id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 25 oktober 2024
Art. 1591
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 2 - 3 Wanneer de verkoop van andermans zaak betrekking heeft op een onderdeel van de overeenkomst en een gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst mogelijk is, kan de rechter op verzoek van de benadeelde partij de nietigheid beperken tot dat gedeelte van de overeenkomst, voor zover het behoud van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst beantwoordt aan de bedoeling van de partijen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KOOP Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1591
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1599
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1591
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1599
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 4 - 5 De rechter die vaststelt dat een gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is omdat door deze vernietiging de koopprijs, die een essentieel bestanddeel van de overeenkomst uitmaakt, niet langer bepaald of bepaalbaar is, dient niet na te gaan of het voortbestaan van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst verenigbaar is met het doel dat de partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen hadden en of hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de gerechtvaardigde belangen en verwachtingen van de partijen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KOOP Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1591
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1599
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - VERBINDENDE KRACHT (NIET-UITVOERING) Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1591
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1599
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de conclusie C.23.0127.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman: Eiseressen komen op tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, gewezen op 8 december 2022. Door eiseressen wordt één middel aangevoerd. I. Situering. Door een verkoopbelofte verbond verweerster zich er toe om tien percelen te verkopen aan eerste eiseres of aan een door eerste eiseres aan te duiden koper (nl. tweede eiseres) tegen de prijs van 2.750.000 euro. Eén perceel (kadastraal nummer C969L6) was echter niet de eigendom van verweerster. Nog voor het lichten van de optie was eerste eiseres ervan op de hoogte dat verweerster niet de eigenares was van dat perceel. De optie werd niettemin gelicht door eerste eiseres. Verweerster gaat over tot dagvaarding waarin hoofdorde wordt gevorderd dat er geen verkoopovereenkomst tot stand kwam op basis van de verkoopbelofte en in ondergeschikte orde dat de verkoopovereenkomst nietig is en in nog meer ondergeschikte orde dat er een verkoopovereenkomst tot stand kwam voor negen percelen voor een prijs van 2.750.000 euro. De eiseressen vroegen de hoofdvordering af te wijzen als ongegrond en vroegen bij wijze van tegenvordering vast te stellen dat er een verkoopovereenkomst tot stand kwam voor negen percelen voor een prijs van 2.463.429,33 euro. De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk wijst zowel de hoofd- en tegenvorderingen af als ongegrond met uitzondering van het door eiseressen gevorderde voorbehoud om een vordering in te stellen met betrekking tot de schade ingevolge het in gebreke blijven van de leveringsplicht door verweerster. Verweerster stelt hoger beroep in tegen dit vonnis. In het bestreden arrest beslissen de appelrechters dat de koopovereenkomst tot stand gekomen tussen verweerster en tweede eiseres door het lichten van de optie door eerste eiseres nietig is en wijst de overige vorderingen af als ongegrond. I. Eerste onderdeel. (…) II. Tweede en derde onderdeel. (…) III. Vierde onderdeel. In dit onderdeel verwijten de eiseressen de appelrechters artikel 1599 Oud Burgerlijk Wetboek te hebben geschonden door te beslissen dat de partiële nietigheid van de koop met betrekking tot het ene perceel niet mogelijk is omdat de koopprijs die overeengekomen werd voor het geheel een essentieel bestanddeel van de overeenkomst uitmaakt waardoor het voortbestaan van de overeenkomst zonder de nietig verklaarde onderdelen in haar geheel ondenkbaar is terwijl zij enkel vaststellen dat verweerster de bedoeling had om de volledige overeengekomen koopprijs te ontvangen zonder vast te stellen dat het belang van verweerster daarvoor gerechtvaardigd was. Artikel 1599 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat verkoop van andermans zaak nietig is en een grond tot schadevergoeding kan opleveren, wanneer de koper niet geweten heeft dat de zaak aan een ander toebehoorde. Artikel 1129 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verbintenis een zaak tot voorwerp moet hebben die ten minste ten aanzien van haar soort bepaald is en dat de hoeveelheid van de zaak onzeker mag zijn, mits deze hoeveelheid nader bepaald kan worden. Artikel 1591 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de koopprijs moet bepaald zijn en door de partijen worden vastgesteld. Volgens de rechtspraak van het Hof is de koopprijs bepaalbaar in de zin van artikel 1129 en 1591 Oud Burgerlijk Wetboek indien hij kan worden vastgesteld op grond van objectieve gegevens die aan de wil van de partijen onttrokken zijn. De feitenrechter oordeelt op soevereine wijze of het voorwerp bepaalbaar is, mits hij het begrip bepaalde of bepaalbare prijs niet miskent
(1). De nietigheid bedoeld in artikel 1599 Oud Burgerlijk Wetboek is een relatieve nietigheid die enkel door de koper kan worden ingeroepen
(2). Uit Uw rechtspraak volgt dat een nietigheid betrekking kan hebben op een gedeelte van een overeenkomst of op de gehele overeenkomst. In Uw arresten van 23 januari 2015 en 9 september 2019 werd geoordeeld dat indien een overeenkomst of een beding strijdig is met een bepaling van openbare orde en bijgevolg nietig is, de rechter indien een partiële nietigheid mogelijk is, de nietigheid, behoudens de wet zulks verbiedt, kan beperken tot het met deze bepaling strijdig gedeelte van de overeenkomst of beding op voorwaarde dat het voortbestaan van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst of beding beantwoordt aan de partijbedoeling
(3). In voltallige zitting oordeelde het Hof dat wanneer de gedeeltelijke vernietiging van een beding mogelijk is, de rechter de nietigheid ervan kan beperken tot het gedeelte dat strijdig is met de openbare orde voor zover het behoud van het gedeeltelijk vernietigde beding beantwoordt aan de bedoeling van partijen
(4). In verband met een overeenkomst die aangetast is door bedrog oordeelde het Hof dat indien de toestemming van een der partijen is aangetast door bedrog dan kan, wanneer het bedrog betrekking heeft op een onderdeel van de overeenkomst en een gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst mogelijk is, de rechter op verzoek van de benadeelde partij de nietigheid beperken tot dat gedeelte van de overeenkomst, voor zover het behoud van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst beantwoordt aan de bedoeling van de partijen. Hierbij dient de rechter na te gaan of een partiële nietigheid verenigbaar is met het doel dat de partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen hadden en of hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de gerechtvaardigde belangen en verwachtingen van de partijen
(5). Deze rechtspraak is eveneens relevant voor de nietigheid bedoeld in artikel 1599 Oud Burgerlijk Wetboek. Wanneer de verkoop van andermans zaak slechts betrekking heeft op een onderdeel van de overeenkomst en een gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst mogelijk is, kan de rechter op verzoek van de benadeelde partij de nietigheid beperken tot dat gedeelte van de overeenkomst voor zover het behoud van de gedeeltelijke overeenkomst beantwoordt aan de bedoeling van de partijen. In dit dossier is er echter sprake van twee opeenvolgende nietigheden. De vaststelling van de ene nietigheid heeft een tweede nietigheid tot gevolg. De nietigheid van artikel 1599 Oud Burgerlijk Wetboek heeft in dit dossier slechts betrekking op één van de tien verkochte percelen aangezien verweerster alleen van dit perceel geen eigenaar was maar wel van de negen andere percelen. Hoewel men dan onmiddellijk zou kunnen denken dat er geen verstrekkende gevolgen kunnen zijn voor de andere 9 verkochte percelen, doet een verder onderzoek anders beslissen. Essentieel voor een koopovereenkomst is dat het een overeenkomst betreft waarbij een partij zich verbindt om een zaak te leveren en de andere partij om daarvoor een prijs te betalen (art. 1582 Oud Burgerlijk Wetboek). Zoals hoger reeds vermeld vereist artikel 1591 Oud Burgerlijk Wetboek dat de prijs bepaald of bepaalbaar is. Wanneer een koopovereenkomst geen bepaalbaar voorwerp/prijs heeft, dan is deze nietig want een essentiële geldigheidsvereiste voor een verkoopovereenkomst is dan niet voldaan. Een partiële nietigheid die tot gevolg heeft dat een essentiële geldigheidsvereiste van de overeenkomst niet langer is voldaan, moet noodzakelijkerwijze leiden tot de volledige nietigheid van de overeenkomst wanneer de geldigheidsvereiste niet kan worden afgeleid uit de bedoeling van de partijen. De rechter kan in dergelijk geval de nietigheid niet beperken tot een gedeelte van de overeenkomst omdat het behoud van de gedeeltelijke overeenkomst niet kan beantwoorden aan de bedoeling van de partijen omdat er geen overeenstemming meer kan bestaan daarover aangezien een essentiële geldigheidsvereiste ontbreekt om tot een overeenkomst te kunnen komen. Het Hof besliste reeds in het verleden dat wanneer de rechter de volstrekte nietigheid van een beding van een overeenkomst vaststelt, hij geen beding in de plaats mag stellen dat niet berust op de wilsovereenstemming van de partijen.
(6)De rechter kan de leemte die door de nietigverklaring van een deel van een overeenkomst ontstaat met betrekking tot één van zijn essentiële geldigheidsvereisten, niet aanvullen wanneer deze geldigheidsvereiste niet kan worden afgeleid uit de wil van de partijen, de wet, de gebruiken of de goede trouw
(7). Wanneer zoals in dit dossier de nietigheid van de koopovereenkomst voor een deel ervan, tot gevolg heeft dat de koopprijs niet bepaalbaar is, dan is de volledige overeenkomst nietig
(8). In de doctrine wordt terecht overwegend verdedigd dat wanneer de prijs niet bepaald of bepaalbaar is bij een koop dat de rechter deze lacune niet kan aanvullen door een billijke prijs vast te leggen
(9). In het onderdeel bekritiseren de eiseressen ten andere niet de overweging van de appelrechters dat zij de leemte met betrekking tot de prijsbepaling niet zelf kunnen aanvullen door zelf een billijke prijs vast te leggen. Met de vaststellingen en het oordeel vermeld op pagina 19-21 onder punt 5 van het bestreden arrest, verantwoorden de appelrechters hun beslissing tot de gehele nietigverklaring van de overeenkomst omdat de gedeeltelijke nietigheid van de overeenkomst met betrekking tot een van de tien percelen niet mogelijk is wegens het ontbreken van enige wilsovereenstemming omtrent een bepaalbare prijs van de resterende percelen, naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Conclusie: Verwerping. _________________________________
(1)Cass. 21 september 1987, AR 5446, AC 1987, nr. 39, ECLI:BE:CASS:1987:ARR.19870921.10.
(2)Vb. Cass. 15 september 2011, AR C.10.0402.N, AC 2011, nr. 472, ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110915.4; RW 2011-12, 1515 met noot N. VAN HIMME; Cass. 6 maart 1998, AR C.96.0483.F, AC 1998, nr. 125, ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980306.6; Cass. 30 januari 1941, Pas. 1941, I, 24.
(3)Cass. 9 september 2019, AR C.18.0521.N, AC 2019, nr. 447, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190909.3, met andersluidende concl. van advocaat-generaal Henri VANDERLINDEN, ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190909.3; RDC 2020/4, 513 met noot S. LAGASSE; Cass. 23 januari 2015, AR C.13.0579.N, AC 2015, nr. 59, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150123.3; NjW 2015, afl. 333, 913 met noot C. LEBON; RW 2015-16, afl. 30, 1187 met noot F. PEERAER; TBBR 2016, afl. 4, 187, met noot F. PEERAER; TBH 2016, afl. 4, 367 met noot A. SNYERS; TRV 2015, afl. 5, 459 met noot B. BELLEN.
(4)Cass. 25 juni 2015, AR C.14.0008.F, AC 2015, nr. 444, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150625.11 met andersluidende concl. van advocaat-generaal Th. WERQUIN op datum in Pas., ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150625.11; JT 2015, afl. 6620, 727, met noot S. LAGASSE; JTT 2015, afl. 1232, 483 met noot M. WANTIEZ; NjW 2015, afl. 333, 914 met noot C. LEBON; RCJB 2016, afl. 3, 379, met noot P. WERY; TBBR 2016, afl. 4, 187, met noot F. PEERAER; TBH 2016, afl. 4, 382 met noot T. TANGHE.
(5)Cass. 23 november 2017, AR C.17.0389.N, AC 2017, nr. 672, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171123.8; TBBR 2018, afl. 4, 208 met noot F. PEERAER.
(6)Cass. 23 maart 2006, AR C.04.0335.N, AC 2006, nr. 171, ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060323.7; RCJB 2007/3, 422 met noot C. CAUFMAN.
(7)Zie C. CAUFMAN, “Verse un endiguement du pouvoir modérateur de juge en cas de nullité ?” (noot onder Cass. 23 maart 2006), RCJB 2007/3, p. 445, randnr. 42 ; P. WÉRY, Droit des obligations, I, Brussel, Larcier 2021, 359, nr. 331-6.
(8)In deze zin J. JAFFERALI, La rétroactivité dans le contrat, Larcier 2014, 714, randnr. 311.
(9)Cass. 30 november 2023, AR C.23.0255.N, AC 2023, nr. 794, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231130.1N.12; B. TILLEMAN, S. DE REY, N. VAN DAMME en F. VAN DEN ABEELE, “Overzicht van rechtspraak. Koop - Begrip, kenmerken, modaliteiten en bewijs”, TPR 2020, 1037, randnr. 18; P. BRULEZ, Koop en aanneming: foux amis?, Intersentia, Antwerpen, 2015, é-235. Deze laatste auteur verdedigt zelf het standpunt dat de soepele benadering ten aanzien van de prijsbepaling bij dienstenovereenkomsten ook zou moeten toegepast worden op de goederenovereenkomsten (P. BRULEZ, ibid., 235-238, randnrs. 259-262). PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241025.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241025.1N.5 citeert: ECLI:BE:CASS:1987:ARR.19870921.10 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980306.6 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060323.7 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110915.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150123.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150625.11 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150625.11 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171123.8 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190909.3 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190909.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231130.1N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div