk
(7). De partijen kunnen dus met andere woorden een syntheseconclusie neerleggen na de ambtshalve heropening van de debatten door de rechter en de rechter kan dit zelfs suggereren maar kan dit niet verplichten. Ook door bepaalde auteurs wordt deze visie verdedigt
(8). In Uw arrest van 23 december 2022 werd er geoordeeld dat, na de heropening van het debat, de rechter zowel moet antwoorden op het middel dat werd uiteengezet in de conclusies die werden neergelegd na de heropening van het debat als op de middelen die werden uiteengezet in de eerder ingediende syntheseconclusie
(9). Met de motivering vermeld onder punt 1.
  1. en 2.
  2. van het bestreden arrest van 21 december 2018 verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht doordat zij zich beperkten tot het beantwoorden van de conclusie van 1 augustus 2018 van eisers na de heropening van het debat en de syntheseconclusie van eisers van 4 mei 2015 waarin gesteld werd dat de vordering van verweerster onontvankelijk moet worden verklaart omwille van de redenen vermeld op pagina 28 en 38, niet hebben beantwoord. Het middel is gegrond. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Conclusie: cassatie. _________________________________
(1)S. SOBRIE, “Commentaar bij art. 19 Ger.W.”, 5 in P. DEPUYDT, B. ALLEMEERSCH, B. VAN DEN BERGH en S. RAES (eds.), Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, losbl., 12 dln.; G. DE LEVAL, A. HOC en J.-F. VAN DROOGHENBROECK, Droit judiciaire - Tome 2. Procédure civile. Volume 2. Voies de recours, Larcier 2021, 25, randnr. 9.13.
(2)Vb. Cass. 22 mei 2017, AR C.16.0441.N, AC 2017, nr. 343, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170522.1; RABG 2018, 397, noot B. MAES; Cass. 17 februari 2011, AR C.09.0548.F, AC 2011, nr. 144, ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110217.6.
(3)Cass. 19 november 2001, AR S.00.0126.F, AC 2001, nr. 628, ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011119.5; Cass. 4 november 2005, AR C.04.0074.F en C.04.0089.F, AC 2005, nr. 562, ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051104.19; Cass. 4 februari 1972, Pas. 1972, I, 524; zie ook B. LAMBRECHT, “Commentaar bij art. 1046 Ger.W.”, 4 in P. DEPUYDT, B. ALLEMEERSCH, B. VAN DEN BERGH en S. RAES (eds.), Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, losbl., 12 dln; A. KOHL, L’appel en droit judiciaire privé, Brussel, Ed. Jur. Swinnen, 1990, 37-38.
(4)Vb. B. MAES, P. VANLERSBERGHE, N. CLIJMANS, S. VAN SCHEL, Gerechtelijk privaatrecht … na de hervormingen van 2017-2019, Die Keure 2019, 236; A. DECROËS, “Les conclusions de synthèse ou l’article 748bis du Code judiciaire”, JT 2012, 638-639; P. KNAEPEN, “La réouverture des débats”, JT 2016, 493-494; D. SCHEERS en P. THIRIAR, “Burgerlijk procesrecht na Potpourri V”, RW 2017-18, 726; S. SOBRIE, “Commentaar bij art. 748bis Ger.w.”, 14 in P. DEPUYDT, B. ALLEMEERSCH, B. VAN DEN BERGH en S. RAES (eds.), Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, losbl., 12 dln.; J.-F. VAN DROOGHENBROECk, J. VANDERSCHUREN, A. GILLET en F. BALLOT, “Examen de Jurisprudence (2007 À 2020) - L’instruction de la cause, Partie I La mise en état contradictoire”, RCJB 2021/2, 346.
(5)Cass. 23 december 2022, AR F.22.0097.N, AC 2022, nr. 861, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221223.1N.5; Cass. 23 december 1976, AC. 1977, 462, ECLI:BE:CASS:1976:ARR.19761223.4; zie ook Cass 29 juni 1995, AR C.94.0407.F, AC 1995, nr. 341; ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950629.4.
(6)BS 22 oktober 2015.
(7)Verslag van de eerste lezing bij het wetsontwerp houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, Parl. St. Kamer 2014-15, 1219/005, 78.
(8)In deze zin A. DECROËS, “Les conclusions de synthèse ou l’article 748bis du Code judiciaire”, JT 2012, 639; P. KNAEPEN, “La réouverture des débats”, JT 2016, 494.
(9)Cass. 23 december 2022, AR F.22.0097.N, AC 2022, nr. 861, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221223.1N.5. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240613.1N.4 citeert: ECLI:BE:CASS:1976:ARR.19761223.4 ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950629.4 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011119.5 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051104.19 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110217.6 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170522.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221223.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.