← België

Royal Antwerp Football club contra W.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 08 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241108.1N.3 Rolnummer: C.20.0415.N Zaak: Royal Antwerp Football club contra W. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-01-14 Raadplegingen: 290 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241108.1N.3 Fiches 1 - 2 Artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek

(1), dat de openbare orde raakt, strekt ertoe te verhinderen dat aan partijen die een band met België hebben de rechtsbescherming van de vernietigingsprocedure wordt ontnomen; deze partijen kunnen aldus geen afstand doen van deze rechtsbescherming vooraleer een arbitrale uitspraak is gewezen
(2).
(1)Art. 1717.4, zoals van toepassing vóór de wijziging bij Wet van 24 juni 2013.
(2)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBITRAGE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1717.4 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 Artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek
(1)laat evenwel de mogelijkheid onverlet om, nadat een arbitrale uitspraak is gewezen, te berusten in deze beslissing en afstand te doen van de rechtsmiddelen, zoals de vernietigingsprocedure, die tegen deze beslissing openstaan, behoudens indien het materieel recht waarop het geschil betrekking heeft de openbare orde raakt
(2).
(1)Art. 1717.4, zoals van toepassing vóór de wijziging bij Wet van 24 juni 2013.
(2)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBITRAGE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1717.4 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BERUSTING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1717.4 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 5 De vernietiging van de beslissing over de vordering tot nietigverklaring van de arbitrale beslissing, brengt de vernietiging mee van de beslissing over het derdenverzet tot uitvoerbaarverklaring van de arbitrale beslissing omwille van de nauwe band tussen deze beslissingen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Tekst van de conclusie C.20.0415.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman: Eisers komen op tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, gewezen op 19 mei 2020. Door de eisers wordt er één middel aangevoerd. I. Situering Aan deze procedure liggen twee arbitrale uitspraken ten grondslag. In een eerste beslissing van 18 januari 2014 verklaarde het arbitraal college zich bevoegd. Op 24 april 2014 waren eiseressen en verweerder partij bij een afstandsovereenkomst waarin is bepaald dat de procedure hangende voor de arbitragecommissie van de KBVB tussen verweerder en eiseressen wordt verdergezet en verweerder en eiseressen zich ertoe verbinden de uitspraak van de arbitrage-commissie als een definitieve regeling van hun geschil te aanvaarden, die niet vatbaar meer zal zijn voor een verdere betwisting bij de KBVB of enige andere gerechtelijke, administratieve of privaatrechtelijke instantie. Op 19 maart 2016 beslist het arbitraal college dat de eiseressen veroordeeld werden om een hoofdsom van 4.988.409,23 aan verweerder te betalen. In het enige middel verwijten de eisers de appelrechter artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek te hebben geschonden doordat hij zelfs niet ambtshalve de strijdigheid van de afstandsovereenkomst met voormeld artikel heeft vastgesteld in zoverre de eiseressen in die overeenkomst afstand zouden hebben gedaan van hun recht om de nietigheidsvordering in te stellen tegen de arbitrale beslissingen, (minstens tegen de arbitrale beslissing van 19 maart 2016), zodat deze afstand strijdig is met een rechtsregel van openbare orde en derhalve nietig is, en te oordelen dat eiseressen wel rechtsgeldig afstand konden doen van hun recht om ten aanzien van de beslissingen van het arbitraal college een rechtsmiddel, waaronder een nietigheidsvordering, in te stellen. De problematiek die aan het Hof wordt voorgelegd, betreft dus de aard en de draagwijdte van artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek, zoals hier van toepassing, betreffende de mogelijkheid tot uitsluiting van de vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak. I. Ontvankelijkheid. (…) II. Gegrondheid. Artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek, zoals hier van toepassing
(1), bepaalt: “Partijen kunnen, door een uitdrukkelijke verklaring in de overeenkomst tot arbitrage of door een latere overeenkomst, elke vordering tot nietigverklaring van een arbitrale uitspraak uitsluiten, wanneer geen van hen een natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit is of een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in België of een rechtspersoon met hoofdvestiging in België of die er een bijkantoor heeft”. In verband met één van de rechtsopvolgers van artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek nl. artikel 1718 Gerechtelijk Wetboek, oordeelde het Hof: “Artikel 1718 Gerechtelijk Wetboek dat de openbare orde raakt, strekt ertoe te verhinderen dat aan partijen die een band met België hebben de rechtsbescherming van de vernietigingsprocedure wordt ontnomen. Dit verbod strekt zich uit tot bepalingen waarbij aan de partijen de facto de toegang tot de vernietigingsprocedure wordt ontzegd. Zulks is het geval wanneer aan het uitputten van de rechtsmiddelen voorafgaand aan de vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, kennelijk onredelijke financiële voorwaarden worden gesteld”
(2). Er zijn geen redenen waarom zijn rechtsvoorganger artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek daarentegen niet van openbare orde zou zijn. Artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek verbiedt dus dat er in een arbitrageovereenkomst of in een latere overeenkomst tussen partijen die een band met België hebben, wordt bepaald dat de vordering tot nietigverklaring van de arbitrale uitspraak wordt uitgesloten voor de arbitrale uitspraak is gewezen. Het huidige artikel 1713, § 9 Gerechtelijk Wetboek bepaalt thans dat de arbitrale uitspraak in de relaties tussen de partijen dezelfde uitwerking heeft als een rechterlijke beslissing. De rechtspraak erkent dit principe echter reeds zeer lang
(3). Een arbitrale uitspraak is dus bekleed met gezag van gewijsde zodra zij werd ondertekend (m.a.w. zodra zij is gewezen)
(4). Dit gezag van gewijsde blijft bestaan zolang de beslissing niet werd vernietigd
(5). In de doctrine wordt er dan ook terecht op gewezen dat de artikelen 1044 en 1045 Gerechtelijk Wetboek in verband met de berusting ook toepasselijk zijn op de arbitrale uitspraken en dat berusting na de arbitrale uitspraak wel mogelijk is zelfs voor personen die een band met België hebben in de zin van artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek, en dat men hierdoor afstand kan doen van de vordering tot nietigverklaring van de arbitrale uitspraak
(6). Enkel wanneer er voor de arbitrale uitspraak afstand wordt gedaan van de vordering tot nietigverklaring is er sprake van een schending van een norm van openbare orde zodra een partij een band heeft met België. Berusting of afstand is dan verboden. De appelrechter stelde in het bestreden arrest vast dat: - de eiseressen rechtspersonen naar Belgisch recht zijn, - verweerder zijn woonplaats in België heeft, - zij partij waren bij een arbitrageprocedure die leidde tot een tussensententie van 18 januari 2014 waarbij de arbitragecommissie oordeelde dat zij rechtsmacht had om kennis te nemen van het geschil en een eindsententie van 19 maart 2016 waarbij de eiseressen werden veroordeeld om bepaalde sommen aan de verweerder terug te betalen. - er een overeenkomst op 24 april 2014 tussen eiseressen en verweerder werd gesloten waarbij deze zich ertoe verbinden de uitspraak van de arbitragecommissie als een definitieve regeling van hun geschil te beschouwen die niet vatbaar meer zal zijn voor verdere betwistingen bij de KBVB of enige andere gerechtelijke, administratieve op privaatrechtelijke instantie. - De eiseressen hebben aangevoerd dat, in zoverre de overeenkomst van 24 april 2014 inhoudt dat zij afstand hebben gedaan van hun recht om een vordering in vernietiging van de arbitrale beslissing in te stellen, zij strijdig is met de openbare orde en derhalve nietig. Met het oordeel op pagina 11 van het bestreden arrest kon de appelrechter niet zonder schending van artikel 1717.4 Gerechtelijk Wetboek beslissen dat de eiseressen rechtsgeldig afstand konden doen van hun recht om een vordering tot nietigverklaring in te stellen met betrekking tot de arbitrale uitspraak van 19 maart
  1. Het middel is in zoverre gegrond. Met het oordeel op pagina 7 tot en met 10 van het bestreden arrest verantwoordt de appelrechter daarentegen zijn beslissing naar recht dat de eiseressen rechtsgeldig konden berusten door middel van de afstandsovereenkomst van 24 april 2014 in de arbitrale uitspraak van 18 januari 2014 en zij zo afstand hebben gedaan van hun recht om een vordering tot nietigverklaring in te stellen met betrekking tot de arbitrale uitspraak van 18 januari
  2. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. III. Omvang van de cassatie. Omwille van de nauwe band tussen de beslissing over de vordering van eiseressen tot nietigverklaring van de arbitrale uitspraak van 19 maart 2016 en de beslissing over het derdenverzet van de eiseressen tegen de beschikking tot uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraken van 18 januari 2014 en 19 maart 2016, brengt de vernietiging van de eerste vermelde beslissing de vernietiging van de tweede vermelde beslissing mee. Conclusie: Cassatie van bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vordering van eiseressen tot nietigverklaring van de arbitrale uitspraak van 19 maart 2016 en over het derdenverzet van de eiseressen tegen de beschikking tot uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraken van 18 januari 2014 en 19 maart 2016 en over de kosten. ________________________________________
(1)Versie voor de Wet van 24 juni 2013 tot wijziging van het zesde deel van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage (BS 28.06.2013). Thans artikel 1718 Gerechtelijk Wetboek dat luidt als volgt: “De partijen kunnen door een uitdrukkelijke verklaring in de arbitrageovereenkomst of door een latere overeenkomst, elke vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak uitsluiten, wanneer geen van hen een natuurlijke persoon met de Belgische nationaliteit of met woonplaats of gewone verblijfplaats in België is of een rechtspersoon die haar statutaire zetel, voornaamste vestiging of een bijkantoor in België heeft”.
(2)Cass. 7 november 2019, AR C.19.0048.N, AC 2019, nr. 576, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.13, met concl. van advocaat-generaal A. VAN INGELGEM, ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191107.13, b-Arbitra 2020/1, 137, met noot G. CROISANT; JT 2020, met noot Y. HERINCKX; P&B 2020/4, 130 met noot M. RUYSSCHER.
(3)Zie de rechtspraak vermeld in J. LINSMEAU, “Arbitrage volontaire en droit privé belge”, RDPB Complément, Tome 7
(1), 1990, 10-11, randnr. 11.
(4)Cass. 27 oktober 1977, Pas. 1978, I, 252, ECLI:BE:CASS:1977:ARR.19771027.2 ; K. WAGNER, Handboek Arbitrage, Intersentia 2022, 513, randnr. 505; B. HANOTIAU, “Quelques réflexions à propos de l’autorité de chose jugée des sentences arbitrales” in Liber Amicorum Lucien Simont, Brussel, Bruylant 2002, 301 ; J. LINSMEAU, “Arbitrage volontaire en droit privé belge”, RDPB Complément, Tome 7
(1), 1990, 52, randnr. 305.
(5)G. DE LEVAL, “Saisie conservatoire et sentence arbitrale” (noot onder Beslagr. Antwerpen 7 december 1979), RHA 1987-88, 111.
(6)Vb. M. DRAYE, “Titel IV. De vernietiging van arbitrale uitspraken naar Belgisch recht”, 161, randnr. 60 in W. VANDENBUSSCHE, D., DE MEULEMEESTER, V., FONCKE, en S. TACK, Arbitrage, bemiddeling en andere vormen van conflictafhandeling: vandaag en morgen, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, 2023, 243p.; K. WAGNER, Handboek Arbitrage, Intersentia 2022, 578, randnr. 580; J. STEVENS, “Art. 1718”, 948, in P. DAUW, B. DECONINCK en B. WYLLEMAN, Duiding Burgerlijk Procesrecht II, Intersentia 2021, 953p.; M. VOORDECKERS en M.L., STORME, “De arbitrale uitspraak; De vernietiging van de arbitrale uitspraak; De aanvulling van de arbitrale uitspraak”, TPR 2005/4, 1286-1287; G. KEUTGEN en G.A. DAL, L’arbitrage en droit belge et international, Bruylant, Brussel, 2015, randnr. 554 ; B. HANOTIAU en O. CAPRASSE, “L’annulation des sentences arbitrales”, JT 2004, 417, randnr. 29; G. DE LEVAL, Eléments de procédure civile, De Boeck & Larcier, Brussel, 2005, 505; J. LINSMEAU, “Arbitrage volontaire en droit privé belge”, RDPB Complément, Tome 7
(1), 1990, 55, randnr. 330; A.FETTWEIS, Manuel de procédure civil, Luik, 1987, 706 ; M. HUYS en G. KEUTGEN, L’arbitrage en droit belge et international, Bruylant, Brussel, 1981, 369, randnr. 551. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241108.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241108.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:1977:ARR.19771027.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.13 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191107.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.