← België

I. contra IMEWO

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 18 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241018.1N.3 Rolnummer: C.23.0361.N Zaak: I. contra IMEWO Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-05 Raadplegingen: 354 - laatst gezien 2026-06-18 08:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241018.1N.3 Fiche 1 Het beheer van het distributienet heeft betrekking op de leidingen en bijbehorende installaties waaruit het elektriciteitsdistributienet is opgemaakt, niet op de omgeving van de leidingen en installaties

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ENERGIE Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Parlement 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid - 08-05-2009 - Art. 4.1.6, 4° - 27 ELI link Pub nr 2009035580 Fiche 2 Het optreden van de distributienetbeheerder om boomtakken af te hakken heeft een subsidiair karakter; de netbeheerder kan boomtakken afhakken indien de eigenaar of desgevallend de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed daartoe niet eerst overgaat
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ENERGIE Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaams Parlement 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid - 08-05-2009 - Art. 4.1.23 - 27 ELI link Pub nr 2009035580 Tekst van de conclusie C.23.0361.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: 1 Situering.
  1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat door de wrijving van takken van bomen die staan op het onroerend goed van de eiser, schade is ontstaan op het bovengronds laagspanningsnet dat door de verweerster wordt beheerd.
  2. In het bestreden arrest van 8 juni 2023 oordeelt het hof van beroep Gent dat de verplichting tot snoeien in eerste instantie blijft rusten op de eigenaar, die moet optreden wanneer eventuele takken de vrije doorgang van de leidingen kunnen belemmeren, en het optreden van de netbeheerder een subsidiair karakter heeft. De eiser wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade aan de leiding.
  3. De eiser komt met één middel op tegen dit arrest. 2 De aangevoerde grieven.
  4. Het enig middel van de eiser lijkt meerdere grieven te bevatten. In een eerste grief stelt de eiser dat de appelrechter de artikelen 4.1.6, 4° en 4.1.23 van het Decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid
(1)schendt, namelijk door te oordelen dat deze artikelen voorschrijven dat het optreden van de distributienetbeheerder een subsidiair karakter heeft.
  1. In een tweede grief voert de eiser aan dat de appelrechter artikel 4.1.6, 4° Energiedecreet schendt door te oordelen dat het preventieve onderhoud waarvan in deze bepaling sprake is, betrekking heeft op de leidingen en installaties, niet op de omgeving waarin de leidingen zijn gelegen.
  2. De eiser voert in een derde grief aan dat de appelrechter artikel 4.1.23 Energiedecreet schendt door uit de snoeiplicht van de eigenaar “aldus” aan te nemen dat de distributienetbeheerder niet zelf diende na te gaan of er geen gevaar bestond op kabelbeschadiging.
  3. Ingevolge de voormelde schendingen van het Energiedecreet stelt de eiser tenslotte dat de appelrechter zijn beslissing op grond van artikel 1382 oud BW niet naar recht verantwoordt (vierde grief). 3 Bespreking van de wetgeving over het toezicht en het snoeien.
  4. De rechtsvraag stelt zich wie moet instaan voor het snoeien van de bomen van de eiser in de buurt van de leidingen. De eiser gaat ervan uit dat de netbeheerder de boomtakken moet snoeien die te dicht bij de elektriciteitsleidingen komen. Hij meent dat de netbeheerder “minstens” de eigenaar tot het nodige moet aanzetten. Die verwittigingsplicht vloeit volgens de eiser voort uit het feit dat de verweerster een professionele toezichtplicht heeft, terwijl hijzelf niet “behoorde te weten” dat er gevaar was. Als zich een schadegeval voordoet, is het aldus de netbeheerder die aansprakelijk is omdat hij hetzij niet zelf snoeide/afhakte, hetzij de eigenaar niet tot het nodige aanzette (na gevaar te hebben ontdekt bij het toezicht). Pas als dan de eigenaar nalaat het nodige te doen, zou hij aansprakelijk kunnen zijn
(2).
  1. Het Vlaams Energiedecreet, zoals hier toepasselijk, hief de Energiewet van 10 maart 1925 deels op. Artikel 4.1.23, § 1, van het Energiedecreet legt enkele wettelijke erfdienstbaarheden vast. Zo is het de netbeheerder toegelaten om boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse elektrische lijnen komen en die kortsluiting of schade aan de lijn zouden kunnen veroorzaken. In artikel 4.1.23, § 5 is de procedure uiteengezet opdat de netbeheerder zijn wettelijke erfdienstbaarheid om boomtakken af te hakken kan uitoefenen. Uit deze wetsbepaling zelf blijkt dat het eerst de eigenaar van de bomen (of rechthouder) toekomt om de boomtakken af te hakken. Pas als deze expliciet weigert te handelen binnen een redelijke termijn of niet handelt binnen de maand na een kennisgeving vanwege de netbeheerder, kan de netbeheerder zelf ingrijpen, op kosten van de eigenaar (of rechthouder). Een uitzondering speelt voor hoogdringende handelingen.
  2. Uit deze bepalingen blijkt dat de netbeheerder een zeker toezicht kan uitoefenen. Hoe zou de netbeheerder anders de eigenaar (of rechthouder) kunnen kennis geven van nodige snoeiwerken? In de memorie van toelichting schrijft de decreetgever dat de verplichting van de eigenaar om zelf de snoeiwerken te doen binnen een redelijke termijn (waarna de netbeheerder zelf kan optreden) inhoudt dat “de netbeheerder voorafgaandelijk overleg moet aangaan met bedoelde eigenaar of desgevallend met de pachter, domeinbeheerder, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed”
(3). Artikel 4.1.23, § 5, tweede lid Energiedecreet stelt bovendien het eigen snoeiwerk van de netbeheerder afhankelijk van een voorafgaande kennisgeving per aangetekende brief, waarop volgens het eerste lid een expliciete of impliciete weigering van de eigenaar moet volgen. 11. De mogelijkheid om toezicht uit te oefenen (of anders gesteld, op de hoogte te zijn van risico-situaties)
(4)houdt nog geen plicht tot toezicht in. Het “voorafgaandelijk overleg” of de voorafgaande kennisgeving betekent nog niet dat de netbeheerder zelf overal toezicht moet houden. Uit de volgende elementen blijkt zelfs een zekere terughoudendheid om de netbeheerder een dergelijke toezichtplicht op te leggen. Uit de memorie van toelichting bij artikel 4.1.23, § 5, Energiedecreet blijkt dat de decreetgever het eigendomsrecht van de eigenaar van de bomen (of het recht van een andere rechthouder) zo veel als mogelijk wenste te vrijwaren: “Ten einde de verstoring van het eigendomsrecht van de eigenaar te beperken moet hem dan ook de kans worden geboden eerst zelf in te staan voor het opruimen van deze takken, wortels en beplantingen. Dit houdt dan ook in dat de netbeheerder voorafgaandelijk overleg moet aangaan met bedoelde eigenaar of desgevallend met de pachter, domeinbeheerder, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. […] Wanneer de eigenaar op dit verzoek niet ingaat, dan kan de netbeheerder zelf overgaan tot het inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar”
(5). Bij de kostenverdeling voor het snoeiwerk komt die wens van de decreetgever nogmaals aan bod: “Er wordt gekozen om de eigenaar/pachter/huurder/houder van een zakelijk recht/domeinbeheerder te laten instaan voor deze kosten omdat dergelijke maatregelen immers het betreden van een eigendom (erf, tuin enzovoort) inhouden en dan ook een grotere hinder en verstoring van het genot van het goed veroorzaakt dan de erfdienstbaarheid uit artikel 4.1.23, § 1, 1° en 2°. Daarom moet de netbeheerder de eigenaar/pachter/huurder/houder van een zakelijk recht/domeinbeheerder eerst de kans geven om zelf de nodige maatregelen te nemen om de hinder te beperken”
(6). In die filosofie lijkt een plicht om toezicht uit te oefenen op boomtakken op andermans grond, waarbij die boomtakken niet steeds vanaf de openbare weg eenvoudig zichtbaar zijn waardoor de netbeheerder dan noodgedwongen andermans grond zal moeten betreden, niet de bedoeling van de decreetgever. Daarbij is op te merken dat het Energiedecreet niet expliciet
(7)een recht van overgang aan de netbeheerder toekent
(8). 12. In artikel 4.1.23 is telkens sprake van een “recht” (of een “kunnen”)
(9)in hoofde van de netbeheerder, niet een “plicht”. 13. Het dient te worden opgemerkt dat het algemeen rechtsbeginsel van de continuïteit van de openbare dienst, waarop rechters soms terugvallen om bij de netbeheerder een toezichtplicht te leggen, er alleen toe strekt de bestendigheid van de openbare instellingen en van hun werking te verzekeren
(10). Het houdt niet noodzakelijk in dat de dienstverlening waarop de burger aanspraak kan maken, ononderbroken of permanent moet zijn. De overheid is in het bijzonder niet verplicht erover te waken dat energie ten allen tijde zonder onderbreking wordt geleverd door de marktoperatoren die een concessie voor levering van energie hebben gekregen
(11). Een gebruiker van een openbare dienst bezit op grond van het continuïteitsbeginsel geen subjectief recht op het behoud of de permanente werking van die dienst
(12). Het beginsel kan enkel in zeer uitzonderlijke gevallen worden ingeroepen en lijkt enkel geldig te kunnen worden ingeroepen als er geen wettelijke regeling voor handen is
(13). Tegen die achtergrond overtuigt de continuïteit van de openbare dienst niet als grondslag voor een permanente toezichtplicht voor de netbeheerder. Ten eerste moet de energielevering niet ononderbroken of permanent zijn. Net dat ononderbroken karakter lijkt aan de basis te liggen van een voorgehouden algemene toezichtplicht in hoofde van de netbeheerder. Ten tweede ligt met het Energiedecreet een wettelijke regeling voor met als doelstelling de continuïteit van de energievoorziening in het Vlaamse Gewest te waarborgen
(14). Indien de decreetgever met de erfdienstbaarheid om op kosten van de eigenaar van bomen takken van die bomen af te hakken, geen algemene toezichtplicht voor de netbeheerder heeft willen installeren, kan het algemeen rechtsbeginsel van de continuïteit van de openbare dienst daar niet tegen ingaan.
  1. Daar waar de eiser zijn middel ook steunt op artikel 4.1.23, § 3, Energiedecreet, blijkt dat deze bepaling betrekking heeft op een ander procedé dan de wettelijk vastgelegde erfdienstbaarheid voorzien in artikel 4.1.23, §
  2. Het gaat om het publiekrechtelijke procedé waarbij de overheid een private grond als van openbaar nut verklaart
(15). Een dergelijke verklaring van openbaar nut gaat verder dan de erfdienstbaarheid en laat de netbeheerder ook toe om op private grond werken uit te voeren door sleuven te graven of draagconstructies op te stellen
(16). Het is een meer verregaande inbreuk op het recht op eigendom (reden waarom voordien dergelijke verklaring enkel kon voor niet ommuurde onbebouwde gronden)
(17). Deze werkwijze is vooral ingevoerd om de oprichting van hoogspanningslijnen te vergemakkelijken
(18). Vooraleer de netbeheerder het in artikel 4.1.23, § 3, vermelde recht van toezicht en recht om noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken kan uitoefenen, is een verklaring vanwege de Vlaamse Regering vereist
(19). Uit artikel 4.1.23, § 3, valt dus niet zonder meer een algemene toezichtplicht af te leiden. Integendeel, de voorvereiste van een verklaring van openbaar nut kan een indicatie zijn dat een meer algemene toezichtplicht in hoofde van de netbeheerder net niet bestaat. Zelfs al mocht het “recht van toezicht”, vermeld in artikel 4.1.23, § 3, toch een uiting zijn van een meer algemene toezichtplicht, lijkt die plicht, net als het recht uit artikel 4.1.23, § 3, beperkt te zijn tot enkel “lijnen en leidingen”
(20). Niet alleen laat artikel 4.1.23, § 3, toezicht tekstueel toe op enkel de “lijnen en leidingen” (en niet de “omgeving” ervan), maar ook strookt een beperking tot “lijnen en leidingen” met de voormelde insteek van de decreetgever om het eigendomsrecht van de eigenaar (of andere rechthouder) zoveel mogelijk te vrijwaren. De netbeheerder voert onderhoudswerken uit aan eigen goederen (lijnen en leidingen die zijn eigendom blijven), niet aan andermans eigendom (de boomtakken).
  1. Artikel 4.1.6, 4°, Energiedecreet, zoals hier van toepassing, legt de netbeheerder als taak op om “zijn net en de bijbehorende installaties” te herstellen, preventief te onderhouden, te vernieuwen en te verbeteren. Deze wetsbepaling heeft om de volgende redenen geen betrekking op de bomen die een elektriciteitsleiding bedreigen. Een “elektriciteitsdistributienet” wordt in artikel 1.1.3, 32° Energiedecreet, zoals van toepassing in 2016 (dezelfde definitie geldt nog steeds), omschreven als een “geheel van onderling verbonden elektrische leidingen met een nominale spanning die gelijk is aan of minder is dan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die noodzakelijk zijn voor de distributie van elektriciteit aan afnemers binnen een geografisch afgebakend gebied in het Vlaamse Gewest, dat geen gesloten distributienet, privédistributienet of directe lijn is”. Bomen of de omgeving van de leidingen zelf behoren aldus niet tot het “net” of de “bijbehorende installaties” die de netbeheerder volgens artikel 4.1.6, 4° moet onderhouden. In artikel 4.1.6 is nog elders sprake van “net”. Bijvoorbeeld, artikel 4.1.6, 13° (van toepassing ten tijde van het voorval in 2016) stelt als taak voorop “het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de netten waarmee zijn net in kwestie verbonden is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede wisselwerking tussen de netten te waarborgen” (nu 9° na 2019). Het “net” lijkt ook in deze eerder niet de omgeving van de leidingen te omvatten. “Net” lijkt aldus in artikel 4.1.6 eenzelfde betekenis te hebben, waarin de omgeving van de leidingen en bijbehorende installaties niet vervat zijn.
  2. In zoverre het middel ervan uitgaat dat het beheer waarvan sprake in artikel 4.1.6, 4°, Energiedecreet ook betrekking heeft op de omgeving van de leidingen en installaties, waaronder de boomtakken die te dicht bij de bovengrondse elektrische lijnen komen en die kortsluitingen of schade aan de lijn kunnen veroorzaken, faalt het mijns inziens naar recht.
  3. In het Energiedecreet en zijn voorbereiding geven verschillende elementen aan dat snoeien in de eerste plaats een zaak voor de eigenaar (of rechthouder) is
(21). Deze elementen betreffen artikel 4.1.23 Energiedecreet, niet artikel 4.1.6, 4°, aangezien hoger is aangetoond dat deze laatste bepaling vreemd is aan de omgeving van het net, en dus aan het snoeien van boomtakken. 18. Ten eerste staat de wettelijke erfdienstbaarheid van de distributienetbeheerder om boomtakken af te kappen (artikel 4.1.23), in het Energiedecreet onder de afdeling “Prerogatieven van de netbeheerders” en onderafdeling “Erfdienstbaarheden ten voordele van de netbeheerder”. Het is een recht van de netbeheerder, wat er op wijst dat het geen plicht is die hij in de eerste plaats (voor de eigenaar aan zet is) moet dragen. Ten tweede kent artikel 4.1.23 Energiedecreet aan de netbeheerder een “recht” toe. Nergens is sprake van een “verplichting”
(22). Ten derde legt de decreetgever in de memorie van toelichting bij artikel 4.1.23 Energiedecreet onder een titel “Procedure” de nadruk op het feit dat de distributienetbeheerder, behoudens bij hoogdringendheid, afhankelijk is van de expliciete weigering van de eigenaar (of andere houder van een recht op het goed) om te snoeien, dan wel de impliciete weigering door een maand niet te reageren op het verzoek tot snoeien. “Ten einde de verstoring van het eigendomsrecht van de eigenaar te beperken moet hem dan ook de kans worden geboden eerst zelf in te staan voor het opruimen van deze takken, wortels en beplantingen. Dit houdt dan ook in dat de netbeheerder voorafgaandelijk overleg moet aangaan met bedoelde eigenaar of desgevallend met de pachter, domeinbeheerder, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. […] Wanneer de eigenaar op dit verzoek niet ingaat, dan kan de netbeheerder zelf overgaan tot het inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar”
(23). Om het eigendomsrecht niet te zeer te verstoren, beschikt de distributienetbeheerder dus geenszins over een plicht om te snoeien, maar wel over een mogelijkheid, als de eigenaar niet zelf handelt. De decreetgever heeft het over “kunnen”, niet “moeten”. Ten vierde wijst de kostenverdeling uit artikel 4.1.23 Energiedecreet, die afwijkt van deze van artikel 14 Energiewet 1925, erop dat eerst de eigenaar aan zet is om te snoeien, en pas bij zijn stilzitten de netbeheerder. De eigenaar betaalt de kosten, ook als de netbeheerder moet optreden, buiten hoogdringendheid om
(24). Het Energiedecreet legt (in tegenstelling tot de Energiewet 1925) geen vergoedingsplicht op aan de netbeheerder bij snoeiwerken
(25). Daaromtrent schreef de decreetgever ook duidelijk in de memorie van toelichting het volgende: “Er wordt gekozen om de eigenaar/pachter/huurder/houder van een zakelijk recht/domeinbeheerder te laten instaan voor deze kosten omdat dergelijke maatregelen immers het betreden van een eigendom (erf, tuin enzovoort) inhouden en dan ook een grotere hinder en verstoring van het genot van het goed veroorzaakt dan de erfdienstbaarheid uit artikel 4.1.23, § 1, 1° en 2°. Daarom moet de netbeheerder de eigenaar/pachter/huurder/houder van een zakelijk recht/domeinbeheerder eerst de kans geven om zelf de nodige maatregelen te nemen om de hinder te beperken. Pas als deze hieraan geen gevolg geeft, kan de netbeheerder zelf optreden. In dat geval worden de kosten verhaald op de stilzittende eigenaar/pachter/ huurder/houder van een zakelijk recht/domeinbeheerder”
(26). 4 Bespreking van de grieven.
  1. De eerste grief betreft de beslissing dat het “optreden” van de netbeheerder subsidiair zou zijn. De appelrechter beslist dat het “snoeien” en niet het toezicht van de boomtakken een subsidiaire taak van de netbeheerder is. Over het toezicht beslist de appelrechter enkel dat er geen permanent toezicht moet zijn. Hoger is aangegeven dat artikel 4.1.6, 4° Energiedecreet geen betrekking heeft op de bomen. Daarnaast is hoger ook aangegeven dat artikel 4.1.23 Energiedecreet wel degelijk het snoeien subsidiair bij de netbeheerder legt. De grief die het tegendeel aanvoert, lijkt naar recht te falen.
  2. Ook de tweede grief strijdt met de hogervermelde analyse dat artikel 4.1.6, 4° niet van toepassing op de boomtakken.
  3. De derde grief mist mijns inziens feitelijke grondslag. De grief vertrekt van de veronderstelling dat de appelrechter met zijn oordeel dat de eigenaar van de bomen een snoeiplicht heeft, “aldus” aanneemt dat de netbeheerder in het raam van zijn toezichtplicht niet diende na te gaan of er gevaren waren. Zoals gezegd, oordeelt de appelrechter dat de netbeheerder niet permanent toezicht moet houden op de leidingen, zoekend naar mogelijke gevaarlijke boomtakken. De appelrechter leidt dat echter niet af uit zijn oordeel dat de verplichting tot snoeien op de eigenaar van de bomen blijft rusten. “Snoeien” en “toezicht” zijn twee onderscheiden aspecten, die niet noodzakelijk met elkaar vervlochten zijn. De rechter legt alvast geen verband.
  4. De vierde grief, waarbij de schending van artikel 1382 OBW wordt aangevoerd, is geheel afgeleid van de vergeefs aangevoerde schendingen van de artikelen 4.1.6, 4° en 4.1.23 Energiedecreet. De grief komt daarom niet ontvankelijk voor. Besluit: verwerping. ________________________________________
(1)Hierna het ‘Energiedecreet’.
(2)Zie ook de memorie van antwoord, pag. 3.
(3)Parl.St. Vlaams Parlement 2011-12, nr. 1428, p. 8.
(4)Dat de netbeheerder de eigenaar van de bomen vooraf aan eigen snoeiwerken aangetekend moet contacteren, betekent nog niet dat de netbeheerder zelf, via een toezichtplicht, op de hoogte moet zijn geraakt van de risico-situatie.
(5)Parl.St. Vlaams Parlement 2011-12, nr. 1428, p. 8.
(6)Parl.St. Vlaams Parlement 2011-12, nr. 1428, p. 8.
(7)En wettelijke erfdienstbaarheden van openbaar nut zijn restrictief te interpreteren, zodat een toezichtplicht/-erfdienstbaarheid ook moeilijk impliciet in de erfdienstbaarheid om boomtakken te kappen vervat kan zitten.
(8)Artikel 4.1.26 Energiedecreet heeft het enkel over een toegangsrecht tot de ruimte waar aansluitingskabel of waar de meter staat: “De netbeheerder heeft het recht op toegang tot de ruimte(s) waardoor de aansluitkabel loopt of de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor werken aan de aansluiting, de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de elektriciteitsmeter, inclusief de budgetmeter voor elektriciteit en de stroombegrenzer, of van de aardgasmeter, inclusief de budgetmeter voor aardgas. De netgebruiker verschaft de netbeheerder onmiddellijk toegang op eenvoudig mondeling verzoek na behoorlijke legitimatie”.
(9)Zie ook: T. VERMEIR, “Erfdienstbaarheden voor nutsvoorzieningen” in Erfdienstbaarheden, Brugge, die Keure 2016, 134 (“Distributienetbeheerders kunnen zelf, zonder medewerking van de eigenaar, takken snoeien of wortels inkorten als die schade zouden kunnen veroorzaken aan bestaande infrastructuur. Als dit niet volstaat, kunnen ze de bomen of beplantingen rooien”).
(10)P.-O. DE BROUX, “La continuité du service public: l’étonnante destinée d’un principe élémentaire”, JT 2014, 641 (en de verwijzingen aldaar in voetnoot 20).
(11)Cass. 12 februari 2004, AR C.01.0248.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040212.22, AC 2004, nr. 77, met concl. van advocaat-generaal DUBRULLE, NjW 2004, afl. 80, 914, Pas. 2004, 256, CDPK 2004, 259, RCJB 2005, 201, noot D. DE ROY, RW 2006-07, 828, noot, TBP 2005, 183.
(12)S. LIERMAN, P. VAN DE WEYER en K. VANDORMAEL, “Overheidscontracten in het Belgische recht: besturen op de snijlijn van privaat-en publiekrecht”, TPR 2016, 510, voetnoot 55.
(13)J. DUJARDIN, M. VAN DAMME, J. VANDE LANOTTE en A. MAST, Overzicht van het Belgisch administratief recht, Mechelen, Kluwer 2021, 54, voetnoot 104.
(14)Artikel 2.1.1 Energiedecreet (zoals van toepassing in casu): “In het kader van de totstandbrenging en de werking van een goed werkende elektriciteits- en gasmarkt en rekening houdend met de noodzaak om het milieu in stand te houden en te verbeteren, is het Vlaamse energiebeleid erop gericht: 1° de werking van de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt te waarborgen; 2° de continuïteit van de energievoorziening in het Vlaamse Gewest te waarborgen; 3° energie-efficiëntie, energiebesparing en de ontwikkeling van nieuwe en duurzame energie te stimuleren; 4° de interconnectie van energienetwerken te bevorderen”.
(15)F. COUSY, S. DECALUWE en I. DE RUYVER, “De Vlaamse Energiedistributie gestroomlijnd”, MER 2012, é-234; V. SAGAERT, “Het zakenrechtelijk statuut van nutsleidingen in het Belgische recht”, TPR 2004, 1388-1389.
(16)L. DERIDDER en T. VERMEIR, Leidingen voor nutsvoorzieningen in Administratieve Rechtsbibliotheek, Brugge, die Keure 2000, 138.
(17)L. DERIDDER en T. VERMEIR, Leidingen voor nutsvoorzieningen in Administratieve Rechtsbibliotheek, Brugge, die Keure 2000, 139; R. MAES, De overheidsbemoeiing op het gebied van de elektriciteitsvoorziening in België, Brugge, die Keure 1967, 145.
(18)R. MAES, De overheidsbemoeiing op het gebied van de elektriciteitsvoorziening in België, Brugge, die Keure 1967, 145.
(19)Zie voor de te volgen procedure: R. MAES, De overheidsbemoeiing op het gebied van de elektriciteitsvoorziening in België, Brugge, die Keure 1967,147-150.
(20)Artikel 4.1.23, § 3 kan ook zo worden gelezen dat het toezicht slaat op de aanleg van de lijnen en leidingen. Dergelijke lezing is evenwel moeilijk compatibel met het eveneens erkende recht om de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren. Dergelijke werken kunnen moeilijk aan de “aanleg” gebeuren. Die werken betreffen eerder de lijnen en leidingen.
(21)Vred. Bree 5 juni 2014, MER 2017, 64, RW 2014-15, 1113 (de netbeheerder “had weliswaar geen snoeiplicht”)
(22)Zie ook voor artikel 14 Energiewet: Brussel 26 september 1994, Iuvis 1995, 345.
(23)Parl.St. Vlaams Parlement 2011-12, nr. 1428, p. 8.
(24)Bij hoogdringendheid draagt de netbeheerder de kosten omdat de decreetgever het niet billijk vond die kosten bij de eigenaar te leggen, daar deze laatste niet de kans had gekregen om zelf te snoeien tegen een mogelijk lagere kostprijs: “Voor een dergelijke situatie werd het dan ook niet billijk geacht om de eigenaar/pachter/huurder/houder van een zakelijk recht/domeinbeheerder met deze kosten op te zadelen aangezien hij niet in de mogelijkheid was om deze te vermijden of om ze door een goedkoper alternatief te laten uitvoeren” (Parl.St. Vlaams Parlement 2011-12, nr. 1428, p. 9).
(25)Artikel 4.1.24 Energiedecreet legt enkel een vergoedingsplicht op bij bepaalde werken om installaties op andermans grond te zetten (bijvoorbeeld aan de gevel) of bij het rooien van bomen en beplantingen.
(26)Parl.St. Vlaams Parlement 2011-12, nr. 1428, p. 8. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241018.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241018.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040212.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.