← België

PROOST-VAN GORP nv contra PELCKMANS TURNHOUT nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 27 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240627.1N.8 Rolnummer: C.21.0215.N Zaak: PROOST-VAN GORP nv contra PELCKMANS TURNHOUT nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-10-15 Raadplegingen: 266 - laatst gezien 2026-06-15 07:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240627.1N.8 Fiche 1 Ingeval de dwangsomrechter een bedrag heeft bepaald waarboven de dwangsom niet meer wordt verbeurd, loopt een verjaringstermijn voor iedere dwangsom die is verbeurd tot op het ogenblik waarop het gesteld maximumbedrag is bereikt, zonder dat na dat ogenblik nog een dwangsom kan worden verbeurd. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385octies, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Wanneer de dwangsomrechter in de dwangsomtitel de dwangsomveroordeling tot een maximumbedrag heeft beperkt, is de schuldeiser bij de invordering van verbeurde dwangsommen gebonden aan dit maximumbedrag evenals aan de verjaringstermijn van zes maanden, en kan de schuldeiser derhalve verbeurde dwangsommen invorderen tot het maximumbedrag binnen de verjaringstermijn van zes maanden, waarna de verjaring intreedt en geen dwangsommen meer kunnen verbeuren. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste, derde en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385ter - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385octies, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 3 De schuldeiser draagt de bewijslast dat de ingevorderde dwangsommen zijn verbeurd, terwijl de schuldenaar die beweert dat de verjaring is ingetreden daarvan de bewijslast draagt met dien verstande dat de schuldeiser die de dwangsomveroordeling, beperkt tot het maximumbedrag, na verloop van een termijn na de betekening van de dwangsomtitel gedwongen uitvoert, weliswaar moet bewijzen dat de ingevorderde dwangsommen binnen het maximumbedrag zijn verbeurd maar niet dat het maximumbedrag niet voordien reeds was bereikt

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, eerste, derde en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385ter - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385octies, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.4, eerste en tweede lid - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Tekst van de conclusie C.21.0215.N Conclusie van advocaat-generaal Els Herregodts: (...)
  1. Het Hof oordeelde dat, aangezien het geschil betrekking heeft op de invordering van dwangsommen nadat het vastgelegde maximumbedrag aan te verbeuren dwangsommen is bereikt, het Hof slechts zou kunnen oordelen nadat de artikelen 1, 2, 3 en 7 van de Eenvormige Beneluxwet betreffende de dwangsom zouden zijn uitgelegd aan de hand van een antwoord op de drie navolgende prejudiciële vragen: 1) begint in geval de dwangsomrechter een bedrag heeft bepaald waarboven de dwangsom niet meer wordt verbeurd, de verjaringstermijn te lopen zodra het gestelde maximumbedrag werd bereikt? 2) zo ja, dient de schuldeiser in dat geval niet enkel te bewijzen dat de ingevorderde dwangsommen binnen het maximumbedrag zijn verbeurd, maar ook dat het maximumbedrag niet voortijdig was bereikt? 3) maakt het hierbij verschil of de dwangsomveroordeling een verplichting tot het verrichten van een bepaalde prestatie betreft of een verbod iets te doen?
  2. Het Benelux-Gerechtshof oordeelde dat de eerste prejudiciële vraag als volgt dient te worden beantwoord: in geval de dwangsomrechter een bedrag heeft bepaald waarboven de dwangsom niet meer wordt verbeurd, loopt een verjaringstermijn voor iedere dwangsom die is verbeurd tot het ogenblik waarop het gestelde maximumbedrag is bereikt, zonder dat na dat ogenblik nog een dwangsom kan worden verbeurd
(1). Het Benelux-Gerechtshof overwoog aangaande de tweede en derde prejudiciële vraag dat het op grond van artikel 1, lid 2, a), van het Verdrag bevoegd is om kennis te nemen van vragen betreffende de uitleg van rechtsregels die gemeen zijn aan de Benelux-landen, doch dat de bewijslastverdeling in geschillen over het opleggen, verbeuren en invorderen van dwangsommen niet geregeld is door de Eenvormige Beneluxwet betreffende de dwangsom, noch door andere rechtsregels die gemeen zijn aan de Benelux-landen. Het Benelux-Gerechtshof oordeelde dat het bijgevolg niet bevoegd is om de tweede en derde prejudiciële vraag te beantwoorden. Bespreking van het middel van eiseres rekening houdend met het antwoord op de eerste prejudiciële vraag door het Benelux-Gerechtshof.
  1. Uit het antwoord van het Benelux-Gerechtshof op de eerste prejudiciële vraag van het Hof, samen gelezen met artikel 8.4 Burgerlijk Wetboek, krachtens hetwelk de partij die de dwangsomveroordeling gedwongen uitvoert de bewijslast draagt dat de ingevorderde dwangsommen zijn verbeurd, terwijl de wederpartij die beweert bevrijd te zijn daarvan de bewijslast draagt, volgt mijns inziens dat het middel faalt naar recht in zoverre het ervan uitgaat dat de schuldeiser die de dwangsomveroordeling, beperkt tot een maximumbedrag, na verloop van een termijn na de betekening van de dwangsomtitel gedwongen uitvoert, moet bewijzen niet alleen dat de ingevorderde dwangsommen binnen het maximumbedrag zijn verbeurd maar ook dat het maximumbedrag niet voortijdig door het verloop van de termijn na de betekening van de dwangsomtitel was bereikt.
  2. Gelet op de vaststellingen van de appelrechter waarvan reeds gewag werd gemaakt onder randnummer 2 van deze conclusie, meen ik dat in zoverre het middel aanvoert dat de appelrechter eiseres in de onmogelijkheid stelde om eerdere inbreuken te bewijzen, het feitelijke grondslag mist. Conclusie: Verwerping van het cassatieberoep. ___________________
(1)BenGH 6 juli 2023, A 22/1, www.courbeneluxhof.int, na concl. van plaatsvervangend advocaat-generaal R. MORTIER. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240627.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240627.1N.8 voorafgegaan door: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.