← België

M. contra BETONFABRIEK DE BONTE EN VAN HECKE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 13 juni 2024 ECL

VAN HECKE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-09-26 Raadplegingen: 973 - laatst gezien 2026-06-18 19:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(

) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240613.1N.8 Fiches 1 - 2 Uit artikel 50, § 1, eerste, tweede

derde lid,

§ 4

, Wet Notarisambt volgt dat de notaris handelend als orgaan van zijn vennootschap, voor wat betreft zijn beroepsaansprakelijkheid in de regel niet persoonlijk kan worden aangesproken. Hij kan niettemin persoonlijk worden aangesproken wanneer hij overtredingen heeft begaan met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: NOTARIS Wettelijke bepalingen: Wet 25 ventôse jaar XI op het notarisambt - 16-03-1803 - Art. 50, § 1, eerste, tweede

derde lid,

§ 4

- 30 ELI link Pub nr 1803031601 Fiche 3 Notarissen zijn geen categorie van personen die vergelijkbaar zijn met gerechtsdeurwaarders of advocaten bij het Hof van Cassatie

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Wettelijke bepalingen: Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Tekst van de conclusie C.23.0105.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Frederic VROMAN: (…) TWEEDE MIDDEL. 3. In het tweede middel verwijten de eiseressen de appelrechters artikel 50, § 1, derde lid,

§ 4

, eerste

tweede lid Wet Notarisambt te hebben geschonden door te oordelen dat eerste eiseres, die het ambt van notaris uitoefent in haar notarisvennootschap (tweede eiseres) in solidum aansprakelijk is samen met haar notarisvennootschap doordat de contractuele fout in hoofde van tweede eiseres, die bestaat in het meedelen van een verkeerd bedrag voor de registratierechten, aan eerste eiseres kan worden toegerekend zonder vast te stellen dat de eerste eiseres met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen zou hebben gehandeld.

  1. Het tweede middel betreft de vraag of een notaris hoofdelijk met zijn notarisvennootschap aansprakelijk kan worden gesteld voor zijn contractuele beroepsfouten als notaris.
  2. Principes.
  3. Voor de Wet van 25 april 2014 bepaalde artikel 50, § 1, Wet Notarisambt dat de notaris die zijn beroep uitoefent binnen een professionele vennootschap persoonlijk titularis van het notarisambt blijft

met de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk is voor de beroepsfouten die hij begaat, onverminderd verhaal van de vennootschap op de notaris. 6. De toenmalige wetgever wou niet dat een notaris zich zou kunnen verschuilen achter de beperkte aansprakelijkheid van zijn vennootschap

bepaalde daarom in het algemeen belang dat hij samen met de vennootschap de gevolgen draagt van de professionele fouten die hij begaat

(1). De Notariswet prevaleert als lex specialis op het gemeen vennootschapsrecht
(2). Op het vlak van de aansprakelijkheid liet de wetgever het persoonlijk titularisschap van het notarisambt primeren op de beperkte aansprakelijkheid waarachter de notaris-vennoot zich zou kunnen verschuilen
(3). 7. De Wet van 25 april 2014 wijzigde deze aansprakelijkheidsregeling grondig
(4). De wetgever heeft met de nieuwe regeling de bedoeling om alleen de notarisvennootschap aansprakelijk te maken voor de beroepsfouten die de notaris, titularis van het ambt, heeft gemaakt

de notaris vrij te stellen van iedere aansprakelijkheid wat die beroepsfouten betreft behalve wanneer de notaris een overtreding begaat met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen, in welk geval de hoofdelijke aansprakelijkheid geldt

(5). Deze bedoeling vond volgens de Raad van State onvoldoende grondslag in de wettekst zelf
(6). 8. Artikel 50, § 4, eerste lid Wet Notarisambt bepaalt dat de aansprakelijkheid van de vennoten van een notarisvennootschap beperkt is tot hun inbreng. Artikel 50, § 4, tweede lid Wet Notarisambt bepaalt onder meer dat de aansprakelijkheid van de notarisvennootschap beperkt is tot een bedrag van vijf miljoen euro

dat de notaris hoofdelijk aansprakelijk blijft met de vennootschap voor de overtredingen die hij heeft begaan met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen. 9. De wetgever had hiermee de bedoeling om de aansprakelijkheidsregeling tussen notarissen die hun ambt uitoefenen binnen een notarisvennootschap te differentiëren met de aansprakelijkheidsregeling die geldt voor notarissen die het notarisambt uitoefenen zonder notarisvennootschap. Voor deze laatsten blijft een persoonlijke onbeperkte aansprakelijkheid wegens professionele fouten gelden

(7). De wetgever was van oordeel dat een van de voornaamste troeven van de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

de bestaansreden van de eenpersoonsvennootschap precies de beperking van de aansprakelijkheid van de natuurlijke persoon betreft. De wetgever wou expliciet deze mogelijkheid aan de notarissen bieden

(8). 10. De beperking van de aansprakelijkheid tot de inbreng betekent dat schuldeisers van de vennootschap hun schuld

kel kunnen verhalen op het vermogen van de vennootschap

de aandeelhouders van de vennootschap in de regel niet aansprakelijk zijn voor de schulden of voor de uitvoering van de verbintenissen van de vennootschap. Met andere woorden als aandeelhouder van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid kan men in principe niet meer verliezen dan zijn inbreng

(9). 11. In een eenpersoons notarisvennootschap kan

kel een notaris-titularis vennoot zijn. In een meerhoofdige notarisvennootschap moeten alle vennoten kandidaat-notarissen zijn

ten minste één van hen moet notaris-titularis zijn. Door zich te associëren worden kandidaat-notarissen geassocieerde notarissen

krijgen ze ambtsbevoegdheid

(10). 12. De redenen waarom in artikel 50, § 1, derde lid Wet Notarisambt nog steeds is bepaald dat de notaris persoonlijk titularis is van het notarisambt, zijn volgens de memorie van toelichting bij de Wet van 25 april 2014 dat de notaris wordt benoemd bij koninklijk besluit

dat men bijgevolg moeilijk kan bevatten hoe deze benoeming zou kunnen worden uitgebreid tot een rechtspersoon die overigens de vereiste hoedanigheid zou kunnen verliezen indien de vennoten ervan niet meer voldoen aan de wettelijke vereisten. De prerogatieven van het ambt moeten bijgevolg bij de persoon van de notaris blijven, die titularis van het ambt blijft. De vennootschap is slechts een instrument dat te zijner beschikking staat

(11). 13. In de parlementaire voorbereiding van de Wet van 25 april 2014 bestaat er onduidelijkheid over hoe de regel dat de aansprakelijkheid van de vennoten is beperkt tot hun inbreng, moet worden geïnterpreteerd. In de memorie van toelichting is te lezen dat deze regel betrekking heeft op hun professionele aansprakelijkheid als notaris

niet op hun aansprakelijkheid als orgaan of vennoot van de vennootschap

(12). De minister van Justitie verklaarde dat de suggestie van de Raad van State om deze bepaling weg te laten omdat deze overbodig is

de indruk zou kunnen wekken dat de overige regels op gebied van aansprakelijkheid

de inbreng van organen

vennoten niet van toepassing is

(13), niet kan worden gevolgd omdat deze regel nieuw is voor notarissen

uitdrukkelijk werd ingeschreven teneinde elke verwarring te vermijden

dat de overige gemeenrechtelijke regels inzake aansprakelijkheid van organen

vennoten vanzelfsprekend van toepassing blijven

(14). Dit laatste houdt in dat de beperking van de aansprakelijkheid tot de inbreng

kel geldt voor fouten in de uitoefening van het notarisambt

niet voor de fouten in de andere bestuurstaken die de notaris als orgaan van zijn vennootschap begaat

(15). 14. Op basis van de voormelde passages uit de parlementaire voorbereiding bij de Wet van 25 april 2014 zou er evenwel ook kunnen worden beargumenteerd dat de gewone gemeenrechtelijk regels inzake de aansprakelijkheid van de organen van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

de beperking van de aansprakelijkheid van de vennoten tot hun inbreng ook van toepassing zijn op de notaris die zijn ambt uitoefent binnen een notarisvennootschap. De notaris kan dan als orgaan van de notarisvennootschap

kel buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld wanneer de notaris een misdrijf begaat

(16)of wanneer de hem ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen van de contractuele verbintenis, maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsnorm die op hem rust

indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt (de zogenaamde quasi-immuniteit van organen)

(17). Voor de contractuele aansprakelijkheid geldt dat de notaris niet persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de contractuele fout begaan als orgaan van de vennootschap
(18). Wat betreft de vennoten geldt er een principiële mogelijkheid om een aandeelhouder aan te spreken op basis van buitencontractuele aansprakelijkheid voor fouten begaan in het raam van de uitoefening van zijn aandeelhoudersrechten
(19). 15. Deze interpretatie zou echter tot gevolg hebben dat er een verschillend aansprakelijkheidsregime zou gelden voor de beroepsaansprakelijkheid voor identieke fouten begaan door de notaris-vennoot dan wel door de notaris-bestuurder. Uit artikel 51, § 3, a), Wet Notarisambt volgt immers dat niet elke notaris-vennoot ook notaris-bestuurder moet zijn van de notarisvennootschap
(20). Er kan voor dergelijk verschil in aansprakelijkheidsregeling geen verantwoording worden gevonden in het licht van artikel 10

11 van de Grondwet. Deze interpretatie sluit ook op geen

kele manier aan op de bedoeling van de wetgever zoals hoger uiteengezet onder randnummers 7 tot

met 9 van deze conclusie. 16. Deze interpretatie gaat ook in tegen de uitdrukkelijke tekst van artikel 50, § 4, tweede lid, in fine Wet Notarisambt dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris die zijn ambt als vennoot uitoefent in een notarisvennootschap, beperkt tot de overtredingen begaan met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen

zou iedere zinvolle betekenis aan deze nieuwe aansprakelijkheidsbeperking ontnemen omdat de nieuwe regeling precies de bedoeling heeft om de persoonlijke beroepsaansprakelijkheid van de notaris te beperken ongeacht of de notaris optreedt als openbaar ambtenaar of als zakenman/juridisch adviseur

(21). Bovendien wordt er in de tekst van artikel 50, § 4 Wet Notarisambt geen onderscheid gemaakt tussen de contractuele

buitencontractuele aansprakelijkheid

(22). 17. Deze nieuwe regeling kan voor de interpretatie ervan ook onmogelijk los worden gezien van de eerdere regeling waar de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris met zijn vennootschap voor zijn beroepsfouten gold. De wil van de wetgever was duidelijk om de oude regel van de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris met zijn notarisvennootschap af te schaffen, te expliciteren dat de aansprakelijkheid van de vennoten beperkt is tot hun inbreng (zoals geldt voor alle vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid)

de hoofdelijke aansprakelijkheid van de notaris te beperken tot de overtredingen die worden begaan met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen

(23). 18. Uw Hof oordeelde reeds, weliswaar telkenmale in een concreet geval bij de beoordeling van de verjaringstermijn weerhouden door de appelrechters, dat de verhouding tussen de notaris

een cliënt van contractuele aard kan zijn, zelfs indien het gaat om een professionele fout bij het verlijden van een authentieke akte

dus bij een optreden als openbaar ambtenaar

(24). In zijn conclusie bij het arrest van 6 juni 2013 stelde advocaat-generaal Henkes terecht dat de aansprakelijkheid van de notaris slechts een buitencontractueel karakter vertoont wanneer hij tussenkomt buiten iedere vraag van de partijen.
  1. Het middel.
  2. Het middel is gegrond.
  3. Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt dat zij een contractuele fout die bestaat uit een tekortkoming aan de informatieplicht zoals voorgeschreven door artikel 9, § 1, derde lid, Wet Notarisambt, weerhouden in hoofde van tweede eiseres. Dit wordt niet bekritiseerd in het middel.
  4. De appelrechters oordelen dat deze contractuele fout ook kan worden toegerekend aan eerste eiseres die het notarisambt uitoefent in een notarisvennootschap

dat eerste eiseres persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor deze fout omdat de aansprakelijkheid van de vennootschap de persoonlijke aansprakelijkheid van het orgaan van de vennootschap niet uitsluit. 22. Deze beslissing is niet naar recht verantwoord omdat artikel 50, § 4, tweede lid, in fine Wet Notarisambt vereist dat er in hoofde van de eerste eiseres een bedrieglijke oogmerk of het doel om schade te berokkenen aanwezig moet zijn, vooraleer haar persoonlijke contractuele aansprakelijkheid als notaris die haar ambt in een notarisvennootschap uitoefent, kan weerhouden worden

de appelrechters een dergelijk oogmerk in hoofde van eerste eiseres niet vaststellen in de bestreden beslissing

niet vaststellen dat eerste eiseres tussenkwam buiten iedere vraag van de partijen om. 23. De door verweerster gesuggereerde prejudiciële vraag hoeft niet te worden gesteld omdat ze uitgaat van een verkeerde rechtsopvatting. De vraag heeft betrekking op samenloop tussen een contractuele wanprestatie van een notarisvennootschap

de buitencontractuele fout gepleegd door de notaris als orgaan van deze notarisvennootschap terwijl in deze zaak er

kel sprake is van een contractuele fout die zou zijn gepleegd door de notaris

haar notarisvennootschap. Bovendien kunnen notarissen, als ministeriële/openbare ambtenaren, geen categorie van personen vormen die vergelijkbaar zijn met andere ministeriële/openbare ambtenaren zoals gerechtsdeurwaarders of advocaten bij het Hof van Cassatie, die gelet op de eigenheid van elk van hun ambten/opdrachten elk aan hun eigen aansprakelijkheidsregime zijn onderworpen. Conclusie: cassatie met beperkte verwijzing. ______________________________________

(1)Mvt bij het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, Parl.St. Kamer, 1997-98, 1432/1, 12.
(2)S. VANGOETSENHOVEN, “Het vrij beroep in vennootschapsverband: notarissen, advocaten

geneesheren”, Jura Falc. 2006-07, afl. 4, 663.

(3)H. DE WULF

M. TISON, De notarisvennootschap bekeken door een vennootschapsrechtelijke bril, Universiteit Gent – Financial Law Institute, Working Paper Series, WP 2003-11, 2003, 7.

(4)Wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, BS 14 mei 2014.
(5)Mvt bij het wetsontwerp van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer, 2013-14, 53-3149/001, 112-114, 116, 118.
(6)Adv.rvS, nr. 53.914/1/V-2/V over het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer, 2013-14, 53-3149/001, 196-197.
(7)Mvt bij het wetsontwerp van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer, 2013-14, 53-3149/001, 115.
(8)Mvt bij het wetsontwerp van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer, 2013-14, 53-3149/001, 115.
(9)E. SIMONS

C. PEETERS, “Afdeling 6. Aansprakelijkheid van aandeelhouders”, I.3 28 in P. ERNST, A. FRANCOIS, S. DE DIER, S. DE GEYTER, Bestendig Handboek Vennootschap & Aansprakelijkheid, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen; S. VANGOETSENHOVEN, “Het vrij beroep in vennootschapsverband: notarissen, advocaten

geneesheren”, Jura Falc. 2006-07, afl. 4, 606.

(10)S. VANGOETSENHOVEN, “Het vrij beroep in vennootschapsverband: notarissen, advocaten

geneesheren”, Jura Falc. 2006-07, afl. 4, 625.

(11)Mvt bij het wetsontwerp van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer, 2013-14, 53-3149/001, 116.
(12)Mvt bij het wetsontwerp van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer, 2013-14, 53-3149/001, 118; Voor kritiek op de bewoordingen dat de beperking van de aansprakelijkheid van de notaris geen betrekking zou hebben op hun aansprakelijkheid als orgaan/vennoot zie I. SAMOY

K. RONSIJN, “De professionele aansprakelijkheid van de notaris

de notarisvennootschap”, 70, vn. 68 in I. SAMOY, Professionele aansprakelijkheid, Reeks ‘Jura Falconis Libri’, nr. 18. Intersentia, Antwerpen, 2015, p. 166.

(13)Adv.rvS, nr. 53.914/1/V-2/V over het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer, 2013-14, 53-3149/001, 196-197.
(14)Verslag over het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer, 2013-14, 53-3149/005, 56.
(15)I. SAMOY

K. RONSIJN, “De professionele aansprakelijkheid van de notaris

de notarisvennootschap”, 70 in I. SAMOY, Professionele aansprakelijkheid, Reeks ‘Jura Falconis Libri’, nr. 18. Intersentia, Antwerpen, 2015, 166 p.

(16)Cass. 11 september 2001, AR P.99.1742.N, AC 2001, nr. 456, ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010911.9; B. TILLEMAN

K. DEWAELE, Bestuur van vennootschappen, Die Keure 2022, 709.

(17)Vb. Cass. 2 oktober 2020, AR C.20.0005.N, AC 2020, nr. 602, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.8; Cass. 4 mei 2018, AR C.17.0410.F, AC 2018, nr. 288, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180504.3; B. TILLEMAN

K. DEWAELE, Bestuur van vennootschappen, Die Keure 2022, 707-708.

(18)Cass. 20 juni 2005, AR C.03.0105.F, AC 2005, nr. 354, ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050620.5; Cass. 7 november 1997, AR C.96.0272.F, AC. 1997, nr. 457, ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971107.2; Cass. 7 december 1973, AC 1973, 395, ECLI:BE:CASS:1973:ARR.19731207.2.
(19)E. SIMONS

C. PEETERS, “Afdeling 6. Aansprakelijkheid van aandeelhouders”, 40n-40ae, in P. ERNST, A. FRANCOIS, S. DE DIER, S. DE GEYTER, Bestendig Handboek Vennootschap & Aansprakelijkheid, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen.

(20)Zie ook het “Reglement voor de vennootschappen van notarissen” van de Nationale kamer van notarissen, www.notaris.be/de-notaris/reglementen-

-wetgeving.

(21)I. SAMOY

K. RONSIJN, “De professionele aansprakelijkheid van de notaris

de notarisvennootschap”, 70 (vn. 68)

75 in I. SAMOY, Professionele aansprakelijkheid, Reeks ‘Jura Falconis Libri’, nr. 18. Intersentia , Antwerpen, 2015, p. 166.

(22)B. VERHEYE, “Buitencontractuele aansprakelijkheid notaris” (noot onder Antwerpen 14 februari 2022), NJW 2022, 901; K. RONSIJN

I. SAMOY, “De nieuwe wettelijke regeling voor burgerlijke professionele aansprakelijkheid van de notaris”, Not.Fisc.M. 2014, 248, nr. 48.

(23)In deze zin zie K. RONSIJN

I. SAMOY, “De nieuwe wettelijke regeling voor burgerlijke professionele aansprakelijkheid van de notaris”, Not.Fisc.M. 2014, 248; J. GOEMAERE, “La responsabilité limitée des sociétés de notaires”, Rev.not.b. 2016, afl. 3113, 807-812; B. VERHEYE, “Buitencontractuele aansprakelijkheid notaris” (noot onder Antwerpen 14 februari 2022), NJW 2022, 901.

(24)Cass. 29 juni 2017, AR C.12.0590.F, AC 2017, nr. 430, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170629.2; Cass. 6 juni 2013, AR C.12.0224.F, arrest niet gepubliceerd, Not.Fisc.M. 2014, 41-47. Ook oordeelde het Grondwettelijk Hof reeds dat het onmogelijk uit te sluiten valt dat de aansprakelijkheid van de notaris ten aanzien van de cliënt die hem belast met het opstellen van een authentieke akte, van contractuele aard is, behalve wanneer hij door de rechter wordt aangesteld (Gwh 13 december 2012, nr. 150/2012, overw. B.10.). PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240613.1N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:1973:ARR.19731207.2 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971107.2 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010911.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050620.5 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170629.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180504.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.